Cloostermans' liefde voor tv-series dateert van een jaar of acht jaar geleden, toen hij zichzelf in een periode waarin hij zich gedeprimeerd voelde een stevig shot van doktersserie House M.D. toediende. Later volgden onder andere The West Wing, Deadwood,Carnivàle, Game of Thrones en Breaking Bad.
...

Cloostermans' liefde voor tv-series dateert van een jaar of acht jaar geleden, toen hij zichzelf in een periode waarin hij zich gedeprimeerd voelde een stevig shot van doktersserie House M.D. toediende. Later volgden onder andere The West Wing, Deadwood,Carnivàle, Game of Thrones en Breaking Bad.Lang vond ondergetekende House M.D. het perfecte slaapmiddel: telkens dezelfde verhaaltjes, door VTM slim geprogrammeerd rond middernacht. De bromstem van zeurpiet Hugh Laurie had op mij hetzelfde effect als een valiumtablet. Maar voortaan kan ik enkel medelijden voelen met de mankende dokter zonder doktersjas die net als de door Cloostermans weer tot leven gewekte obscure Franse negentiende-eeuwse schrijver Alphonse Daudet aan chronische pijn lijdt. Daudet was een syfilislijder en beschreef in zijn boek La doulou op treffende wijze hoe niet-aflatende pijn iemand tot wanhoop drijft. Of in het geval van de briljante smeerlap Gregory House: tot een verslaving aan zware pijnstillers en extreme misantropie. Er is weinig in te brengen tegen Mark Cloostermans' vaststelling dat de voorbije twintig jaar tv-series enkel aan belang gewonnen hebben. En dat veel van die series kwalitatief hoogstaande pareltjes zijn met artistieke diepgang, waar gerenommeerde acteurs en regisseurs Hollywood graag links voor laten liggen. Cloostermans kent zijn literaire klassiekers en toont bij welke meesters de makers van die reeksen al dan niet bewust de mosterd haalden. Zo ontleedt hij in het zeer lezenswaardige hoofdstuk Was het maar alle dagen maandag de fantastische serie Mad Men, over het wedervaren van een Amerikaans reclamebureau in de jaren 60. Bedenker, scenarist, regisseur en producer Matthew Weiner heeft nooit een geheim gemaakt van zijn invloeden, waaronder literair monument John Cheever. Met nauwelijks verholen plezier spit Cloostermans de kortverhalen van Cheever uit op zoek naar blauwdrukken voor de afleveringen die Weiner bouwde rond Don Draper en co. In andere hoofdstukken legt hij voor de hand liggende verbanden tussen een man als Walter White uit Breaking Bad en Goethes Faust, maar gaat hij ook op zoek naar minder voor de hand liggende linken, zoals die tussen The West Wing en Thomas Mores Utopia. In artikels waarin Cloostermans in zijn hoedanigheid van recensent vernoemd wordt, duikt vaak het bijvoeglijk naamwoord 'gevreesde' op. Met Spoiler heeft hij nu zijn eigen voer voor recensenten uit. Collega's die ooit een boek geschreven hebben dat hij de grond in boorde, doppen hun pen vermoedelijk verwachtingsvol in vitriool. Ze zijn eraan voor de moeite, want voor wie van intelligente televisie en goede literatuur houdt, is Spoiler een uitstekende gids.