Ik ging voor de eerste keer in mijn leven naar Waregem. Ik reed door de stromende regen met mijn sportwagen over de autosnelweg aan negentig per uur en luisterde naar enkele oude mix-cd's die ik in het jaar 2008 had gemaakt om als soundtrack te dienen tijdens een reis naar Italië met mijn twee beste vrienden.
...

Ik ging voor de eerste keer in mijn leven naar Waregem. Ik reed door de stromende regen met mijn sportwagen over de autosnelweg aan negentig per uur en luisterde naar enkele oude mix-cd's die ik in het jaar 2008 had gemaakt om als soundtrack te dienen tijdens een reis naar Italië met mijn twee beste vrienden. 2008 was ook het jaar waarin mijn eerste roman verscheen. In de jaren daarna schreef ik nog enkele romans, en telkens hoorden daar optredens bij. Vaak komt dat neer op een stukje voorlezen, of vragen beantwoorden van iemand van Klara of Radio 1 die ook wel eens een schnabbel lust. Net zoals ik gestopt ben met naar de Boekenbeurs te gaan, stopte ik een hele tijd ook met zulke optredens te doen. Tot ik dus naar Waregem reed. Het was zo lang geleden dat ik iets in het literaire circuit had uitgestoken dat ik de hele zaak was gaan romantiseren en dacht: dat zal nog eens leuk zijn.Voor een stuk was dat ook zo. Ik praatte even met de andere aanwezige schrijvers, en dat doet altijd deugd. Je komt als schrijver niet al te vaak collega's tegen, omdat schrijven alleen gebeurt en je meestal gewoon met rust gelaten wilt worden. Sinds ik debuteerde, zijn er dus tien jaar voorbijgegaan. In die tijd is de literaire wereld in Vlaanderen geïmplodeerd tot iets wat in de media zelfs geen niche meer te noemen is. De rol van de roman en het aanzien van de literaire schrijver zijn verschrompeld tot zo goed als niks. Kranten moffelen hun literaire rubrieken weg in anderhalf interview met een Hollander en als je op radio of televisie mag komen, dan gaat het daar nooit over de inhoud van je werk. Een roman kost tijd, een romancier leeft van de nuances in het leven en zijn stem. Tijd en nuance, laat dat nu net zaken zijn die even goed in de tijd passen als de kassierster tegen het rek met de droge voeding duwen en haar ongevraagd muilen om achteraf te zeggen dat ze godverdomme dankbaar mag zijn dat ze nog eens goed gemuild werd. Het is nu ook wel zo dat ik heel weinig schrijvers heb zien opstaan na de generatie die ik ongeveer afsloot. Dan heb ik het over onder anderen Saskia De Coster, Joost Vandecasteele, Annelies Verbeke en Ivo Victoria. Zij werden geboren in de jaren zeventig, ik in 1981. Sindsdien zijn er ofwel niet echt talenten meer opgekomen, ofwel is de mechaniek in de media nu van dien aard dat je enkel met commercieel succes de kranten haalt. In Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk kan een schrijver nog altijd op een podium rekenen zonder over de hernia van zijn poedel, haaruitval of zijn nieuwe keuken te moeten leuteren. Ik heb lang gedacht dat Vlaanderen een intellectueel verpauperde streek is. Dat geloof ik nog altijd een beetje: intellectualisme moet zich verstoppen en klein houden in twee radioprogramma's en een debatshow op vrijdag. Maar media onderschatten ook de honger naar nuance en ideeën. Ik weet dat veel redacties geloven dat je over een boek 'niet kunt praten'. Misschien moeten ze het eerst eens proberen. Een gek idee, ik weet het. Ik ben dan ook een gekke schrijver.