De Libris Literatuurprijs wordt toegekend aan de auteur van de beste oorspronkelijk Nederlandstalige roman van het afgelopen jaar. De bekendmaking van de winnaar was normaal gepland op 11 mei, maar moest door de coronamaatregelen verplaatst worden naar 22 juni.

Volgens jurylid Bo van Houwelingen is 'Uit het leven van een hond' 'groots in zijn eenvoud'. Het laat de lezer 'nadenken over de waarde van een mensenleven. Een boek met een positief mensbeeld, dat ons schokken van herkenning heeft bezorgd, lessen in levenskunst en oprecht leesplezier.'

De jury koos de winnaar van de Libris Literatuur Prijs 2020 al voordat de pandemie toesloeg, maar het boek gaat toevallig over een IC-verpleegkundige, met een zieke hond thuis. 'De spanning zit in Kollaards zinnen die steeds weer verrassen. Kollaard schrijft alsof hij praat met de lezer, gezellig, haast met een kopje thee erbij. Maar we merken al snel dat er meer steekt achter die knusse toon, achter de lichtvoetige zinnetjes', aldus de jury.

Kollaard 'sluit aan bij een rijke literaire traditie, zonder dat hij de lezer lastigvalt met onnodige hoogdravendheid. Hij laat zijn verteller volop verwijzen naar literatuur, muziek en film, maar niet om te imponeren: enkel om te kunnen onderzoeken wat kunst met een mens doet', gaat het college verder. De auteur kon de prijs van 50.000 euro nog niet in ontvangst nemen, omdat hij in Zweden woont.

De andere genomineerden waren de Vlaamse Saskia De Coster met 'Nachtouders', Wessel te Gussinklo met 'De hoogstapelaar', Oek de Jong met 'Zwarte schuur', Manon Uphoff met 'Vallen is als vliegen' en Marijke Schermer met 'Liefde, als dat het is'.

Vooral Manon Uphoff en Marijke Schermer werden vooraf getipt als mogelijke winnaars, al zagen sommigen ook Sander Kollaard als een kanshebber. Vorig jaar ging de prijs naar Rob van Essen voor zijn roman 'De goede zoon'.

Een boek over de schoonheid in het alledaagse

'Uit het leven van een hond' begint bij het ontwaken van Henk van Doorn, op een vroege, zonnige zaterdagochtend in juli. 'Het hart klopt, denkt Henk van Doorn als hij wakker wordt, en het bloed stroomt. Goedbeschouwd is dat het verstandigste wat je erover kunt zeggen.' Met zijn eerste zin legt auteur Sander Kollaard meteen al de rode draad doorheen zijn boek bloot: het leven gaat zijn gang, het is wat het is.

Henk van Doorn is een 56-jarige verpleegkundige op de afdeling intensieve zorgen in een ziekenhuis in het Nederlandse Weesp. Hij is gescheiden, heeft geen kinderen, maar wel een kooikerhondje: Schurk, dat op de zaterdag in kwestie niet helemaal in orde lijkt. Henk is een weinig opmerkelijk hoofdpersonage, zou je denken, en daar verandert in de loop van het boek maar weinig aan. Henk laat de hond uit, ontmoet daarbij een vrouw en wordt een beetje verliefd op haar, gaat met de hond naar de dierenarts, gaat boodschappen doen in een kaaswinkel, bezoekt een demente oud-collega in een verzorgingstehuis, koopt een boek voor zijn nichtje Rosa en geeft haar dat 's avonds af op haar verjaardagsfeestje.

Wie spannende verhaallijnen zoekt is er dus aan voor de moeite. Tragisch is het niet, dolkomisch evenmin, maar met helder taalgebruik en gedetailleerde en kleurrijke omschrijvingen slaagt de schrijver er wel in 'de schoonheid die in het kleine en alledaagse schuilt bloot te leggen', zoals De Groene Amsterdammer het omschreef.

Dat doet Kollaard nog het meest aan de hand van Schurk. De dierenarts vertelt Henk dat het hondje hartproblemen heeft. Het dier, dat al een zekere leeftijd heeft, zal binnen afzienbare tijd sterven, al kan hij met medicijnen wel nog even op de been blijven. Dat plotse besef van sterfelijkheid leidt bij Henk tot allerlei filosofische mijmeringen en herinneringen. Over zijn stukgelopen huwelijk, zijn affaire met een collega, de dood van zijn broer en de stroeve relatie met zijn andere broer, zijn jeugd, zijn kersverse verliefdheid.

En over Schurk, die van zijn doodvonnis natuurlijk niets afweet en even goed blijft genieten van wandelingen, zonlicht en muziek - het beest houdt onder meer van Für Elise, althans dat vermoedt Henk. 'De schoonheid van Kollaards boek zit hem vooral in de morele opsteker die hij in de persoon van Henk aan zijn lezers geeft', schreef de recensent van Trouw.

De Libris Literatuurprijs wordt toegekend aan de auteur van de beste oorspronkelijk Nederlandstalige roman van het afgelopen jaar. De bekendmaking van de winnaar was normaal gepland op 11 mei, maar moest door de coronamaatregelen verplaatst worden naar 22 juni.Volgens jurylid Bo van Houwelingen is 'Uit het leven van een hond' 'groots in zijn eenvoud'. Het laat de lezer 'nadenken over de waarde van een mensenleven. Een boek met een positief mensbeeld, dat ons schokken van herkenning heeft bezorgd, lessen in levenskunst en oprecht leesplezier.' De jury koos de winnaar van de Libris Literatuur Prijs 2020 al voordat de pandemie toesloeg, maar het boek gaat toevallig over een IC-verpleegkundige, met een zieke hond thuis. 'De spanning zit in Kollaards zinnen die steeds weer verrassen. Kollaard schrijft alsof hij praat met de lezer, gezellig, haast met een kopje thee erbij. Maar we merken al snel dat er meer steekt achter die knusse toon, achter de lichtvoetige zinnetjes', aldus de jury. Kollaard 'sluit aan bij een rijke literaire traditie, zonder dat hij de lezer lastigvalt met onnodige hoogdravendheid. Hij laat zijn verteller volop verwijzen naar literatuur, muziek en film, maar niet om te imponeren: enkel om te kunnen onderzoeken wat kunst met een mens doet', gaat het college verder. De auteur kon de prijs van 50.000 euro nog niet in ontvangst nemen, omdat hij in Zweden woont.De andere genomineerden waren de Vlaamse Saskia De Coster met 'Nachtouders', Wessel te Gussinklo met 'De hoogstapelaar', Oek de Jong met 'Zwarte schuur', Manon Uphoff met 'Vallen is als vliegen' en Marijke Schermer met 'Liefde, als dat het is'. Vooral Manon Uphoff en Marijke Schermer werden vooraf getipt als mogelijke winnaars, al zagen sommigen ook Sander Kollaard als een kanshebber. Vorig jaar ging de prijs naar Rob van Essen voor zijn roman 'De goede zoon'.'Uit het leven van een hond' begint bij het ontwaken van Henk van Doorn, op een vroege, zonnige zaterdagochtend in juli. 'Het hart klopt, denkt Henk van Doorn als hij wakker wordt, en het bloed stroomt. Goedbeschouwd is dat het verstandigste wat je erover kunt zeggen.' Met zijn eerste zin legt auteur Sander Kollaard meteen al de rode draad doorheen zijn boek bloot: het leven gaat zijn gang, het is wat het is. Henk van Doorn is een 56-jarige verpleegkundige op de afdeling intensieve zorgen in een ziekenhuis in het Nederlandse Weesp. Hij is gescheiden, heeft geen kinderen, maar wel een kooikerhondje: Schurk, dat op de zaterdag in kwestie niet helemaal in orde lijkt. Henk is een weinig opmerkelijk hoofdpersonage, zou je denken, en daar verandert in de loop van het boek maar weinig aan. Henk laat de hond uit, ontmoet daarbij een vrouw en wordt een beetje verliefd op haar, gaat met de hond naar de dierenarts, gaat boodschappen doen in een kaaswinkel, bezoekt een demente oud-collega in een verzorgingstehuis, koopt een boek voor zijn nichtje Rosa en geeft haar dat 's avonds af op haar verjaardagsfeestje. Wie spannende verhaallijnen zoekt is er dus aan voor de moeite. Tragisch is het niet, dolkomisch evenmin, maar met helder taalgebruik en gedetailleerde en kleurrijke omschrijvingen slaagt de schrijver er wel in 'de schoonheid die in het kleine en alledaagse schuilt bloot te leggen', zoals De Groene Amsterdammer het omschreef. Dat doet Kollaard nog het meest aan de hand van Schurk. De dierenarts vertelt Henk dat het hondje hartproblemen heeft. Het dier, dat al een zekere leeftijd heeft, zal binnen afzienbare tijd sterven, al kan hij met medicijnen wel nog even op de been blijven. Dat plotse besef van sterfelijkheid leidt bij Henk tot allerlei filosofische mijmeringen en herinneringen. Over zijn stukgelopen huwelijk, zijn affaire met een collega, de dood van zijn broer en de stroeve relatie met zijn andere broer, zijn jeugd, zijn kersverse verliefdheid. En over Schurk, die van zijn doodvonnis natuurlijk niets afweet en even goed blijft genieten van wandelingen, zonlicht en muziek - het beest houdt onder meer van Für Elise, althans dat vermoedt Henk. 'De schoonheid van Kollaards boek zit hem vooral in de morele opsteker die hij in de persoon van Henk aan zijn lezers geeft', schreef de recensent van Trouw.