Dierenrechtenfilosofe Eva Meijer denkt dat dieren ook politieke rechten moeten krijgen. In haar essay De soldaat was een dolfijn verkent ze de mogelijkheid van burgerschap voor 'niet-menselijke dieren'. Dat burgerschap is volgens Meijer een logisch gevolg van haar aanname dat dieren rechten hebben, een axioma waar, helaas voor haar, geen enkele feitelijke grond voor bestaat: dieren hebben juridisch geen poot om op te staan. Meijer verankert dat recht in 'het lijden' - alles wat lijdt, krijgt per definitie het recht om dat leed te verminderen. Gedaan dus met de vleesindustrie, dierproe...

Dierenrechtenfilosofe Eva Meijer denkt dat dieren ook politieke rechten moeten krijgen. In haar essay De soldaat was een dolfijn verkent ze de mogelijkheid van burgerschap voor 'niet-menselijke dieren'. Dat burgerschap is volgens Meijer een logisch gevolg van haar aanname dat dieren rechten hebben, een axioma waar, helaas voor haar, geen enkele feitelijke grond voor bestaat: dieren hebben juridisch geen poot om op te staan. Meijer verankert dat recht in 'het lijden' - alles wat lijdt, krijgt per definitie het recht om dat leed te verminderen. Gedaan dus met de vleesindustrie, dierproeven, met circusgruwel en dierentuinen vol kooien. Klinkt nobel, maar Meijer werkt zichzelf al snel in de nesten. Zo moet ze het begrip 'politiek' oprekken om dierlijke daden van verzet als een politieke handeling te kunnen definiëren. Een orka die zijn begeleider opvreet, wordt gelijkgesteld aan Rosa Parks die op een bus de zwarte burgerrechtenbeweging in gang zette. Parks' opstand was geen egocentrische daad: haar verzet was symbolisch voor álle zwarten. Het valt te betwijfelen of de moegetergde orka een burgerbeweging wilde oprichten met zijn aanval. Toch blijft Meijer zoeken naar politieke daden van dieren. Grootste hinderpaal is natuurlijk de taal en hoewel Meijer via gedegen filosofisch onderzoek kan aantonen dat taal niet louter voorbehouden is aan mensen, blijft het een raadsel hoe we varkens spreekrecht moeten geven in een democratie. En vooralsnog is het wachten op pamfletten en straatprotesten van honden die het beu zijn om als tweederangsburgers behandeld te worden. Dieren lijken geen vragende partij voor rechten of politieke vertegenwoordiging. Hoeveel erbarmen Meijer ook tentoonspreidt, haar stellingen verzanden vaak in antropomorfisme. Zo zouden dieren het eigendomsrecht op hun territorium moeten krijgen en zou de mens in dialoog moeten treden met ganzen die neerstrijken rond Schiphol en daar de luchtvaart in gevaar brengen. Helemaal problematisch wordt het als je doordenkt over het afdwingen van die rechten: gaan we wolven verbieden om lammeren op te eten omdat ook het lam recht op leven heeft? Spreken we dan van moord? En hoe zou een dierentribunaal er dan moeten uitzien? Je kunt Meijer wegzetten als een naïeve dierenknuffelaar, maar toch prikkelt haar essay. Los van het problematische aspect van dierenrechten doet ze je nadenken over onze relatie met onze planeet en hoe we een democratie organiseren. In die zin is haar gedachte-experiment geslaagd. Hoe mensenvreemd ook, ze legt onze ingebakken oordelen kritisch op de rooster en juist dat moet filosofie doen: vooroordelen en verborgen aannames tegen het licht houden.