Een schrijver zit aan de toog van een diner spek met eieren te eten. Hij tobt over zijn slabakkende carrière en zijn mislukte huwelijken, en bespiedt via de barspiegel een vrouw achter hem. Ze lijkt verdacht veel op een oude vriendin - Nan, de vrouw van Robert - en in een opwelling besluit de schrijver Nan op te bellen. Gewoon, een praatje slaan. Na het korte gesprek is zijn honger voorbij: die ochtend is Robert doodgevallen en Nan was in alle staten. Daarna moet de schrijver aan een periode uit zijn studententijd denken, toen hij met een kapotte knie opgenomen werd in het ziekenhuis en het hem een goe...