Uit het huis in het hart van de stad klinken de geluiden van een grondige verbouwing: het gejank van een slijpschijf, het gedreun van een pneumatische boor, het schrille tieren van een schuurmachine. In de tuin van het huis lepelt Maud Vanhauwaert haar lunch binnen. Het zijn drukke dagen voor de stadsdichteres. Er is een kind geboren en op de Slachthuissite groeit een zomer lang haar Toren van Babel, in bamboe, jute en in alle talen die rondzoemen in de stad waar ze de eerste keer als deelneemster aan een voordrachtwedstrijd kwam en die ze nu haar thuis noemt.
...