Een schrijver zit aan de toog van een diner spek met eieren te eten. Hij tobt over zijn slabakkende carrière en zijn mislukte huwelijken, en bespiedt via de barspiegel een vrouw achter hem. Ze lijkt verdacht veel op een oude vriendin - Nan, de vrouw van Robert - en in een opwelling besluit de schrijver Nan op te bellen. Gewoon, een praatje slaan. Na het korte gesprek is zijn honger voorbij: die ochtend is Robert doodgevallen en Nan was in alle staten. Daarna moet de schrijver aan een periode uit zijn studententijd denken, toen hij met een kapotte knie opgenomen werd in het ziekenhuis en het hem een goe...

Een schrijver zit aan de toog van een diner spek met eieren te eten. Hij tobt over zijn slabakkende carrière en zijn mislukte huwelijken, en bespiedt via de barspiegel een vrouw achter hem. Ze lijkt verdacht veel op een oude vriendin - Nan, de vrouw van Robert - en in een opwelling besluit de schrijver Nan op te bellen. Gewoon, een praatje slaan. Na het korte gesprek is zijn honger voorbij: die ochtend is Robert doodgevallen en Nan was in alle staten. Daarna moet de schrijver aan een periode uit zijn studententijd denken, toen hij met een kapotte knie opgenomen werd in het ziekenhuis en het hem een goed idee leek om voor de operatie lsd te pakken. Even later schiet hem Darcy te binnen, zijn oude schrijverskompaan die gek werd op een ranch in Texas, een gekte die veroorzaakt werd door breinkanker. Daarna gingen nog heel wat mensen dood, maar de schrijver vooralsnog niet. Triomf over het graf is een typisch verhaal voor Denis Johnson: schijnbaar willekeurig schikt hij verschillende anekdotes naast elkaar en propt hij die samen in één lang verhaal dat zich vaak over verschillende era's en locaties verspreidt. Omdat Johnson zijn tijd neemt en niet terugschrikt voor meanderende plotlijnen duurt het meestal een poosje vooraleer je de rode draad in zijn verhalenbundels ontdekt. In deze postuum uitgegeven bundel - Johnson overleed vorig jaar aan een leveraandoening - is de draad bloedrood: de dood is prominent aanwezig. Hoewel De gulheid van de zeemeermin wemelt van sterfbedden en spoken, wordt Johnson nooit zwartgallig: humor is het wapen waarmee hij de man met de zeis bekampt. Ronduit hilarisch is het verhaal over een bevriende dichter die er rotsvast van overtuigd is dat Elvis Presley na zijn legerdienst vermoord werd door zijn manager Colonel Parker en vervangen door een dociele dubbelganger. En het ontbreekt Johnson evenmin aan zelfspot: meermaals portretteert hij zichzelf als een mislukt auteur die na alweer een slapeloze nacht in het ochtendgloren door de buurt doolt, enkel gehuld in een verschoten kamerjas. 'Er lopen hier te allen tijde mensen in badjas rond, maar niet vaak, denk ik, zonder huisdier aan een lijn.' Alleen al voor het titelverhaal, waarin Johnson de stiltes doorheen zijn leven naast elkaar rangschikt, moet u deze bundel kopen, en daarna zult u geheid de rest van zijn oeuvre willen lezen. Grote meneer, deze spookschrijver.