'Al deze kwesties zouden, uiteraard, in een roman kunnen worden opgelost', zo verzucht Julian Barnes aan het einde van zijn biografie van dokter Samuel Jean Pozzi, die de belle époque vanaf de eerste rij meemaakte. De 'kwesties' waar Barnes over weeklaagt, zijn de frustraties waar elke biograaf mee te maken krijgt. Onvoldoende historische data, lacunes in de tijdlijn, contradictorische anekdotes, regelrechte leugens: nooit slaag je er als biograaf in om je onderwerp helemaal te doorgronden. En dan loert de romancier in Barnes om de hoek: als we Pozzi zouden fictionaliseren, dan ...

'Al deze kwesties zouden, uiteraard, in een roman kunnen worden opgelost', zo verzucht Julian Barnes aan het einde van zijn biografie van dokter Samuel Jean Pozzi, die de belle époque vanaf de eerste rij meemaakte. De 'kwesties' waar Barnes over weeklaagt, zijn de frustraties waar elke biograaf mee te maken krijgt. Onvoldoende historische data, lacunes in de tijdlijn, contradictorische anekdotes, regelrechte leugens: nooit slaag je er als biograaf in om je onderwerp helemaal te doorgronden. En dan loert de romancier in Barnes om de hoek: als we Pozzi zouden fictionaliseren, dan mogen we een loopje nemen met de waarheid. Pozzi, die van 1846 tot 1918 leefde, had inderdaad een kleurrijke romanfiguur kunnen zijn. Hij vergaarde internationale roem met zijn pionierswerk in de gynaecologie en was een bevoorrechte getuige van zijn woelige tijd. Minnaar en lijfarts van actrice Sarah Bernhardt, vereeuwigd in Prousts romancyclus Op zoek naar de verloren tijd en op een doek van John Singer Sargent, rabiaat verdediger van Richard Dreyfus: aan bekende nevenpersonages geen gebrek. Zoals Barnes regelmatig herhaalt: Pozzi was overal bij. Daarom kan het verbazen dat Pozzi in De man in de rode mantel vaak op de achtergrond blijft. Barnes gebruikt hem vooral als breekijzer om de salons en de achterkamers van de Parijse en Londense beau monde open te wrikken. Zo verhaalt hij uitgebreid over het verschijnen van de decadente schandaalroman Tegen de keer van Joris-Karl Huysmans, nestelt hij zich in het pluche tijdens de processen omtrent Oscar Wilde en grabbelt hij in de roddelton van de gebroeders Goncourt. Daarbij verlustigt hij zich aan sappige details: met voyeuristisch genoegen vertelt hij over het seksleven van Bernhardt - was ze nu een nymfomane of net frigide? - en spit hij de homoseksuele escapes van Franse edellieden uit. Barnes volgt Pozzi natuurlijk niet louter voor de saillante anekdotes. Zoals hij in zijn nawoord aangeeft, lijkt de belle époque verdacht veel op onze huidige tijd. Politieke instabiliteit, een op sensatie beluste pers, een roddelcircuit dat, net als onze sociale media, reputaties volledig kan vernietigen en technologische vooruitgang die de maatschappij op haar grondvesten doet daveren, om nog te zwijgen over hoe ze de oorlogvoering verandert. Het is daarbij geen toeval dat Barnes zich openlijk zorgen maakt over de brexit: het nationalisme van Pozzi's tijd zorgde ervoor dat die zijn laatste jaren in de loopgraven van WO I sleet.