Even zijn ze gelukkig, de vrouw, de man, het meisje en de jongen. Vier jaar lang leven ze in een New Yorkse liefdescocon: man en vrouw werken samen aan een soundscapeproject - ze proberen alle talen die de wereldstad rijk is op tape te vangen - en hun kinderen groeien zorgeloos op in een bohemiennest. Maar dan komt de pijnlijke stilte: 'We waren zo toegewijd aan het verzamelen van intieme momenten met vreemdelingen, we waren zo druk met het aandachtig luisteren naar hun stem, dat we er niet bij stilstonden dat er tussen ons tweeën geleidelijk stilte zou ontstaan. We had...

Even zijn ze gelukkig, de vrouw, de man, het meisje en de jongen. Vier jaar lang leven ze in een New Yorkse liefdescocon: man en vrouw werken samen aan een soundscapeproject - ze proberen alle talen die de wereldstad rijk is op tape te vangen - en hun kinderen groeien zorgeloos op in een bohemiennest. Maar dan komt de pijnlijke stilte: 'We waren zo toegewijd aan het verzamelen van intieme momenten met vreemdelingen, we waren zo druk met het aandachtig luisteren naar hun stem, dat we er niet bij stilstonden dat er tussen ons tweeën geleidelijk stilte zou ontstaan. We hadden nooit kunnen denken dat we elkaar ooit ergens in de menigte zouden kwijtraken.' De ontreddering slaat toe. De man wil even weg, een nieuw project over de Apaches documenteren, liefst alleen, de vrouw wil krampachtig haar gezin bijeenhouden. Tussen de ruzies en de stiltes door wordt een oplossing bedacht: iedereen de auto in, richting zuiden. Daar mag de man de indianengebieden bezoeken en kan de vrouw de verontrustende verhalen over kindvluchtelingen aan de Mexicaanse grens onderzoeken. Voor de kinderen is het vooral vakantie, lekker spelen en jengelen op de achterbank. De roadtrip is een klassiek uitgangspunt in de Amerikaanse literatuur - denk maar aan On the Road of zelfs Lolita - en Luiselli bevloeit die uitgesleten bedding met een frisse, eigenzinnige insteek. In korte steekkaartfragmenten beschrijft ze de nieuwe gezinscocon en ze inventariseert de reis in archiefdozen die telkens een boekdeel beslaan. Dat doet ze briljant. Het eerste deel van Archief van verloren kinderen leest als een liefdevolle dissectie van die bizarre structuur die het gezin heet. Maar halverwege raakt Luiselli het noorden kwijt, alsof ze verloren loopt in haar eigen archief. Ze wisselt van vertelperspectief - ze laat het tienjarig jongetje aan het woord en verspeelt daar faliekant haar geloofwaardigheid - en de roman verbrokkelt gaandeweg in opsommingen, polaroids en magisch-realistische nevenvertellingen. Dat symboliseert ongetwijfeld de huwelijksbarsten maar boeiend is anders. Wat met de vluchtelingenkinderen, wat met de Apaches? Jammer dat Luiselli haar talent verkwanselt aan het uitsorteren van navelpluis. Na de essayistische mokerslag van Vertel me het einde (2017) kun je deze topzware roman alleen maar onder het label 'ontgoochelend' archiveren.