De Golf is aangekomen. Tijdens een winterstorm overspoelt hij - onzichtbaar maar duister - de oostkust van Amerika: stelletjes beginnen om onverklaarbare redenen ruzie te maken, psychopaten wachten handenwringend in steegjes en tienermeisjes plegen en masse zelfmoord. Een jonge naamloze schrijfster weet dat er geen ontsnappen aan is: de tentakels van de Golf zijn lang, haar klauwen scherp.
...

De Golf is aangekomen. Tijdens een winterstorm overspoelt hij - onzichtbaar maar duister - de oostkust van Amerika: stelletjes beginnen om onverklaarbare redenen ruzie te maken, psychopaten wachten handenwringend in steegjes en tienermeisjes plegen en masse zelfmoord. Een jonge naamloze schrijfster weet dat er geen ontsnappen aan is: de tentakels van de Golf zijn lang, haar klauwen scherp. Toch waagt ze een poging. Ze keert terug naar Santa Cruz, terug naar haar vaderland Bolivia. Ook daar heerst de Golf koud en soeverein. Terwijl de autoradio weeklaagt over de wereldbranden, vertelt haar taxichauffeur een vreemd verhaal over hoe een indiaanse vrouw hem ooit behekst heeft en hoe hij sindsdien probeert de vloek op te heffen. Eenmaal thuis ontdekt ze dat haar papa een moordenaar is - de Golf kent geen genade. Boliviaans talent Liliana Colanzi - ze wordt altijd in één adem met Valeria Luiselli genoemd - is een groot bewonderaar van Edgar Allan Poe en H.P. Lovecraft en dat merk je aan de gebalde horrorverhalen in deze bundel. Colanzi neemt Lovecrafts tweedeling over. Hun personages vertoeven in een moderne, verstedelijkte wereld, maar daaronder - in riolen, in half vergane tempels, in verlaten bibliotheken - strekt zich een tweede, veel ouder universum uit waar monsters, gruwelgoden en buitenaardse wezens over de échte macht beschikken. Die creaturen krijg je zelden te zien. De angst ontstaat door het vermoeden van hun aanwezigheid - Lovecrafts dappere maar doodsbange vertellers moeten het stellen met antieke artefacten en verhalen over mysterieuze krachten die de 'bovenwereld' terroriseren. Don't show the monster: die griezeltechniek heeft ook Colanzi geperfectioneerd. Zo waart er in het verhaal De kannibaal een menseneter door de straten van Parijs maar die kruist nooit het pad van de twee stoute meisjes die zich uitbundig overgeven aan coke, clubs en merkkledij. Toch valt er een slachtoffer en sneuvelen er een paar essentiële lichaamsdelen. De lezer blijft huiverend achter. De verhalen van Colanzi zijn kleine doodskistjes die ze telkens openwrikt: je mag even piepen, je kunt het verval ruiken, maar dan nagelt ze het deksel onherroepelijk weer dicht. Op zich is er niks mis met een ode aan je leermeester maar hopelijk slaagt Colanzi er met haar volgend werk in om aan de langgerekte schaduw van Lovecrafts vleermuisvleugels te ontsnappen. Met haar talent moet dat lukken.