In een van de gruwelijkste scènes van Ari Asters folkhorrorhit Midsommar (2019) pleegt een oudere man ritueel zelfmoord door voor de ogen van de verzamelde gemeenschap van een enorme rots te springen. Omdat hij na de val nog niet morsdood is, wordt zijn schedel door enkele omstanders met een reusachtige hamer verpletterd. Weinigen zullen in het graatmagere, tot pulp herleide gelaat Björn Andrésen hebben herkend. En al helemaal niet Tadzio, het zinnebeeld van zuivere jeugdige schoonheid dat Andrésen bijna vijftig jaar eerder gestalte gaf in Death in Venice (1971) van Luchino Visconti.
...

In een van de gruwelijkste scènes van Ari Asters folkhorrorhit Midsommar (2019) pleegt een oudere man ritueel zelfmoord door voor de ogen van de verzamelde gemeenschap van een enorme rots te springen. Omdat hij na de val nog niet morsdood is, wordt zijn schedel door enkele omstanders met een reusachtige hamer verpletterd. Weinigen zullen in het graatmagere, tot pulp herleide gelaat Björn Andrésen hebben herkend. En al helemaal niet Tadzio, het zinnebeeld van zuivere jeugdige schoonheid dat Andrésen bijna vijftig jaar eerder gestalte gaf in Death in Venice (1971) van Luchino Visconti. Amper vijftien was Andrésen toen hij gecast werd in die meesterlijke verfilming van Thomas Manns roman Der Tod in Venedig (1912). Het is een rol die van de Zweedse acteur met de klap een wereldster en in één moeite door een homo-erotisch sekssymbool maakte. Maar aan die vroeg verworven faam hing een fameus prijskaartje vast, zo onthult de documentaire. Andrésen wond er recent in The Guardian geen doekjes om: Visconti gaf 'geen fuck' om zijn gevoelens. 'Visconti was het slag cultureel roofdier dat alles en iedereen voor het werk zou opofferen. Die film heeft mijn leven behoorlijk verpest.' Death in Venice speelt zich af in 1911 in het luisterrijke Grand Hotel des Bains op het Lido di Venezia, waar een oudere componist (Dirk Bogarde) te midden van een choleraepidemie steeds meer in de ban raakt van een Poolse adolescent, Tadzio. Regisseur Visconti beschouwt de film - ondanks de pedofiele teneur - als een non-erotisch liefdesverhaal over pure schoonheid, en beschrijft Tadzio, net zoals Mann, als 'een engel des doods met honingkleurig haar en ogen zo grijs als het water'. Net als de componist in de film raakt Visconti geobsedeerd door Tadzio. Hij speurde destijds heel Scandinavië af op zoek naar een geschikte acteur. De nieuwe documentaire opent met beelden van de auditie. Je ziet de blonde Andrésen een kamer in Stockholm binnenschuifelen. Nerveus, geïntimideerd. Het wordt nog ongemakkelijker wanneer Visconti hem vraagt om in zijn ondergoed en bloot bovenlijf rond te wandelen en naar de camera te lachen. Je ziet het in zijn angstige blik en onhandig postuur: Andrésen koos Tadzio niet, Tadzio koos Andrésen. Intussen is Andrésen 66 en totaal niet meer herkenbaar als de onschuldige, androgyne god van weleer. Hij heeft tegenwoordig meer weg van Saruman uit The Lord of the Rings: witte baard, haar op schouderlengte, continu een sigaret in de mondhoek en een gezicht waar een leven vol ellende, alcohol en trauma in gegraveerd staat. Hij leidt een teruggetrokken bestaan in een aftands appartement. Zijn huisbaas dreigde hem daar zelfs uit te zetten omdat hij een gasbrander was vergeten uit te schakelen. Terwijl hij de relatie met zijn vriendin Jessica overeind probeert te houden, blikt hij in vage bewoordingen terug op de nasleep van Death in Venice. De galapremière in Londen, waar hij destijds Queen Elisabeth en prinses Anne ontmoette, was een peulenschil vergeleken met het filmfestival van Cannes, waar hij haast werd opgevreten door de adorerende meute. 'Het voelde als een zwerm vleermuizen rond me', zegt Andrésen in de documentaire. 'Een regelrechte nachtmerrie.' Het was daar dat Visconti hem de bijnaam 'de mooiste jongen ter wereld' gaf, om vervolgens op de persconferentie te grappen dat Andrésen, inmiddels zestien, al wat van zijn looks was verloren. Na de première belandde Andrésen in een homobar vol begeerlijke blikken. 'Het was net alsof ze me in hun hoofd aan het pijpen waren', aldus Andrésen nog in de documentaire. 'Ik begon dan maar hevig te drinken, om alles te verdringen.' En het ergste moest nog komen. In Japan werd hij als een Beatle onthaald - 'net een surreële droom'. Binnen de kortste keren draafde hij op in reclamespots. Hij leerde Japans en scoorde een hit. In de video zit hij in tank top te schommelen, zijn haren wapperend in de wind. Zijn androgyne, droeve uiterlijk inspireerde ook Japanse striptekenaars - googel maar eens op 'bishounen manga'. Als hij klaagde dat het hem te veel werd of dat hij moe was, kreeg hij rode pillen 'om me beter te doen voelen'. Andrésen herinnert zich ook hoe hij als prille twintiger in 1976 in Parijs leefde van de gulle giften van rijke, veel te oude mannelijke aanbidders, van wie sommigen hem liefdesgedichten stuurden. 'Ik voelde mij een wandelende trofee', zegt hij in The Most Beautiful Boy in the World. 'Een object.' Het is regisseurs Kristina Lindström en Kristian Petri, die Andrésen vijf jaar volgden, echter om meer dan de toxische effecten van de filmindustrie te doen. Er hangt een sluier van mistroostigheid over hun documentaire. Toen Andrésen elf was, stierf zijn moeder, zo'n half jaar nadat ze spoorloos verdwenen was. Zelfmoord. Andrésen en zijn zus werden door hun grootouders opgevoed. Zijn grootmoeder, die de ambitie had om van hem een ster te maken, sleurde hem mee naar de auditie van Death in Venice. Met alle gevolgen van dien. En nog steeds probeert Andrésen in het reine te komen met het overlijden van zijn zoontje. De officiële oorzaak was wiegendood, maar Andrésen, die stomdronken naast de baby lag te slapen toen het gebeurde, geeft zichzelf de schuld. Daarna zonk hij weg in een destructieve spiraal van depressie en alcoholisme, waar hij nooit helemaal uit lijkt te zijn geraakt. Andrésen maakt tegenwoordig muziek, en acteren doet hij nog steeds, zij het in de luwte. 'In een horrorfilm spelen is de droom van ieder kind', vertelde hij in The Guardian over zijn rolletje in Midsommar. Wat geen droom van de piepjonge Andrésen was, was Tadzio spelen, iets waar 'de mooiste jongen ter wereld' helaas nog elke dag aan herinnerd wordt.