De 'kinderen van Thatcher' worden ze genoemd, de jongemannen die in de jaren tachtig vanuit vervallen industriegebieden het kapitalistische avontuur aangingen, uit hun verpauperde steden wegtrokken en jobs aanvaardden op boor- en olieplatforms. Begrijpelijk, het zwarte goud leverde hun meteen hoge salarissen op, aangevuld met gevarenpremies, wat hun de kans gaf een klasse op te schuiven. Maar dat bibbergeld werd niet voor niets uitbetaald. Olieplatformen zijn notoir gevaarlijke constructies: roestende metalen eilanden neergepoot boven gas- en oliebronnen met de zee als gesel en de aanhoudende dreiging van ontploffingsgevaar, om over de ...

De 'kinderen van Thatcher' worden ze genoemd, de jongemannen die in de jaren tachtig vanuit vervallen industriegebieden het kapitalistische avontuur aangingen, uit hun verpauperde steden wegtrokken en jobs aanvaardden op boor- en olieplatforms. Begrijpelijk, het zwarte goud leverde hun meteen hoge salarissen op, aangevuld met gevarenpremies, wat hun de kans gaf een klasse op te schuiven. Maar dat bibbergeld werd niet voor niets uitbetaald. Olieplatformen zijn notoir gevaarlijke constructies: roestende metalen eilanden neergepoot boven gas- en oliebronnen met de zee als gesel en de aanhoudende dreiging van ontploffingsgevaar, om over de piraten nog maar te zwijgen. Shiften van twaalf uur, drie weken aan een stuk, en dan met de heli terug naar het vasteland, waar de arbeiders hun geld eerst dagen in bars en stripclubs verbrassen voor ze naar het normale gezinsleven terug kunnen. Zeesoldaten zijn het, en journaliste Tabitha Lasley wilde wel eens weten hoe die het ruwe zeemansbestaan combineren met het leven in suburbia. Waarom is niet helemaal duidelijk. Lasley is halverwege de dertig wanneer ze met haar Londens vriendje breekt, ontslag neemt en naar het Schotse Aberdeen verkast om haar fascinatie met de olieboorders in een boek te gieten. Niet door met milieuactivisten te praten, CEO's van Shell op de rooster te leggen, geheime dadingen uit te spitten, de sociologische impact op de kuststeden te onderzoeken of undercover te gaan op een booreiland. Nee, Lasley opteert voor 'embedded journalism', een term die je in haar geval redelijk letterlijk mag nemen. Ze dweilt 's avonds de kroegen af, pikt er de offshore-werklieden uit en slaat met hen aan het zuipen terwijl haar recorder loopt. Met haar eerste interviewee duikt ze meteen ook in bed, wat tot een onsmakelijke affaire leidt: de aan viagra verslaafde heer in kwestie is ook braaf getrouwd met thuis een tweeling op de bank. Tussen de buitenechtelijke ellende door gaat ze nachten door in clubs, met de nodige coke en kristallen om zich recht te houden. Dat leidt tot een journal brut. Uit honderd interviews distilleert Lasley een caféverhaal van arbeidersellende, aangevuld met algemene verslagen over de vele olierampen op zee. Hoewel Lasley bijna elke journalistieke regel aan haar Chloé-laarzen lapt, werkt haar Zeespiegel wonderwel. Zeker, haar methode weifelt tussen feit en fictie, maar schetst wel een rauw beeld van het mensverterende neoliberalisme en onze wereldverslindende olieverslaving.