Iedereen met een rijbewijs op zak herinnert zich nog de stress van de rijopleiding. Het theoretische gedeelte lukt best, zolang je maar niet te hard nadenkt over voorrangsregels en bandenspanning, maar als je eenmaal met klamme handen in de auto, de heilige koe van het gezin, naast je panische verwekkers zit, is het altijd afwachten wie het eerst een hartverzakking krijgt.
...

Iedereen met een rijbewijs op zak herinnert zich nog de stress van de rijopleiding. Het theoretische gedeelte lukt best, zolang je maar niet te hard nadenkt over voorrangsregels en bandenspanning, maar als je eenmaal met klamme handen in de auto, de heilige koe van het gezin, naast je panische verwekkers zit, is het altijd afwachten wie het eerst een hartverzakking krijgt. Ook Sonja (veertig, woont in de grote stad, vertaalt Zweedse krimi's om den brode) heeft er moeite mee. Invoegen en dode hoeken controleren, dat gaat vanzelf. Schakelen, dat is het probleem. Meermaals hoor je de versnellingen knarsen en meermaals valt ze stil. Ze krijgt maar geen vaart in de wagen, én in haar leven. Alles zit knel, ook in haar 'achterhart' zoals haar massagetherapeute Ellen het noemt: het stukje tussen de schouderbladen waar sluipmoordenaars hun dolk planten zodat het mespunt precies het hart raakt. Sonja denkt dat de verkrampte spieren een gevolg zijn van het bureauwerk, Ellen is ervan overtuigd dat haar chakra's verknoopt zitten. Met haar slapen tussen het massagekussen geplet denkt Sonja na over haar krakkemikkige leven: haar mislukte relatie met Paul, die haar liet staan voor een twintigjarig meisje, de heimwee die ze voelt naar de ouderlijke boerderij en de ondertussen verdwenen vrede die ze ervoer toen ze daar nog tussen het koren speelde. Bovenal maakt ze zich zorgen over haar zus Kate, die zelden aan de lijn komt wanneer ze haar belt. Misschien moet ze Kate een brief schrijven, misschien moet ze een andere rijinstructeur inschakelen, misschien moet ze haar appartement opzeggen en misschien moet ze met haar diploma tolk toch iets beters aanvangen dan thrillers vertalen. De twijfel stuitert door Sonja's brein en haar Deense bedenker Dorthe Nors doet geen toegevingen aan het leesgemak: de gedachtenstroom warrelt ook in de tekst alle kanten op. Aanvankelijk wekt dat vernauwde perspectief sympathie op voor de weifelachtige Sonja, maar gaandeweg sluipt het ongemak binnen - ligt het probleem bij de wrede buitenwereld, of zijn bij Sonja een paar stoppen doorgeslagen? Op zich is het een knoert van een seksistisch cliché, een vrouw die niet kan autorijden, maar Nors danst daar vaardig omheen en toont via haar originele taalgebruik hoe verpletterend eenzaamheid kan zijn. Volledig terecht dus, die finaleplek voor de Man Booker International.