Een groot voordeel is dat we nu echt naar hartenlust online kunnen vergaderen, online kunnen kopen, online kunnen aperitieven, online sportlessen, yoga of kookcursussen kunnen volgen, online kunnen passen, zoeken, bestellen, ontmoeten, plannen en betalen.
...

Een groot voordeel is dat we nu echt naar hartenlust online kunnen vergaderen, online kunnen kopen, online kunnen aperitieven, online sportlessen, yoga of kookcursussen kunnen volgen, online kunnen passen, zoeken, bestellen, ontmoeten, plannen en betalen. En dat we dus intussen allemaal gezien hebben hoe ongelooflijk stom dat is. Want dat is het. Stom. Online leven is stom. Online je vluchten kopen en je betalingen maken: fantastisch. Online een pintje drinken met een kom chips naast je laptop: belachelijk. Ik doe er niet aan mee, ik geloof er niet in en het werkt op mijn zenuwen. Een werkbare stelregel lijkt me: als het om interactie met een machine of een systeem gaat, dan is online beter. Als het om contact met een mens gaat, vergeet dan als een aapje in een kooi voor een slechte camera zitten gapen, met die halve seconde delay en de wifi van de Joris die altijd hapert. Er is niks aan al die videotoepassingen dat beter is dan een telefoongesprek. Oké, als je de glimlach of het lijf van je lief te lang hebt gemist, maar dan nog. Wat ga je doen, het scherm strelen of aan je iPad ruiken? We hebben het weer helemaal fout begrepen, denk ik. Daarom deze theoretische, extreem gestelde vraag: Stel dat je moet kiezen tussen een rurale, eenvoudige samenleving met gewoon menselijk contact of een hypertechnologische, superrijke samenleving waarin je niet met anderen in contact mag komen buiten de drie mensen die in dezelfde hub leven, wat kies je dan? Inderdaad, dat dacht ik ook. We kunnen veel betere oplossingen vinden om niet met een miljoen in dezelfde file te staan, niet met honderd man rond een koffieapparaat te staan wiegelen of niet in elkaars vuiligheid in een metro te zitten dan te doen wat we altijd deden, maar dan via fucking Zoom. Want wat we nu schijnbaar zoeken, zijn manieren om ons aloude kantoorleven toch verder te zetten, maar dan met zo weinig mogelijk van het enige wat dat werk draaglijk houdt: een sociale dimensie, wat afwisseling, interactie. Slimmer zou zijn om de flexibiliteit niet zozeer te zoeken in tele-whatever, maar op een menselijker niveau te zoeken naar hoe we allemaal ons werk kunnen doen zonder elkaar constant voor de voeten te lopen. Gek idee, maar misschien is het niet strikt noodzakelijk dat 90 procent van de mensen op precies dezelfde uren in dezelfde vier steden moet zijn? De economie staat nooit stil dus we kunnen haar normaal enkel gaandeweg aanpassen. Dat duurt vaak lang en gaat in kleine stappen. Nu is er een afgedwongen maar daarom niet minder unieke kans om tijdens een soort van time-out met een paar gewoontes te breken. Als er al een doel is, dan zou dat moeten zijn om het systeem menselijker te maken zodat de economie ons kan dienen, in plaats van met de valse heiligheid van nieuwe technologische 'oplossingen' het allemaal nog eens wat killer, afstandelijker en asocialer te maken. Behalve als de hoop is dat straks werkelijk iedereen thuis zit met een depressie - sorry: een 'burn-out'. Wel net zo handig, dat snap ik wel, want daar kunnen ze dan gewoon inloggen en teledoorwerken.