John Irving praat zoals hij schrijft: traag en bedachtzaam. En wanneer hij over schrijven praat, maakt hij kleine schrijfbewegingen, alsof hij een miniatuurtje tekent. De boeken die hij nu al vijftig jaar schrijft, zijn dan ook als kathedralen: zorgvuldig opgebouwde familiekronieken, vol uitweidingen. Een lezer wil wel eens een dieper inzicht krijgen in 's mans personages dan hij of zij heeft in zijn of haar dichtste vrienden.
...