Nerveus is ze niet, Alexandra Gracie, die in haar mantelpakje voor een college van gemeenteraadsleden staat te speechen. Dit is een kolfje naar haar hand. Als juriste kent ze wel taaiere tegenstanders en dit is New York niet, maar Hollowfield, een klein Engels slaapstadje. Haar missie: een vervallen krot omtoveren tot een buurthuis waar de gemeenschap kan samenkomen. Ze wil daar zelf wel wat geld in pompen maar het gros van de renovatie zou op conto van de gemeente komen. Het schepencollege is argwanend. Liefst zouden ze het gebouw met de grond gelijkmaken. Want het huis aan Moor Woods Road is een schandvlek, a little house of horrors dat best in de verg...

Nerveus is ze niet, Alexandra Gracie, die in haar mantelpakje voor een college van gemeenteraadsleden staat te speechen. Dit is een kolfje naar haar hand. Als juriste kent ze wel taaiere tegenstanders en dit is New York niet, maar Hollowfield, een klein Engels slaapstadje. Haar missie: een vervallen krot omtoveren tot een buurthuis waar de gemeenschap kan samenkomen. Ze wil daar zelf wel wat geld in pompen maar het gros van de renovatie zou op conto van de gemeente komen. Het schepencollege is argwanend. Liefst zouden ze het gebouw met de grond gelijkmaken. Want het huis aan Moor Woods Road is een schandvlek, a little house of horrors dat best in de vergetelheid zou verdwijnen. Daar kan Alexandra begrip voor opbrengen. Samen met haar broers en zussen leefde ze er jarenlang onder de terreur van haar vader, een drankzuchtige godsdienstfanaat die zijn dromen van een eigen congregatie uiteen zag spatten. Hij onderwierp zijn kinderen aan lijfstraffen en ondervoeding om zo God te dienen. Dat hij zijn balorige kroost na een tijdje moest vastketenen en liet verkommeren in hun eigen uitwerpselen, was bijzaak. God maalt niet om uiterlijk vertoon maar des te meer om versterving en boetedoening. Alexandra kon ontsnappen en toen de politie het huis binnenviel, trof ze er een zelfmoordenaar en een dode baby aan, rottend in een keukenkast. Alsook een gebroken, laffe moeder, die meteen de gevangenis in vloog. Bij haar dood had ze Alexandra aangeduid als uitvoerder van het testament en die wil nu van het horrorhuis een warme plek maken. Daarvoor moet ze wel op zoek naar haar broers en zussen, die na het drama in verschillende opvanggezinnen werden geplaatst. Een tocht langs oude trauma's en verse wonden wordt dat. Wat moet Alexandra denken van haar hooghartige broer Ethan, die meeheulde met haar tirannieke vader om zo zijn eigen vel te redden? Of van Delilah, ooit het lievelingskind, nu een halve non die op straat Jezus' woord verkondigt? En wat met Gabriel, die zijn gruwelverhaal te gelde maakte en lijf en leden aan drugs en tabloids verpatste? Debutante Abigail Dean maakt er geen calvarietocht van. Met slimme flashbacks en meerdere vertelperspectieven laat ze zien hoe een gewoon gezin kan afglijden in religieuze waanzin en hoe makkelijk we ten prooi kunnen vallen aan het stockholmsyndroom. Dean had makkelijk voor de sensatie kunnen kiezen maar mijdt net de expliciete horror. Soms zit de gruwel verborgen in een huiveringwekkende bijzin waar je bijna overheen leest. De wrange kracht van haar debuut schuilt, naast de sterke psychologische onderbouw, in het waarheidsgehalte. Zelfs al is Meisje A pure fictie, elk land kent wel dat ene huis, die ene kelder waar demonen hun lusten op weerloze kinderen botvieren.