Deze recensie verschijnt later in Knack Focus.
...

Tien jaar geleden bracht Albert Uderzo Het geheime wapen uit, een blamage op het blazoen van Asterix en een bewijs dat ook de oorspronkelijke tekenaar een reeks helemaal naar de filistijnen kan helpen. De eens zo legendarische reeks leek definitief dood en begraven. In de lange stilte die erop volgde, begreep tekenaar en Ferrari-verzamelaar Uderzo uiteindelijk dat hij het beter opgaf. Zijn scenario's zouden de overleden scenarist René Goscinny nooit kunnen doen vergeten. Opvolgers Jean-Yves Ferri en Didier Conrad bewezen direct al met Asterix en de Picten dat ze een betere Asterix in de vingers hadden dan de schepper zelf. Met hun tweede album De papyrus van Caesar doen ze daar nog een schep bovenop. Het basisidee kon zo uit de koker van Goscinny zijn gekomen: Julius Caesar heeft zijn boek over de Gallische oorlog afgerond, maar laat op aanraden van zijn adviseur het gênante hoofdstuk over de onoverwinnelijke Galliërs weg. Het gecensureerde hoofdstuk wordt door een kopiist bezorgd aan de journalist Polemix, gebaseerd op Wikileaks-woordvoerder Julian Assange, die zijn leven helemaal als geslaagd kan beschouwen nu hij het tot Asterix-personage heeft geschopt. Op zoek naar een scoop vindt Polemix onderdak in het dorp van Asterix, zowaar een leukere plek dan de Ecuadoraanse ambassade in Londen. Ferri keert met dit verhaal terug naar een van de klassieke kwaliteiten van Asterix: het anachronistische commentaar op onze tijd. Behalve Wikileaks passeert ook de communicatiemaatschappij in het algemeen de revue, met postduiven in plaats van e-mails en kleine Twittervogeltjes. Het is niet alleen goed bedacht, maar vaak ook erg grappig gebracht. Jammer genoeg baseert Ferri zijn humor erg vaak op woordspelingen, wat leidt tot enkele onhandige Nederlandse vertalingen. Net zoals in Asterix en de Picten lijkt de nieuwe scenarist zich minder dan Goscinny te bekommeren om de geloofwaardigheid. Zo blijken de Romeinen in een dagje van Rome naar Bretagne te kunnen reizen, wat vooral toont dat Ferri het verhaal boetseert rond de grappen. Didier Conrad tekent even zwierige dikkerds als Uderzo zelf en maakt zichzelf ook op andere vlakken zo veel mogelijk onzichtbaar ten dienste van het Asterix-erfgoed. Heeft de serie nu opnieuw de glans terug die ze vroeger had? De papyrus van Caesar zou ook erg grappig blijven als we voordien nog nooit van Asterix hadden gehoord. Dat geldt voor weinig andere albums sinds Goscinny's dood in 1979. Toch blijft de voortzetting van de serie op zichzelf kunstmatig. De Asterixreeks is weer tot leven gewekt met een toverdrank waarvan Jean-Yves Ferri blijkbaar het recept kent. De zombie ziet er zelfs al wat frisser uit met zijn nieuwe oogballen en oorschelpen, maar het blijft een stinkend lijk.Gert Meesters