Walt Whitman begon zijn carrière als antwoord op een knelpuntvacature. De Verenigde Staten waren in 1776 onafhankelijk geworden, maar merkten zeventig jaar later dat ze al hun energie in handel, oorlog, en diplomatie hadden gestopt, en vergeten waren een eigen cultuur en literatuur uit te bouwen. De vacature voor een nationale dichter werd uitgeschreven door Ralph Waldo Emerson, een theoloog, filosoof en publiek spreker die de Verenigde Staten opriep om nu eindelijk ook cultureel onafhankelijk te worden.
...

Walt Whitman begon zijn carrière als antwoord op een knelpuntvacature. De Verenigde Staten waren in 1776 onafhankelijk geworden, maar merkten zeventig jaar later dat ze al hun energie in handel, oorlog, en diplomatie hadden gestopt, en vergeten waren een eigen cultuur en literatuur uit te bouwen. De vacature voor een nationale dichter werd uitgeschreven door Ralph Waldo Emerson, een theoloog, filosoof en publiek spreker die de Verenigde Staten opriep om nu eindelijk ook cultureel onafhankelijk te worden. In zijn essay The Poet uit 1844 beschrijft Emerson het ideale profiel van zo'n dichter: de ideale kandidaat moet de natuurlijke, geografische, en demografische diversiteit van Amerika benoemen en bezingen. Hij moet de energie en contradicties van Amerika in woorden vatten, en zich daarbij niet laten knechten door traditionele regels of formats. Hij moet door oppervlakkige verschillen en spanningen heen kijken en ze verbinden met wat Emerson zonder ironie 'the Whole' of 'the Universe' noemt. Overtrokken verwachtingen in vacatures zijn van alle tijden, en Emersons m/v/x met talent moet behalve literaire ook visionaire en profetische competenties hebben. Geen wonder dat het elf jaar duurde voor de vacature werd ingevuld . De jonge Whitman had een nogal chaotisch cv--drukker, leraar, uitgever, journalist, recensent, romanschrijver--maar in Emersons vacature herkende hij de job van zijn leven. In 1855 verscheen de eerste editie van Walt Whitmans Leaves of Grass, en die veranderde de Amerikaanse literatuur voor altijd. Het gooide alle poëtische conventies overboord en koos radicaal voor free verse. In lange, ademloze zinnen vatten Whitmans gedichten de extatische werkelijkheid van Amerika. Ze bestaan voor een groot deel uit zogenaamde catalogs, euforische en schier eindeloze opsommingen van stukken Amerikaanse werkelijkheid (Mensen! Dieren! Planten!) die zo voor de eerste keer deel worden van de Amerikaanse literaire verbeelding. Whitmans poëzie is radicaal inclusief en egalitair: 'Not an inch nor a particle of an inch is vile', en 'every atom belonging to me as good belongs to you.' Whitman treedt in zijn gedichten (en vooral in zijn bekendste gedicht, Song of Myself) op als een gulzig en sensueel lichaam dat de natuur liefst erotisch beleeft en als een stem die poëzie als een oprisping of een barbaarse schreeuw beschouwt.Leaves of Grass belichaamt de essentie van Amerika. Het toont dat de Verenigde Staten, in Whitmans woorden, zelf 'the greatest poem' zijn. 'I am large, I contain multitudes': Whitman toont de Amerikanen dat ze in al hun verscheidenheid deel zijn van een groter geheel. Whitman gaf aan Emersons knelpuntvacature een nogal megalomane invulling, niet alleen in Leaves of Grass, maar ook bijvoorbeeld in elegieën voor de overleden president Lincoln. Die grandioze ambitie is sindsdien de jobinhoud van Amerikaanse dichters blijven bepalen. De fantasie van een poëzie die een natie kan vormen heeft iets onweerstaanbaars; tegelijkertijd hebben de 160 jaar sinds Leaves of Grass getoond dat koortsdromen over kunstig geboetseerde nationale eenheid niet altijd even geweldig zijn. Neem het voorbeeld van Ezra Pound, de centrale figuur in het Amerikaanse modernisme in de eerste helft van de twintigste eeuw. Pound moest niks hebben van de vulgaire, lichamelijke, en licht hysterische stijl van Whitman; voor Pound moest de Amerikaanse poëzie streven naar een harde, emotieloze, en bewust onpersoonlijke beeldtaal - naar alles wat Whitman niet was. Alleen, Pound hoopte ook dat die poëzie de maatschappij ingrijpend zou omvormen, en dus moest hij zich wel met het gehate voorbeeld van Whitman verzoenen. In zijn gedicht A Pact begraaft Pound de Oedipale strijdbijl ('I have detested you long enough') en besluit dat er met de erfenis van Whitman zaken te doen zijn: 'Let there be commerce between us'. De combinatie van Pounds modernistische experimenten en Whitmans populistische inspiratie leidde niet tot de mooie nieuwe wereld die Pound voor ogen had. Maar in de jaren '30 waren er alternatieve opties. Pound vestigde zijn hoop op Benito Mussolini en vulde meer dan honderd uitzendingen op de Italiaanse radio met monologen over poëzie, over Joodse complotten en tegen de Verenigde Staten. Alleen een arts die bereid was om hem krankzinnig te verklaren redde Pound van een veroordeling voor hoogverraad. Wat was begonnen als een update van Whitman, ontspoorde tot rauw fascisme. En misschien is die stap helemaal niet zo groot als hij lijkt. Er schuilt namelijk al een totalitaire verleiding in Whitmans literaire project. Voor Emerson moet de nationale dichter verschillen en tegenstellingen overstijgen door ze in te schrijven in een omvattende eenheid--de natuur, de kosmos, Amerika. Whitman, op zijn beurt, ziet zichzelf als 'the equalizer of his age and land', als een dichter voor slaven én voor meesters. Dat is niet zomaar een metafoor: in 1855 was slavernij nog een realiteit in de Verenigde Staten, en een paar jaar later zouden spanningen over slavernij ontaarden in een burgeroorlog. De principiële inclusiviteit van Whitmans poëzie kan niet anders dan verschillen tussen meester en slaaf en tussen blank en zwart ondergeschikt maken aan een hogere eenheid; het kan niet anders dan de fundamentele dissonanties van de Amerikaanse samenleving overstemmen in een kosmische harmonie. En dat is een probleem: als Whitman schrijft dat 'the attitude of great poets is to cheer up slaves and horrify despots', vergeet hij dat slaven minder nood hebben aan good vibes dan aan, bijvoorbeeld, het afschaffen van de slavernij.Whitmans versie van Amerika lijkt alleen maar universeel omdat ze blind blijft voor de kleurlijn die nog steeds door de Amerikaanse samenleving heen loopt. Langston Hughes, de belangrijkste Afrikaans-Amerikaanse dichter in de eerste helft van de twintigste eeuw, onderstreept dat in zijn gedicht I, Too. Het gedicht begint met de zelfbewuste mededeling dat 'I, too, sing America', en het herinnert Amerika eraan dat 'the darker brother' nog geen eigen stem heeft in de Amerikaanse literatuur. Hughes benadrukt dat de stem van zwart Amerika niet langer nood heeft aan blanke woordvoerders, en nog veel minder aan zelfverklaarde vertegenwoordigers van het algemene belang. 'I, too, am America': de laatste regel van het gedicht beklemtoont dat een poëzie zonder zwarte stemmen onmogelijk een volledig beeld kan schetsen van Amerika. Net als andere dichters in de zogenaamde Harlem Renaissance, de eerste zelfbewust zwarte Amerikaanse poëziestroming, insisteert Hughes op de gapende kloof tussen zwarte en blanke levens. Dezelfde boodschap staat voorop in een van de meest succesvolle Amerikaanse poëziebundels van de laatste jaren, Claudia Rankine's Citizen: An American Lyric. De titel en ondertitel echoën ondubbelzinnig Whitmans ambitie om Amerikaans burgerschap literair te definiëren, maar Rankine benadrukt vooral radicale verschillen in de manier waarop verschillende groepen dat burgerschap beleven. Rankine schrijft over het racisme dat Serena Williams te beurt valt, en over de micro-agressie (scheve blikken, misplaatste opmerkingen, onbewuste vooroordelen) waarvan zwarten elke dag het slachtoffer zijn. 150 jaar na het einde van de slavernij is zwart zijn in de Verenigde Staten nog altijd iets dat geen cheering up nodig heeft. Rankine ziet meer brood in een ondubbelzinnige erkenning van het brutale racisme waarop de Verenigde Staten gebouwd zijn. En vandaag nog steeds verderbouwt: Citizen verscheen net toen zwart Amerika rouwde om Eric Garner en Michael Brown, twee zwarte jonge mannen die, naar aloude Amerikaanse traditie, straffeloos afgemaakt werden door blanke politiemannen. De verontwaardiging, woede, en verdriet werd gekanaliseerd door de Black Lives Matter-beweging, doe tot op vandaag het systematische racisme in de Verenigde Staten aan de kaak stelt. Voor Black Lives Matter en voor Rankine moet een gedeeld burgerschap vertrekken uit het besef dat de verschillen tussen zwarte en blanke levens een essentieel deel zijn van de Amerikaanse ervaring. Whitmans leven en werk bieden zelf ook de aanzet tot zo'n alternatief - een alternatief waarin verschil niet verzwolgen wordt in een illusoire nationale eenheid. Dit is de Whitman die opduikt in het werk van Allen Ginsberg, een vooraanstaand lid van de beatgeneratie en een grote inspiratie voor de tegencultuur in de jaren 60 en 70. Whitmans geloof in seksuele en spirituele vrijheid had een grote impact op de homoseksuele en spirituele Ginsberg, die van Whitman ook de free verse en lange, ademloze catalogs leerde. In A Supermarket in California verbeeldt Ginsberg een ontmoeting met Whitman in een supermarkt, een plaats die symbool staat voor de consumptiemaatschappij waar de beats zich tegen verzetten. Maar Whitmans vermogen om zelfs de meest triviale dingen met energie en betekenis te vullen verandert de supermarkt in een seksueel geladen plaats. Ginsberg beschrijft Whitman als een vieze oude man--een 'lonely old grubber poking among the meats in the refrigerator and eyeing the grocery boys.' Voor Ginsberg houdt deze queer Whitman de hoop op een ander Amerika levend: een Amerika dat seksueel en raciaal verschil omarmt in plaats van ontkent. Het ene verschil is natuurlijk het andere niet: zo moeilijk Amerika het heeft met seksueel en raciaal verschil, zo relaxed is het over economische ongelijkheid. Die ongelijkheid is in de Verenigde Staten sinds de late jaren 70 geëxplodeerd, en die explosie is sinds financiële crisis van 2008 ook in het publieke debat en de Amerikaanse literatuur hoorbaar. De erfenis van Whitman, die zelf van bescheiden komaf was en zichzelf altijd (en niet alleen om erotische redenen!) met de arbeidersklasse affilieerde, klinkt ook hier door. Poëzie speelde verrassend genoeg een prominente rol in de Occupy Wall Street-beweging, die in 2011 het uitgewoonde kapitalisme fundamenteel in vraag stelde. In 10:04, een van de meest gelauwerde Amerikaanse romans van de laatste jaren, deelt dichter en romanschrijver Ben Lerner zijn bezwaren tegen Whitmans werk: Whitman probeert te hard om een 'democratic everyman' te zijn, wat ten koste gaat van zijn eigen individualiteit. Zijn werk is, voor Lerner, een soort 'textual commons', en dat levert niet per se goede literatuur op. Maar later in de roman doet Lerner wat de Amerikaanse literatuur sinds Pound en Hughes altijd heeft gedaan: hij maakt, zoals hij zelf schrijft, 'if not a pact, a kind of peace' met Whitman. Een 'textual commons' zonder te veel individuele balast is misschien wat Amerika nodig heeft.In een tekst over Occupy Wall Street schrijft Lerner dat Whitmans werk een soort tekstueel prototype is voor de zogenaamde 'people's mic' - het procedé waarbij een groep mensen zich rond een spreker verzamelt en herhaalt wat die spreker zegt om zo de stem van die spreker te versterken. Die aanpak was erg populair tijdens Occupy Wall Street, omdat het elektrische versterking, waarvoor een officiële toestemming vereist was, overbodig maakte. Voor Lerner belichaamt die gedeelde stem een vorm van gemeenschap die aan het dominante economische systeem ontsnapt. Misschien, suggereert Lerner, is die even hedendaagse als tegendraadse vorm van publiek en collectief spreken de update van Whitman die Amerika nodig heeft. Niet om Amerika weer great te maken, maar wel om te gaan beseffen dat het nooit great geweest is.