Dat Sjatsjko topless actie voerde, dat weten de meesten wel. Veel minder bekend is dat ze van kindsbeen af een getalenteerde schilderes was.
...

Dat Sjatsjko topless actie voerde, dat weten de meesten wel. Veel minder bekend is dat ze van kindsbeen af een getalenteerde schilderes was. Sofie Muller: Haar oeuvre is klein maar intens. Als gelovig orthodox meisje had ze traditionele iconen leren schilderen, die ze later van radicale religieuze en politieke boodschappen heeft voorzien. Vanwege haar feministische acties is ze Oekraïne moeten ontvluchten en is ze in Parijs beland. Daar bestaat een stichting die haar werk beschermt. Dankzij curator Azad Asifovitsj zullen die iconen nu, voor het eerst sinds haar dood vorig jaar, in België te zien zijn. Wat is de verbindende factor tussen jouw en haar kunst? Muller: Het gebruik van organische materialen. Zij maakte haar iconen met tempera, eigeel en goud, ik werk met albasten tegels die ik met mijn eigen bloed beschilder. De derde kunstenares in de expo, Katya Ev, gebruikt melk op hout. Albast is voor mij het materiaal dat het dichtst bij de menselijke huid aanleunt. Ik werk ook met rook en met een inkt die ik heb gemaakt van as en verbrand haar. Het lichaam, de kwetsbaarheid, het vrouw zijn: daar gaat de tentoonstelling over. Je hebt voor ons een lijvige tussenstand voorbereid, Sofie, dus vamos. Muller: Een roman die ik twee jaar geleden heb gelezen maar die nog bijna maandelijks in mijn hoofd opduikt, is Mr Gwyn van Alessandro Baricco. De succesvolle fictieschrijver uit de titel nodigt modellen uit zoals een schilder zou doen, om ze te bestuderen en daarna te portretteren, maar dan met woorden. Heel knap en vooral visueel geschreven, waardoor ik het niet kan vergeten. We hebben dat boek trouwens met verschillende mensen gelezen en besproken, hier bij mij thuis. Een leesgroepje zowaar. Muller: Dat nu even stilligt, maar we hebben ook een filmgroepje - ik heb een kleine bioscoop in mijn kapel - waarmee we onlangs Cléo de 5 à 7 (1962) van Agnès Varda hebben bekeken. Het speciale aan die film is dat het hoofdpersonage constant in real time wordt gevolgd, wat toch wel bijzonder was voor die tijd. Cléo denkt kanker te hebben en wacht de uitslag van het onderzoek af. Ze wandelt, neemt de tram, praat met mensen. Maar vervelen doet het niet. Daarvoor is het allemaal te menselijk en natuurlijk, ondanks die experimentele vorm. Wat me ook is bijgebleven, is het stuk Sylvia Plath van Fabrice Murgia, gezien in het Théâtre National in Brussel. Dat was zowel film, theater als musical, met An Pierlé als muzikante maar ook actrice. Verder heeft de expo van de ook al jong gestorven Hugo Debaere, in Bruhaus in Waregem, me naar de keel gegrepen. Hij maakte veel hangende sculpturen van lichaamsdelen vervaardigd uit dierenmest, lijm en jute. Sterk, maar hevig! Ach, alleen feelgood gaat ook rap vervelen. Muller: 't Is dat.