Lees hier onze exclusieve voorpublicatie uit Misfits.

Ik zat onlangs bij een producent voor een brainstormsessie omdat haar productiehuis interesse heeft om mijn debuut, Knap voor een dik meisje, te verfilmen. Ze vroeg me waar de adaptatie volgens mij over moet gaan. 'Wat is het verhaal dat je wil vertellen?', klonk het. Ik begon over thema's, over mogelijke scènes.

Het hoofdpersonage wordt versierd door een man, ze beginnen te scharrelen en hebben het leuk. Hij overlaadt haar met complimenten en uit zijn gevoelens voor haar. En toch wil hij alleen achter gesloten deuren afspreken, omdat ze niet past in het beeld dat hij heeft van de vrouw met wie hij gezien wil worden.

Een andere scène: het hoofdpersonage vertelt een arts over haar kinderwens. Ze moet eerst eens nadenken over een maagverkleining, antwoordt de dokter. Want ze wil toch niet sterven aan haar vetzucht voor haar potentiële kind naar de middelbare school gaat?

Scène drie: in de sportschool benadert een personal trainer het hoofdpersonage. 'Ik zie je hier vaak,' zegt hij, 'maar je valt maar niet af. Wat eet je in godsnaam dat zoveel trainen tenietdoet?'

Mensen denken dat ze alles tegen je mogen zeggen - alleen omdat je dik bent.

De producent knikt, maar onderbreekt me. 'Wat is de kérn van het verhaal?', vraagt ze.

Ik val stil en zeg dat ik het niet weet. Sinds mijn boek is verschenen, ben ik vooral bezig met De Ander. Ik deel mijn ervaringen in de hoop dat ik mensen wakker schud, hen raak en aan het denken zet. Door anderen bewust te maken over hun vooroordelen, hun vastgeroeste ideeën over wat schoonheid en gezondheid is, hoop ik zelf meer bestaansrecht te krijgen. Tijdens die strijd ben ik nauwelijks bezig geweest met welke impact alle blikken, woorden en acties op mij hebben gehad, en nog steeds hebben.

'Je hebt sinds je kindertijd altijd moeten aanhoren dat je moet veranderen', zegt de producent. 'Mensen denken dat ze alles mogen zeggen, zich overal mee mogen bemoeien - alleen omdat je dik bent. Ze hebben het gevoel dat ze je lichaam bezitten. Dát raakte mij in je boek.' Ik knik. Dát is de kern. Mijn lichaam heeft nooit echt als mijn bezit gevoeld, door de onzichtbare handen van alle mensen die dachten dat het van hen was. Ze vulden mijn leven in en vormden mijn identiteit. Want het gaat nooit alleen over een lichaam, een omhulsel. Het gaat over wat mensen daar automatisch aan verbinden: dat ik lui ben, ongedisciplineerd, ongezond, niet goed gelukt, minderwaardig.

Ik voel me vaak een poppetje in een computerspel dat zwetend met de tong uit de bek bommen probeert te ontwijken.

Als ik daadwerkelijk stil zou staan bij de impact van al die meningen, weet ik niet of ik nog uit bed zou raken. Ik wil mezelf niet zijn. Ik heb bijna dertig jaar iedere dag gedacht: ik wil iemand anders zijn. Ik kan niet uitleggen wat dat gevoel met je doet.

Maar ik kan het proberen.

Het voelt alsof je op iedere mogelijke manier geraakt kan worden. Alsof er pijlen door de lucht worden geschoten, waar je je ook begeeft. Ik voel me vaak een poppetje in een computerspel dat zwetend met de tong uit de bek bommen probeert te ontwijken. En elke keer als ik denk even tot rust te kunnen komen, verschijnt er weer een vuurbal. Altijd ligt er onrust, angst, teleurstelling en eenzaamheid op de loer. Waar ik ook ben, ik heb altijd het gevoel dat ik er niet thuishoor.

Met mijn boek begon ik een nieuw verhaal. Het verhaal van de vrouw die terugvecht, die doet alsof ze niet geraakt kan worden. Zonder het te merken, werd ik zo een buitenstaander bij mijn eigen verhaal. 'Kijk maar, ik kan erover vertellen, ik kan strijden.' Het leek alsof de pijn niet bestaat. Terwijl juist die pijn bestaansrecht verdient. Ik wilde een nieuw verhaal vertellen, en tijdens het gesprek met de producent voelde ik dat ik eindelijk mijn éígen verhaal mag vertellen. Voor mezelf en voor de mensen die zich erin zullen herkennen. Ik mag mijn stem laten horen zoals ze klinkt: soms helder en geduldig, soms boos en gekrenkt, soms bitter en teleurgesteld. Maar soms ook optimistisch en hoopvol. Hoopvol dat de wereld toe is aan een nieuw verhaal.

Ik zat onlangs bij een producent voor een brainstormsessie omdat haar productiehuis interesse heeft om mijn debuut, Knap voor een dik meisje, te verfilmen. Ze vroeg me waar de adaptatie volgens mij over moet gaan. 'Wat is het verhaal dat je wil vertellen?', klonk het. Ik begon over thema's, over mogelijke scènes. Het hoofdpersonage wordt versierd door een man, ze beginnen te scharrelen en hebben het leuk. Hij overlaadt haar met complimenten en uit zijn gevoelens voor haar. En toch wil hij alleen achter gesloten deuren afspreken, omdat ze niet past in het beeld dat hij heeft van de vrouw met wie hij gezien wil worden. Een andere scène: het hoofdpersonage vertelt een arts over haar kinderwens. Ze moet eerst eens nadenken over een maagverkleining, antwoordt de dokter. Want ze wil toch niet sterven aan haar vetzucht voor haar potentiële kind naar de middelbare school gaat? Scène drie: in de sportschool benadert een personal trainer het hoofdpersonage. 'Ik zie je hier vaak,' zegt hij, 'maar je valt maar niet af. Wat eet je in godsnaam dat zoveel trainen tenietdoet?'De producent knikt, maar onderbreekt me. 'Wat is de kérn van het verhaal?', vraagt ze. Ik val stil en zeg dat ik het niet weet. Sinds mijn boek is verschenen, ben ik vooral bezig met De Ander. Ik deel mijn ervaringen in de hoop dat ik mensen wakker schud, hen raak en aan het denken zet. Door anderen bewust te maken over hun vooroordelen, hun vastgeroeste ideeën over wat schoonheid en gezondheid is, hoop ik zelf meer bestaansrecht te krijgen. Tijdens die strijd ben ik nauwelijks bezig geweest met welke impact alle blikken, woorden en acties op mij hebben gehad, en nog steeds hebben. 'Je hebt sinds je kindertijd altijd moeten aanhoren dat je moet veranderen', zegt de producent. 'Mensen denken dat ze alles mogen zeggen, zich overal mee mogen bemoeien - alleen omdat je dik bent. Ze hebben het gevoel dat ze je lichaam bezitten. Dát raakte mij in je boek.' Ik knik. Dát is de kern. Mijn lichaam heeft nooit echt als mijn bezit gevoeld, door de onzichtbare handen van alle mensen die dachten dat het van hen was. Ze vulden mijn leven in en vormden mijn identiteit. Want het gaat nooit alleen over een lichaam, een omhulsel. Het gaat over wat mensen daar automatisch aan verbinden: dat ik lui ben, ongedisciplineerd, ongezond, niet goed gelukt, minderwaardig. Als ik daadwerkelijk stil zou staan bij de impact van al die meningen, weet ik niet of ik nog uit bed zou raken. Ik wil mezelf niet zijn. Ik heb bijna dertig jaar iedere dag gedacht: ik wil iemand anders zijn. Ik kan niet uitleggen wat dat gevoel met je doet. Maar ik kan het proberen. Het voelt alsof je op iedere mogelijke manier geraakt kan worden. Alsof er pijlen door de lucht worden geschoten, waar je je ook begeeft. Ik voel me vaak een poppetje in een computerspel dat zwetend met de tong uit de bek bommen probeert te ontwijken. En elke keer als ik denk even tot rust te kunnen komen, verschijnt er weer een vuurbal. Altijd ligt er onrust, angst, teleurstelling en eenzaamheid op de loer. Waar ik ook ben, ik heb altijd het gevoel dat ik er niet thuishoor.Met mijn boek begon ik een nieuw verhaal. Het verhaal van de vrouw die terugvecht, die doet alsof ze niet geraakt kan worden. Zonder het te merken, werd ik zo een buitenstaander bij mijn eigen verhaal. 'Kijk maar, ik kan erover vertellen, ik kan strijden.' Het leek alsof de pijn niet bestaat. Terwijl juist die pijn bestaansrecht verdient. Ik wilde een nieuw verhaal vertellen, en tijdens het gesprek met de producent voelde ik dat ik eindelijk mijn éígen verhaal mag vertellen. Voor mezelf en voor de mensen die zich erin zullen herkennen. Ik mag mijn stem laten horen zoals ze klinkt: soms helder en geduldig, soms boos en gekrenkt, soms bitter en teleurgesteld. Maar soms ook optimistisch en hoopvol. Hoopvol dat de wereld toe is aan een nieuw verhaal.