Zijn imago kan hem duidelijk geen snars schelen. Met dat haar tot op zijn schouders, zijn marginale oorbelletje, zijn eenvoudige witte T-shirt en al tien jaar datzelfde zwarte brilmontuur ziet de drieëndertigjarige Bastien Vivès eruit als een overjaarse informaticastudent. Een slungel. Maar schijn bedriegt: in de Brusselse kantoren van zijn uitgever Casterman nemen we plaats tegenover misschien wel de hardest working man in de Europese stripbusiness.
...

Zijn imago kan hem duidelijk geen snars schelen. Met dat haar tot op zijn schouders, zijn marginale oorbelletje, zijn eenvoudige witte T-shirt en al tien jaar datzelfde zwarte brilmontuur ziet de drieëndertigjarige Bastien Vivès eruit als een overjaarse informaticastudent. Een slungel. Maar schijn bedriegt: in de Brusselse kantoren van zijn uitgever Casterman nemen we plaats tegenover misschien wel de hardest working man in de Europese stripbusiness. BASTIEN VIVÈS: Ik ben tweeënhalf jaar met Een zus bezig geweest. Het grootste deel van die tijd heb ik over het verhaal lopen nadenken. Niet constant, hoor. Af en toe. Zo is het organisch gegroeid. Het echte uittekenen heeft hooguit drie à vier maanden in beslag genomen. En ik had het zelfs nog sneller kunnen doen. Ik maak al lang geen schetsen meer. Voordat ik aan een verhaal begin, probeer ik de belangrijkste personages eens uit. Dat is alles. Het leukste om te tekenen vind ik telkens weer het plaatje waarin je de personages voor het eerst ziet.VIVÈS: Anthony lijkt op mij zoals ik nu ben. Als dertienjarige zag ik er totaal anders uit: ik was een dikkerd, met gemillimeterd haar. (lacht) In het persdossier wordt het persoonlijke gehalte van Een zus benadrukt, maar dat is eerder een pr-techniek. Misschien zullen de mensen mijn boek sneller kopen als ze denken dat ik iets over mezelf vertel? Het enige echt autobiografische aan Een zus is dat ik in mijn kindertijd samen tekende met mijn jongere broertje, net zoals Anthony dat doet met zijn broer Tim. Ik denk met veel nostalgie terug aan die periode, we hebben ons toen enorm geamuseerd. Het was fijn om die gedeelde momenten in een strip te verwerken. In alles wat ik maak vertrek ik graag van iets dat dicht bij me staat. Daarna laat ik het verhaal meestal ontsporen. VIVÈS: Tim is nog te jong om te begrijpen wat er zich tussen Hélène en Anthony afspeelt. Hij vindt het niet noodzakelijk fijn dat hij zijn broer moet delen, maar hij zeurt er ook niet over. Hij heeft zijn eigen leven en trekt zich daarin terug. Ik vond de relatie tussen die drie personages heel boeiend. Eigenlijk is Tim een beetje de regisseur: hij geeft Hélène en Anthony privacy en intimiteit, maar neemt ze ook weer af. Hij bepaalt het ritme van het verhaal. VIVÈS: Welnee. Het is simpel: ik vind grote borsten mooi, dus teken ik grote borsten. Ik ben tenslotte een heteroman. Vrouwen zijn een onuitputtelijk onderwerp, ik heb nooit iets anders willen tekenen. Als ik bijvoorbeeld een film met Romy Schneider gezien heb, wil ik de manier vatten waarop ze een sigaret vasthoudt. VIVÈS: Absoluut. Meer nog: alle meisjes die je in mijn strips en mijn schetsboeken ziet, heb ik ooit echt gekend. Als er één het geluk - of de pech - heeft om een tijdje mijn leven te delen, is de kans groot dat ze zichzelf, via haar uiterlijk of haar persoonlijkheid, in een van mijn strips zal terugzien. Om je een voorbeeld te geven: het titelpersonage uit mijn striproman Polina is gebaseerd op een van mijn beste vriendinnen. In het echt is ze wel Italiaans en niet Russisch, zoals in de roman. Op een bepaald moment zat er misschien meer in dan vriendschap, maar ze heeft me snel duidelijk gemaakt: 'Het zal nooit iets tussen ons worden, Bastien.' 'Hup, wéér een blauwtje gelopen', dacht ik. 'Niet erg,' zei ik tegen haar, 'dat is weer stof voor een strip.' Ik meende dat niet echt, maar toen ik later echt aan Polina begon, heb ik haar wel gevraagd of ik haar als inspiratie mocht gebruiken. Ze vond het prima, misschien ook omdat het verhaal zelf, over een veelbelovende jonge danseres, niets met onze vriendschap te maken zou hebben. VIVÈS: Jazeker: Balak en Michaël Sanlaville, makkers met wie ik Lastman maak, onze shonen manga (een avonturenreeks voor puberjongens, nvdr.). Als we met z'n drieën naar een stripfestival gaan, zitten we de hele tijd naar de meisjes te kijken - omdat we ze graag tekenen, is dat ook leerzaam. En als we samen door strips bladeren, is het criterium: kan deze tekenaar mooie vrouwen tekenen? Uderzo van Asterix en uw landgenoot Janry van De kleine Robbe stonden me natuurlijk direct aan. Om het niet over de Amerikaan Richard Corben te hebben, want dat is mijn god. En ik weet niet of ik me deze ontboezeming in uw blad kan permitteren, maar het geilst word ik van het werk van Édika, die bekend is van het Franse stripmaandblad Fluide Glacial. VIVÈS: Echt waar. Iedereen staart zich blind op zijn grote neuzen, maar zijn vrouwen zijn fantastisch! Het onderwerp boeit niet al mijn collega's, hoor. Op festivals kom je weleens tekenaars tegen die enthousiast vertellen over het type schip waarmee een poolreiziger naar de Zuidpool reisde. Met alle respect, maar mij kan zoiets geen bal schelen. Als ik teken wat me interesseert, teken ik béter. Mij moet je niet vragen om onvoorbereid pakweg een auto te tekenen: daarvoor heb ik een foto nodig. Ach, meisjes zijn voor mij nu eenmaal het leukste in het leven. En ja, ik zal altijd wel elegante exemplaren in mijn werk blijven opvoeren. Als ik ooit al een lelijke, dikke vrouw zal tekenen, zal het zijn omdat ze een belangrijke rol heeft in een verhaal. Vind je overigens dat mijn mannelijke personages er dan zo slecht aan toe zijn? Lelijke mannen teken ik evenmin. Vergelijk het met cinema: de ene acteur is knapper dan de andere, maar echt lelijke kerels? Die zie je bijna niet op het witte doek. En pas op: té perfect werkt ook niet. Ik teken geen barbiepoppen. Ik teken vrouwen zoals ik ze graag zie. VIVÈS: Het was niet mijn bedoeling om tegen mijn eigen reputatie te rebelleren, nee. Ook hier is de verklaring eenvoudiger: als ik een project heb afgerond, heb ik meestal geen zin om nog eens hetzelfde te doen. Verandering doet leven! Bovendien wist ik: als ik ooit een pornostrip wilde maken, moest ik het na een hit als Polina doen. In de slipstream van zo'n succes zou zo'n weinig conventioneel verhaal misschien beter verkopen. VIVÈS: Absoluut niet! Eigenlijk ben ik helemaal niet standvastig in mijn meningen. De ene dag zeg ik iets en de volgende het tegenovergestelde. Als politicus zou ik de ene dag alles legaliseren en de volgende alles verbieden. In mijn werk ben ik net zo wispelturig: ik vertel net zo graag een serieus verhaal als een humoristisch of een pornografisch verhaal. Een hiërarchie zie ik niet in die genres, ze zijn me allemaal even dierbaar. Eerlijk gezegd: ik word bang van mensen die dertig of veertig jaar lang dezelfde meningen hebben en dezelfde dingen blijven doen. VIVÈS: Hm, ik weet het nog niet. Eerst willen Balak, Michaël en ik onze tijd nemen voor het einde van Lastman. Dat willen we niet verknoeien. Langzaamaan krijg ik ook al ideeën voor wat er daarna kan volgen. Misschien weer een klepper als Een zus? Of wie weet waag ik me weer aan een pornostrip. VIVÈS: Als mensen me vragen: 'Is je leven veranderd doordat je prijzen hebt gewonnen met je strips?' zeg ik nee. Maar één ding is absoluut veranderd: stap ik met een idee naar een uitgever, hoe waanzinnig het ook is, dan nemen ze me au sérieux. Ik besef het maar al te goed: dat is een enorme luxe.