De kans dat u nog nooit van Saul Bass hebt gehoord, is reëel. De kans dat u nog nooit iets van hem hebt gezien, is haast onbestaande. Hij tekende de alom bekende logo's van Minolta, Warner, Geffen, AT&T en United en Continental Airlines, maar Bass ontwierp vooral de posters en titelsequensen van tal van filmklassiekers. Die kronkelende spiraal waar James Stewart in opgezogen lijkt te worden in Alfred Hitchcocks Vertigo (1958)? Dat silhouet met de onsamenhangende ledematen waarmee Otto Premingers Anatomy of a Murder (1959) opent? De grafisch al even expressieve credits van Spartacus (1960), West Side Story (1961) of - veel later - Goodfellas (1990)? Ze ontsproten stuk voor stuk aan de soepele tekenpen en onuitputtelijke verbeeldingskracht van graficus Saul Bass, die zo - bij voorkeur in dynamische lijnen en felle tinten - mee de popculturele canon van de twintigste eeuw kleurde.
...

De kans dat u nog nooit van Saul Bass hebt gehoord, is reëel. De kans dat u nog nooit iets van hem hebt gezien, is haast onbestaande. Hij tekende de alom bekende logo's van Minolta, Warner, Geffen, AT&T en United en Continental Airlines, maar Bass ontwierp vooral de posters en titelsequensen van tal van filmklassiekers. Die kronkelende spiraal waar James Stewart in opgezogen lijkt te worden in Alfred Hitchcocks Vertigo (1958)? Dat silhouet met de onsamenhangende ledematen waarmee Otto Premingers Anatomy of a Murder (1959) opent? De grafisch al even expressieve credits van Spartacus (1960), West Side Story (1961) of - veel later - Goodfellas (1990)? Ze ontsproten stuk voor stuk aan de soepele tekenpen en onuitputtelijke verbeeldingskracht van graficus Saul Bass, die zo - bij voorkeur in dynamische lijnen en felle tinten - mee de popculturele canon van de twintigste eeuw kleurde. 'Saul Bass was niet zomaar een kunstenaar die een bijdrage heeft geleverd aan sommige van de beste films uit de geschiedenis', vindt Steven Spielberg, die in 1993 een affiche voor zijn Schindler's List bij Bass bestelde. 'Zijn oeuvre maakt van hem een van de beste filmmakers aller tijden.' En Hollywoodtitaan Spielberg is lang niet de enige die er zo over denkt. Filmgenerieken waren tot diep in de jaren vijftig doorgaans niet meer dan een statische opsomming van namen. Bass was de eerste die er heuse preludes en epilogen van maakte, kunstige miniaturen die op zichzelf stonden, met letters en lijnen die plots ook bewogen, met een gestileerde, soms tot op het bot ontbeende iconografie die de teneur en thematiek van de hoofdbrok uitstippelde. Wanneer er strakke lijnen verschijnen over de glimmende, modernistische kantoorgebouwen waarmee North by Northwest (1959) opent - alsof een spinnenweb op glas, staal en aluminium gesponnen wordt - dan weet je nog voor je 'directed by Alfred Hitchcock' op een van die lijnen leest dat de paranoia en suspense gestaag zullen toenemen. Of kijk naar de begintitels van Martin Scorsese's hartverscheurende The Age of Innocence (1993), met zijn bloeiende bloemen verpakt in laagjes kant, zoals de hunkerende personages straks versmacht zullen worden door hun verlangens. Het zijn simpele, plastische ideeën, maar ze zijn krachtig, sprekend en komen direct binnen, wat van Bass - meer dan een bevlogen vormgever - een meesterlijk regisseur van letters, lijnen en kleuren maakt. *** Bass, zoon van Joods-Russische immigranten, werd op 8 mei 1920 geboren in de Bronx en groeide op tijdens de Grote Depressie. Op zijn zestiende ging hij aan de slag bij een reclamebureau, terwijl hij 's avonds tekenlessen volgde. Een van zijn eerste betaalde klussen was posters voor films van Warner Brothers zetten. Zijn artistieke ontwaking kwam er in 1944, toen Gÿorgy Kepes zijn mentor werd, de befaamde Hongaarse designer, kunsttheoreticus en Bauhaus-adept. Hij bracht Bass de beginselen van het modernisme bij en leerde hem wat de psychologische en sociale taken van een ontwerper zijn, iets wat zich later zou vertalen in Bass' onbezoldigde werk voor Girl Scouts of America, Human Rights Watch en de Special Olympics, waarvoor hij de logo's ontwierp. In 1946 vervoegde Bass een groot reclamebureau in LA, waar zijn carrière al snel een hoge vlucht nam (en waar hij zijn tweede vrouw Elaine ontmoette, met wie hij in 1961 trouwde en tot aan zijn dood in 1996 zou samenwerken). De lucratieve opdrachten voor bedrijfslogo's, tv-spots, posters, verpakkingen, fonts en platenhoezen stroomden binnen, maar al snel werd het Bass duidelijk dat zijn hart bij Hollywood lag. Het was een periode waarin het oude studiosysteem aan het sputteren sloeg. Maar de crisis - op gang getrokken door de opkomst van tv en conservatieve keuzes die almaar minder in tune bleken met de vrijere tijdgeest - betekende ook dat sommige regisseurs stilaan meer artistieke vrijheid kregen. Toen regisseurs als Otto Preminger, Alfred Hitchcock, Billy Wilder en Stanley Kubrick nieuwe, expressieve manieren zochten om hun werk een persoonlijker cachet te geven, vonden ze in Bass de geknipte titelontwerper en 'visual consultant'. Zijn doorbraak in de filmwereld forceerde Bass in 1955 met zijn innoverende, modernistische ontwerp voor The Man with the Golden Arm van Preminger, met wie hij maar liefst dertien keer zou samenwerken. In die film zoomt Preminger in op een jazzdrummer die aan heroïne is verslaafd, een rol voor Frank Sinatra (voor wie Bass het jaar daarop ook de prachthoes van het album Tone Poems of Color ontwierp). Met enkele stukken papier die een arm, aders en naalden suggereren, en die op een grillige manier in en uit elkaar schuiven, vat Bass de plot en de tragiek van de film samen nog voor het eerste shot oplicht. Die ronduit revolutionaire titelsequens én dito poster sloegen in als een bom en maakten van Bass al snel de meest gevraagde designer van Hollywood. In 1960 alleen al ontwierp Bass bijvoorbeeld de posters en credits voor Exodus, Psycho, The Facts of Life, Ocean's 11 en Spartacus, en vele klassiekers zouden volgen. Maar daar bleef het niet bij. Verschillende regisseurs deden ook beroep op hem als visual consultant, een vage term die impliceerde dat hij naast de begin- en eindtitels ook het totaalontwerp overzag, het storyboard tekende en verschillende scènes ontwierp. De epische veldslag met de brandende boomstammen en clashende cohorten op het einde van Stanley Kubricks Spartacus? De naar verbrand rubber geurende racescènes uit John Frankenheimers Grand Prix? Het allereerste dansnummer van de modernistische hitmusical West Side Story, op muziek van Leonard Bernstein? Bass ontwierp ze shot voor shot, was zelf op de set aanwezig en stond soms zelfs achter de camera. 'The man with the golden pen' had ook een sleutelrol bij de legendarische douchescène uit Hitchcocks huiverklassieker Psycho, met zijn kort gecoupeerde, op het ritme van de snerpende snaren van componist Bernard Herrmann gemonteerde shots. Zelf claimde Bass die van begin tot eind geregisseerd te hebben, maar dat heeft zowel Hitchcock als hoofdrolspeelster Janet Leigh ontkend, of alleszins genuanceerd. Toch zijn filmhistorici het erover eens dat Bass als 'pictorial designer' van Psycho hoe dan ook van cruciaal belang was voor wat nog altijd de beroemdste moordscène uit de filmgeschiedenis is. Niet alleen was hij het die het 48 pagina's tellende storyboard ervan ontwierp, Bass blikte ook een versie met een stand-in in om Hitch, die doorgaans liever met langere takes werkte, ervan te overtuigen dat zijn innoverende concept zou werken. Het auteurschap van de douchescène is een van de bekendste welles-nietesdiscussies uit de filmcanon, maar Bass regisseerde ook films waar geen enkele twijfel over zijn merites bestaat. Samen met zijn vrouw en creatieve partner Elaine Makatura Bass schreef, ontwierp en schoot hij verschillende kortfilms, waaronder de documentaire Why Man Creates (1968), een filmessay over wat het concept creativiteit zoal omhelst en waarvoor het koppel zelfs een Oscar won. In 1974 draaide hij zijn eerste en enige fictielangspeler: het bizarre, zelden vertoonde maar visueel vernuftige sciencefictioncuriosum Phase IV. In dat ecologische doemvisioen (waarin overigens 's werelds allereerste graancirkel te spotten valt) krijgt de aarde af te rekenen met superslimme mieren met gevoel voor geometrie, voor Bass het perfecte excuus om zowel achter de camera als in de montagekamer al zijn designlusten bot te vieren. 'If Saul Bass can die, none of us are safe', sprak Ray Bradbury ooit, auteur van de dystopische romanklassieker Fahrenheit 451 (en scenarist van Elaine en Saul Bass' scifikortfilm The Quest uit 1983). In 1996 overleed Bass op zijn 75e aan kanker, wat van zijn credits voor Martin Scorsese's Casino meteen zijn allerlaatste maakte. Daarin zie je hoe Robert De Niro's maffioze personage opgeblazen wordt in zijn auto, waarop de vlammen naadloos overgaan in de nog rapper consumerende neonlichten van Las Vegas, waar ook nog eens een silhouet doorheen spint, als in een dodelijke draaikolk van lust, macht en hebzucht. Misschien dat Saul Bass kan doodgaan, maar zijn grandioze, intens picturale ontwerpen leven gelukkig voor eeuwig en altijd.