In De acht bergen, de roman die Paolo Cognetti drie jaar geleden vanuit zijn berghut in de Valle d'Aosta naar de toppen van het internationale literaire hooggebergte katapulteerde, komt een scène voor die in de Himalaya speelt. Meer zelfs, die hele roman is opgebouwd als een flashback, waarbij de verteller vanuit die bergen terugblikt op zijn jeugd in de Italiaanse Alpen. In de bewuste scène legt een oude Nepalees aan de verteller uit dat in het wereldbeeld van zijn cultuur het centrum van de wereld de berg Sumeru is, waar acht kleinere bergen omheen liggen. Wie zal op het einde van zijn leven meer geleerd hebben, zo besluit hij zijn exposé, hij die Sumeru beklommen heeft, of hij die de tocht langs de acht bergen heeft gemaakt?
...

In De acht bergen, de roman die Paolo Cognetti drie jaar geleden vanuit zijn berghut in de Valle d'Aosta naar de toppen van het internationale literaire hooggebergte katapulteerde, komt een scène voor die in de Himalaya speelt. Meer zelfs, die hele roman is opgebouwd als een flashback, waarbij de verteller vanuit die bergen terugblikt op zijn jeugd in de Italiaanse Alpen. In de bewuste scène legt een oude Nepalees aan de verteller uit dat in het wereldbeeld van zijn cultuur het centrum van de wereld de berg Sumeru is, waar acht kleinere bergen omheen liggen. Wie zal op het einde van zijn leven meer geleerd hebben, zo besluit hij zijn exposé, hij die Sumeru beklommen heeft, of hij die de tocht langs de acht bergen heeft gemaakt? In zijn nieuwe boek, Zonder de top te bereiken, komt Cognetti terug op die vraag en legt hij een wezenlijk verschil bloot tussen de boeddhistische manier om ze te beantwoorden en de westerse. Westerlingen willen altijd naar de top, ze willen er een kruis planten om te tonen dat ze er geweest zijn en hun eigendom claimen. Ze willen bezitten. Boeddhisten gaan liever rond de berg, waardoor ze hem van alle kanten kunnen bekijken. Ze willen hem immers begrijpen. Wat de consequenties zijn van de westerse, invasieve aanpak van de wereld ontdekte Cognetti toen hij in 2017 samen met negen andere landgenoten naar Nepal trok, niet om er hoge toppen te beklimmen, want dat zou hij met zijn hoogteziekte (waardoor hij misselijk wordt bij te weinig zuurstof in de lucht) toch niet gekund hebben, maar om er een maand lang door dalen en over plateaus te wandelen, en de toppen van alle kanten te bekijken. Naast zijn twee vrienden Nicola en Remigio nam Cognetti op die reis een exemplaar mee van Peter Matthiessens De sneeuwluipaard (1978), een boek waarin de man die een kwarteeuw eerder aan de wieg had gestaan van het befaamde literaire tijdschrift The Paris Review beschrijft hoe hij naar Nepal trok om spiritueel te herbronnen en daarbij een aantal passen nam die ook de Cognetti-clan zal volgen. Dag na dag trekken de tien Italianen, hun twaalf lokale begeleiders en de vijfentwintig muildieren met proviand en kampmateriaal verder de bergen in, op zoek naar de traditionele Tibetaanse cultuur die contradictorisch genoeg alleen nog in Nepal bestaat omdat ze in China deskundig van de kaart is geveegd. Maar hoe lang zal het duren voor dat ook in Nepal het geval is, vraagt Cognetti zich af wanneer hij ziet hoe de Chinese, qua attitude net zo invasieve invloed hand over hand toeneemt in de Tibetaanse uithoek van Nepal. Er werd altijd gevreesd dat de oude Tibetaanse cultuur zou sterven aan voedselschaarste, schrijft hij, maar het zal eerder aan China zijn, en zijn vrachtwagens vol koopwaar en illegale verstekelingen, die de rivierbeddingen in een stort veranderen. Zonder de top te bereiken is geen onaardig boek, maar van Cognetti hadden we eerlijk gezegd meer verwacht. Het is allemaal een beetje mat en vlak. Hij doet nog wel een poging om wat extra leven in het boek te steken door een zwerfhond te introduceren die hij hoe langer hoe meer gaat beschouwen als een reïncarnatie van Matthiessen, maar ook die vondst gaat uiteindelijk vervelen.