1. The Master (2012) - Paul Thomas Anderson

Lees hier waarom The Master van Paul Thomas Anderson met stip op één staat.
...

In de top 20 van de Knack Focus-redactie is Under the Skin de nummer 2, maar in de individuele top 10 van regisseur Fien Troch (Kid, Home) staat de film met stip op 1.Troch: 'Ik was totaal overrompeld toen ik de film zag, in die zin dat ik niet eens kon zeggen waarover hij ging. Je kunt zelfs nauwelijks het verhaal uitleggen aan iemand die hem niet heeft gezien. Scarlett Johansson speelt een alien die in Schotland blijkt gestrand en mannen als prooien meelokt in een zwarte blubber. What the fuck? Tegelijk is het een bijna hypnotiserende mix van hyperrealisme - met een buitenaardse femme fatale, bizarre designdecors en spookachtig mooie muziek - en heel erg aards realisme met scènes die met een verborgen camera blijken opgenomen. Het is een ondefinieerbare film die nog dagen in je hoofd blijft spoken, een fysieke totaalervaring die, zo bedacht ik achteraf, gaat over wat het betekent om man en vrouw te zijn, over hoe we omgaan met en kijken naar elkaar. Sommigen vinden het een lege doos en zelfs dat kun je amper ontkrachten, maar eens je in de trip zit, raak je er niet meer uit, alsof je zelf een prooi van de alien bent. Glazer is een regisseur die niet veel films maakt - dit is pas zijn derde na Sexy Beast en Birth -, maar hij is een van de weinigen die op een ongelofelijk krachtige en radicaal eigenzinnige manier een heel universum weet op te roepen. Een film die écht onder je huid kruipt.' Lars von Trier stuurde een planeet op de aarde af in Melancholia (2011), Jeff Nichols deed een paranoïde huisvader een schuilkelder graven in Take Shelter (2011) en Seth Rogen en zijn Jew crew gingen er al grinnikend uit met een knalfeestje in This Is the End (2013) maar het radicaalste, beklemmendste en cinematografisch verbluffendste doemvisioen van het afgelopen decennium was zonder twijfel Béla Tarrs The Turin Horse. God schiep de wereld in zes dagen, in de tiende en allerlaatste film van de Hongaarse long take-maestro dooft die in evenveel dagen weer uit, in nog geen dertig dwingende zwart-witshots die vaak minutenlang worden aangehouden. Tarr baseerde zich op een anekdote uit het leven van de filosoof Friedrich Nietzsche, die in 1889 in Turijn een zenuwinzinking kreeg nadat hij had gezien hoe een koetsier zijn paard afranselde. Wat er daarna met dat beest is gebeurd, weet niemand, maar deze klamme koortsdroom van een film geeft het antwoord. Blijkt dat de knol is gekocht door een oude alcoholstoker die met zijn vrouw in een troosteloze hoeve op de poesta's woont, waar de gierende wind steevast tegen je in waait en waar zigeuners aan de einder loeren. Zoals steeds bij de maker van moderne meesterwerken als Sátántangó en Werckmeister harmóniák worden verhaal en personages tot op het bot ontbeend, en zie je ze hooguit zuchten, zuipen, wroeten en aardappelen schillen, als onbeduidende schepsels naar wie hun maker allang niet meer omkijkt. Elk hypnotiserend lang aangehouden frame lijkt zwanger van onheil, waardoor The Turin Horse aanzwelt tot een heel erg aardse parabel over goed en kwaad, over de geblutste menselijke conditie en over het begin van het einde. Voor Tarr bleek het bovendien het einde van zijn carrière. Met The Turin Horse bereikte hij namelijk niet alleen stilistisch een eindpunt - met zwart-witshots die nooit eerder zo dwingend en rigide waren, alsof ze linea recta in het graf kijken - ook inhoudelijk had hij een eindstation bereikt. Op zijn 56e besloot de onvolprezen Tarr dan maar om zijn camera aan de treurwilgen te hangen. De zevende kunst zou nooit meer dezelfde zijn. (D.M.)Kunt u intussen al terugdenken aan het striemende 12 Years a Slave zonder ineen te krimpen van de pijn? De Britse kunstenaar Steve McQueen bewerkte de memoires van Solomon Northup tot een terecht met een Oscar bekroonde film die u liet voelen en begrijpen dat de Amerikaanse slavernij mensonterende gruwel van de ergste soort was, gebureaucratiseerde, gelegaliseerde en daardoor gruwelijk gebanaliseerde misdaden tegen medemensen. Slaven waren eigendom en daar mocht je mee doen wat je wilde, dus ook uitbuiten, vernederen of met zweepslagen het vel van de rug kletsen tot de wervels bloot kwamen te liggen. Net zoals in Hunger, zijn plastische uitbeelding van de hongerdood van de IRA-gevangene Bobby Sands, toont McQueen via de weerzinwekkende aftakeling van het menselijke lichaam het geweld van de geschiedenis. Misselijkmakende maar ook noodzakelijke, onvergetelijke cinema, met Chiwetel Ejiofor in de rol van zijn leven en Lupita Nyong'o als grote revelatie. NIELS RUELLApplaus voor elke regisseur die erin slaagt om de immer volatiele tijdgeest eventjes te vangen in een film. Een knieval voor degenen die erin slagen een heel decennium in een film samen te ballen nog voor dat decennium goed en wel is begonnen. Het lukte regisseur David Fincher ( Fight Club, Se7en, Zodiac) en scenarist Aaron Sorkin ( The West Wing, The Newsroom). De twee grootmeesters bundelden de krachten voor een demasqué van Mark Zuckerberg. De almachtig geworden oprichter van Facebook begon aan zijn verovering van de wereld als seksueel gefrustreerde, dronken geek die zich op een ex wilde wreken. Tijdens de onwaarschijnlijk snelle expansie van zijn sociale netwerk ontdeed hij zich van de medewerkers en financiers van het eerste uur met een combinatie van sluwheid en gewetenloosheid waar de antihelden uit Shakespeares koningsdrama's nog wat van kunnen leren. Something was rotten in the network. Vandaag noemen we dat surveillancekapitalisme. The Social Network kondigde het tien jaar geleden al aan. (N.R.)Het afgelopen decennium zorgden superhelden voor een ongeziene invasie in de multiplexen, waarbij het telkens kiezen was tussen kunst of product. Nooit was het beide. Terwijl commerciële franchises de hersenen als overbodig zagen, Marvel de zoveelste spandexheld op je afstuurde en DC Comics Batman en Superman een lelijk robbertje liet uitvechten, wierp het monumentale Mad Max: Fury Road zich op als de naar kerosine en verbrand rubber geurende vaandeldrager van wat moderne spektakelcinema zou moeten zijn. Op zijn zeventigste speelde George Miller het klaar om alle Avengers, Jedi's en consorten een welgemikte schop onder de met spandex omhulde kont te verkopen met deze hyperenergieke, vlammend gemonteerde en grandioos groteske trip door de postapocalyptische woestenij. Millers reboot van zijn ozploitation-trilogie uit de jaren tachtig bleek een heerlijk flamboyante woestijnopera, met dit keer niet Mel Gibson maar Tom Hardy als wraakengel en met Charlize Theron als onverschrokken furie achter het stuur. Niet alleen herdefinieerde Fury Road punkrockcinema, met zijn feministische ondertoon anticipeerde de beste actieblockbuster van het decennium ook op het MeToo-tijdperk door vrouwen te portretteren die zich weigeren neer te leggen bij het dolgedraaide patriarchaat, met Imperator Furiosa als ultieme bad-ass heldin. Bijna vijf jaar na dato wrijven we ons nog steeds het zand uit de ogen. SVEN HOLLEBEKEHet grote succes van zijn Dark Knight-trilogie bleek voor Christopher Nolan geen eindpunt maar een opstapje. Sindsdien behoort de stijve Brit die vurig gelooft in de superieure kwaliteit van pellicule tot een select clubje: dat van de regisseurs die met de grote middelen epische bioscoopfilms maken die onvervaard inspelen op de schranderheid van de toeschouwer. Op het labyrintische Inception (2010) en het cerebrale ruimte-epos Interstellar (2014) volgde Dunkirk, een beklemmende, overrompelende oorlogsfilm die zo naast klassiekers als Saving Private Ryan of Full Metal Jacket kan staan. Vanuit drie verschillende standpunten - te land, ter zee en in de lucht - wordt het mirakel van Duinkerke belicht, de grootschalige reddingsoperatie die in mei 1940 verhinderde dat het Duitse leger meer dan driehonderdduizend Britse soldaten doodde of gevangennam. Het uitgekiende cinematografische geweld (het breedbeeldformaat, het spel met tijd en ruimte, het fantastische camerawerk van Hoyte van Hoytema) creëert het gevoel dat je erbij bent. Een zeer beklijvende ervaring. (N.R.)De nummer 8 van de Knack Focus-redactie scoort hoger in de individuele top 10 van regisseur Felix van Groeningen ( The Broken Circle Breakdown en Beautiful Boy): daar prijkt Roma op de derde stek.Van Groeningen: 'Ik ben sowieso een fan van Cuarón, een regisseur die perfect tussen Hollywood - zoals in Gravity - en meer persoonlijke cinema navigeert. Het straffe aan Roma is de reikwijdte waarmee hij een intiem verhaal brengt, over zijn jeugd en de inheemse huismeid die hem mee opvoedde. Plus: hij heeft Netflix, waar je als cinefiel zeker kwaad kunt op zijn, zo ver gekregen om de film toch in de zalen te brengen en nog veel volk te trekken ook. Eerlijk, ik was bang om de film te zien omdat ik er bijna té veel goeds over had gehoord, maar hoewel hij langzaam begint, breekt hij helemaal open en wordt hij intiem en episch tegelijk, op een heel onverwachtse manier, wanneer de meid ook eens buiten de stad gaat en de klassenverschillen enorm voelbaar worden. Het is een ode aan vrouwen over wie doorgaans geen films worden gemaakt, of toch niet op zo'n manier, met de bevallingscène als absoluut kippenvelmoment. Niet alles zit perfect qua ritme en sommige scènes lijken eruit te vallen, maar Roma is het soort film die je dat graag vergeeft, met zijn grandioze fotografie ook. Zijn Mexicaanse maten Alejandro González Iñárritu en Guillermo del Toro zijn ook goede filmmakers, maar met zijn metier en lef weet Cuarón zijn verhalen toch veel meer eer aan te doen.' Harmony Korine debuteerde op zijn 23e met Gummo (1997), een brutaal portret van Amerika's vergeten jeugd en werd prompt tot wonderkind gebombardeerd. Die belofte maakte de posterboy van generatie X pas vele jaren echt waar met dit etterende popartgedicht. In Spring Breakers schraapt hij opnieuw het dunne laagje beschaving van jongeren en hun leefwereld. Samen met de onvolprezen Belgische cameraman Benoît Debie schetst hij de fantasiewereld van millennials in bedwelmende fluokleuren, blaast hij hun lege dromen met een pompende soundtrack op en doorprikt hij die met sarcastisch plezier weer, in het gezelschap van James Franco (als gangsta met dreadlocks) en Selena Gomez en Vanessa Hudgens als tienermeiden die zich te pletter willen fuiven, zuipen en neuken tijdens spring break. De iets grijzer geworden Korine vond met deze wervelende satire op de tijdgeest zijn tweede jeugd, die blijkbaar even decadent en venijnig is als zijn eerste. (J.D.B.)De nummer 10 van de Knack Focus-redactie valt net naast het podium in de persoonlijke ranking van Patrick Duynslaegher, ex-hoofdredacteur van Knack Focus en voormalig artistiek directeur van Film Fest Gent.Duynslaegher: 'De Koreaanse cineast Lee Chang-dong weeft rond een gecompliceerde driehoeksverhouding tussen twee jonge mannen en een jonge vrouw (die halverwege de film verdwijnt) een even fascinerende als ongrijpbare bespiegelende thriller over realiteit en romantische illusie, over liefde, lust en creatie. Burning is tegelijk helder en raadselachtig, spannend en aandoenlijk, dubbelzinnig en concreet. Het is vooral ook een film die onder je huid kruipt en zeker niet voorbij is als het licht in de zaal weer aan gaat. Met deze les in mise-en-scène bewijst de regisseur van Oasis, Secret Sunshine en Poetry andermaal zijn meesterschap en unieke filmische visie. Die wist hij begin deze eeuw ook politiek te vertalen: twee jaar lang was hij minister van Cultuur en vanuit die functie zorgde hij voor een mentaliteitsverandering in een land waar op filmmakers (ondanks hun internationale succes) werd neergekeken.' Net als Quentin Tarantino klopt Nicolas Winding Refn geweld graag op tot groteske proporties. Aangezien dat nergens beter oogt dan in Hollywood, trok de Deen naar Los Angeles om er met Hugh Jackman een gespierde actiefilm à la Fast & Furious te draaien. Het draaide - gelukkig - anders uit. In plaats van een generische blockbuster werd Refns Amerikaanse debuut de optelsom van Ryan Gosling als stuntman die als vluchtchauffeur bijklust, een intiem drama over een fragiele burenrelatie én een hypergestileerde neonoirthriller die in de slipstream van Walter Hill en Michael Mann door de onderwereld van LA scheurt. Met Drive startte Refn zijn wilde rit door retro-Hollywood - zie ook The Neon Demon (2016) en Too Old to Die Young (2019) - en die mag nog wel even blijven duren. (J.D.B.)Katell Quillévéré, Mia Hansen-Løve, Rebecca Zlotowski, Mati Diop, Julia Ducournau, Alice Winocour: het afgelopen decennium stonden vele Franse regisseuses op met de kwaliteiten of de ambitie om de fakkel van Claire Denis over te nemen, maar er kan er maar één de beste zijn, en dat is Céline Sciamma. Zoveel was al duidelijk na Tomboy (2011) en het bruisende Bande de filles (2014) dat een stem en een gezicht gaf aan zwarte tienermeisjes uit de Parijse banlieues. Dit jaar overtrof ze zichzelf met Portrait de la jeune fille en feu, tegelijk een liefdesfilm zonder mannen die je zachtjes omverblaast, een speelse, perfect uitgevoerde kostuumfilm, een fascinerende filmische bespiegeling over kijken en bekeken worden en een vurig pleidooi voor kunst vanuit een vrouwelijk perspectief. De delicate uitbeelding van het ontvlammen van het verlangen beroert zowel het hoofd als het hart. Het is een kwestie van tijd voor Sciamma de Gouden Palm wint. (N.R.)Dat epische avonturenfilms zowel hart, hersenen als hormonenspiegel kunnen bespelen, bewees James Gray dit jaar nog met zijn melancholische ruimtereis Ad Astra. Maar zijn grootste verwezenlijking van het afgelopen decennium is deze broeierige biografische jungletrip. Daarin duikt Gray de Zuid-Amerikaanse jungle in in het zog van even geobsedeerde filmmakers als Werner Herzog, Stanley Kubrick en William Friedkin - én in dat van Percy Fawcett (Charlie Hunnam), de Britse ontdekkingsreiziger die in 1925 samen met zijn zoon in het Amazonegebied spoorloos verdween nadat hij er van overtuigd geraakt was dat hij sporen van een onbekende, stedelijke beschaving gevonden had. Qua zelfdestructieve gedrevenheid en dubbelzinnige motivaties moet Fawcett niet onderdoen voor de gedoemde grootstedelijke gangsters en geliefden uit Grays eerdere films, zoals Little Odessa (1994) en We Own the Night (2007). Ook nu toont de New Yorkse classicus zich een meesterverteller die zelfs in de jungle bij pellicule en een elegante, klassieke beeldvoering zweert. Het resultaat is een tijdloos avontuur dat je met donker, onrustig kloppend hart en vooral heel veel goesting doet verdwalen in een woud van politiek, exotiek en romantiek. (D.M.)Dat Todd Haynes zich thuis voelt in de fifties en weg weet met thema's als gedoemde passie en vrouwelijke (homo)seksualiteit, was al bekend sinds zijn ontroerende interraciale romance Far from Heaven (2002) en zijn loyale interpretatie van James M. Cains vrouwenkroniek Mildred Pierce (2011). Ook Carol, gebaseerd op Patricia Highsmith' roman The Prince of Salt, speelt zich af in een geromantiseerd en geherinterpreteerd (film)verleden, waarin hij deze keer Cate Blanchett opvoert als rijke pronkechtgenote en moeder van een dochtertje van tien. Aan geld, status en huiselijk comfort ontbreekt het haar niet, maar toch voelt ze een knagende leegte, die pas opgevuld wordt wanneer ze de timide en twintig jaar jongere Therese (Rooney Mara) ontmoet, een winkelbediende die zelf ook niet helemaal gelukkig is met haar aanstaande echtgenoot. Haynes, voormalig boegbeeld van de Amerikaanse new queer cinema, laat de klassen, generaties en seksen clashen in deze smachtende ballade die zich afspeelt in 1952, toen lesbische liefde een nog groter taboe was dan ontrouw. Bovendien etaleert hij samen met cameraman Ed Lachman opnieuw een exquis oog voor sfeer, geste, kleur en detail, met prachtige tableaus en elegante overgangen, alsof de schilderijen van Edward Hopper, de foto's van Ruth Orkin en Vivian Maier en hun in melancholie gesmoorde personages plots tot leven komen, in dit geval op de tonen van Carter Burwells melancholische muziek. Toch wordt Carol nooit zomaar een retrohommage aan de intens picturale melodrama's van weleer, toen Douglas Sirk de kleurenfilters en emoties in Hollywood overuren deed draaien. Door er een contemplatieve, wat afstandelijke voile overheen te draperen tracht Haynes ook de benepen tijdgeest van toen te dissecteren. Niet alleen doet dat Carol, waarin lipstick op een sigaret of een dreigende schaduw evenveel zegt als woorden, werken op meerdere niveaus, het wordt zo ook helemaal een film van het nostalgiezieke hier en nu, aangelengd met zelfs een vleugje Hitchcock op het einde. (D.M.) Gek, grotesk en geniaal: Leos Carax was het al ten tijde van Mauvais sang (1986) en Les amants du Pont-Neuf (1991). Ook in zijn eerste langspeler sinds Pola X (1999) laat de flamboyante Fransoos zijn geflipte fantasie radicaal maar beheerst de vrije loop, wat resulteert in een neodadaïstische sciencefictiontrip - bij gebrek aan een betere omschrijving - over een rijkaard die zich in een limo door Parijs laat voeren en tussendoor verschillende rollen speelt. Zo zie je Carax' kettingrokende fetisjacteur Denis Lavant muteren van bedelende zigeunerin over stervende bejaarde tot woest strontmonster, en tussendoor een duet zingen met Kylie Minogue en vettig knipogen naar klassiekers als Alphaville, Les parapluies de Cherbourg en Les yeux sans visage. Wat David Lynch digitaal deed in Inland Empire doet Carax hier op pellicule: een associatieve stoet aan scènes construeren die de magie van de zevende kunst illustreert, met als onderliggende thematiek: de waanzin van onze materialistische maatschappij waarin niets is wat het lijkt. Of anders verzint u maar een andere uitleg. Vive la folie! (D.M.)Na sociaal-realistische drama's als Red Road en Fish Tank trok Andrea Arnold voor deze roadmovie naar de States om er met een roedel jonge wolven naar de onderbuik van the land of the free te luisteren. Tijdens hun wilde rit door de Midwest schetst de cineaste - die samen met Lynne Ramsay en Cleo Barnard een frisse, feminiene bries doorheen de Britse cinema liet waaien- een ontnuchterend portret van een natie in verval. Hoofdpersonage is de achttienjarige Star (Sasha Lane), die overdag van deur tot deur leurt met magazines om dollars te sprokkelen die ze 's avonds aan drank en drugs verbrast. Dat dak- en richtingloze leven is de hoge prijs die ze moet betalen voor een plek in een harde, materialistische wereld die outcasts als zij liever negeert. Dat gevoel van miskenning kent ook Arnold. Na het succes van American Honey werd ze met zoete beloftes gelokt om het tweede seizoen van de tv-serie Big Little Lies in te blikken, om vervolgens te moeten toezien hoe de mannelijke showrunner (Jean-Marc Valléé) haar werk verbrodde. Moeten vrouwelijke regisseurs zich in het decennium waarin Chantal Akerman en Agnès Varda het tijdelijke voor het eeuwige wisselden en MeToo en Time's Up het levenslicht zagen zich nog altijd verantwoorden voor hun plaats achter de camera? Bollocks! (J.D.B.)Geen enkele andere film van de tens deed kijkers zo bleek wegtrekken als Son of Saul. Het Oscarwinnende debuut van de Hongaar László Nemes, een protegé van Béla Tarr, kwam vanuit het niets en werd gelauwerd als de anti- Schindler's List. Nemes volgt in Auschwitz-Birkenau een gedoemd Hongaars lid van een Sonderkommando, een gevangene die een verlengd leven krijgt om lijken in de gaskamers op te ruimen. Het resultaat is een danteske afdaling in de doodsmachinerie van de nazi's, een radicale film over het onvoorstelbare waarin de onophoudelijke, vaak desoriënterende close-ups en point-of-viewshots de uitroeiing van de Joden demystificeren. Son of Saul heropende het debat over hoe je de horror van de vernietigingskampen visueel reconstrueert, en of je dat überhaupt kunt doen. Met zijn immersieve camerawerk is Nemes' helletrip een weerzinwekkende dreun die de verwoesting van de Shoah toont. Wrang, dwingend, hallucinant én essentieel. (S.H.)Ook al kreeg de documentaire film het afgelopen decennium een steeds prominentere plek in de bioscoop, toen The Act of Killing verscheen, was het toch alweer tien jaar geleden dat iemand het genre nog eens duchtig door elkaar had geschud (meer bepaald Michael Moore met Bowling for Columbine). Joshua Oppenheimer trok naar Indonesië om aan massamoordenaars te vragen of ze de genocide van de jaren zestig nog eens wilden naspelen, die destijds het leven heeft gekost aan meer dan een miljoen al dan niet vermeende communisten. In het hallucinante The Act of Killing herbeleven de bejaarde beulen hun misdaden met pervers genoegen. In The Look of Silence blikt Oppenheimer twee jaar later opnieuw terug op diezelfde periode, dit keer via een slachtoffer: een oogarts die nog regelmatig oog in oog staat met de mannen die zijn broer hebben vermoord, waarbij hij weer de fragiele grens tussen geschiedenis en geweten opzoekt. Zelden speelde een filmmaker zo'n ziekelijk spel met feit en fictie om een vergeten gruwelgeschiedenis op het netvlies van de wereld te branden. (J.D.B.)Velen keken verbaasd op toen de Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul in 2010 in Cannes de Gouden Palm in handen gedrukt kreeg van Tim Burton en zijn collega-juryleden. Wie zijn arthouseparels Tropical Malady (2004) en Syndromes and a Century (2006) had gezien, was daarentegen een stuk minder verwonderd. Ook in zijn prijsbeest trekt Weerasethakul de jungle in, dit keer in het zog van de terminaal zieke Uncle Boonmee, die naar zijn geboortedorp terugkeert om er na te denken over de nakende dood en zijn reïncarnatie. En passant komen de geesten van zijn overleden vrouw en zijn tot aapmens gemuteerde zoon langs, en je krijgt er een seksscène met een vis en een natuurgodin bovenop. Het resultaat is een radicaal origineel filmgedicht over herinneringen, metamorfoses en de mysteries van het leven, losjes gebaseerd op de roman van de boeddhistische monnik Phra Sripariyattiweti. Pure, contemplatieve cinema om in lotushouding bij weg te dromen, van een beeldkunstenaar die de kloof tussen bioscoop en museum probleemloos weet te dichten. (D.M.)Do Androids Dream of Electric Sheep? vroeg cultschrijver Philip K. Dick zich in 1968 af. Het antwoord op die vraag is onzeker, maar het staat buiten kijf dat mensen kunnen dromen van androïden die dromen van een ziel. Ridley Scott brouwde in 1982 het verbluffende Blade Runner uit Dicks verhaal. In 2017 vroeg Denis Villeneuve, de Canadese regisseur die het decennium kleurde met Prisoners (2013), Enemy (2013), Sicario (2015) en Arrival (2016), Ryan Gosling om Harrison Ford op te volgen als jager op replicants die gekweld worden door existentiële vragen. De motieven, de sombere grandeur, de romantiek en de droefgeestigheid van het origineel zette hij liefdevol verder. Het production design en de adembenemende cinematografie van Roger Deakins zaaiden twijfel: keek je naar een blockbuster of naar een kunstinstallatie? Met het grootst mogelijke cinematografische geweld sciencefiction naar een hoger niveau tillen: dat belooft voor Villeneuves volgend project, Dune. (N.R.)