John Irving praat zoals hij schrijft: traag en bedachtzaam. En wanneer hij over schrijven praat, maakt hij kleine schrijfbewegingen, alsof hij een miniatuurtje tekent. De boeken die hij nu al vijftig jaar schrijft, zijn dan ook als kathedralen: zorgvuldig opgebouwde familiekronieken, vol uitweidingen. Een lezer wil wel eens een dieper inzicht krijgen in 's mans personages dan hij of zij heeft in zijn of haar dichtste vrienden.
...

John Irving praat zoals hij schrijft: traag en bedachtzaam. En wanneer hij over schrijven praat, maakt hij kleine schrijfbewegingen, alsof hij een miniatuurtje tekent. De boeken die hij nu al vijftig jaar schrijft, zijn dan ook als kathedralen: zorgvuldig opgebouwde familiekronieken, vol uitweidingen. Een lezer wil wel eens een dieper inzicht krijgen in 's mans personages dan hij of zij heeft in zijn of haar dichtste vrienden. Een van Irvings beroemdste personages viert dit jaar zijn veertigste verjaardag: schrijver-worstelaar T.S. Garp. Dat is de op zeer bijzondere wijze verwekte zoon van het tweede hoofdpersonage uit De wereld volgens Garp, de heel eigenwijze verpleegster-schrijfster Jenny Fields. 'In deze onzindelijk denkende wereld', schrijft zij in haar boek Seksueel verdacht, 'ben je ofwel iemands vrouw ofwel iemands hoer - of hard op weg om een van beiden te worden.' Voor al wie die zwart-witte, even vaak hypocriete als hatelijke visie op seksuele identiteit aanhangt, is het boek een kaakslag. De wereld volgens Garp betekende in 1978 Irvings internationale doorbraak. De roman werd verfilmd met Robin Williams in de hoofdrol, vertaald en uitgegeven in meer dan dertig talen en meer dan veertig landen en er werden al meer dan tien miljoen exemplaren van verkocht. Toch heeft Irving geen fles ontkurkt voor deze verjaardag. 'Ik heb er een dubbel gevoel bij', zegt hij. 'Gelukkig is de schrijver wiens werk na veertig jaar nog steeds gelezen wordt, zeker in tijden waarin steeds minder literaire fictie wordt gelezen. Maar in het geval van De wereld volgens Garp ligt het anders. Toen ik het schreef, was ik de hele tijd bang dat ik een hopeloos verouderd boek zou afleveren. Ik was er echt van overtuigd dat iets achterlijks als seksuele discriminatie al lang zou zijn uitgestorven. Al vijf minuten nadat mijn boek is uitgekomen, dacht ik, zullen we erover uitgepraat zijn.' Irving zegt het enkele dagen voordat in de VS Republikeinen en Democraten elkaar naar de keel vliegen over de conservatieve rechter Brett Kavanaugh. Die werd na een giftige stammentwist over vermeend seksueel grensoverschrijdend gedrag benoemd tot rechter in het Hooggerechtshof. Behalve zijn afkeer van de Clintons heeft Kavanaugh ook dat gemeen met de pussy grabbing president Trump. 'Nog steeds moeten vrouwen en de LHBT-gemeenschap minachting en zelfs geweld verduren', stelt Irving niet zonder bitterheid vast. 'Het is ronduit slecht nieuws én beschamend dat Garp nog steeds relevant is.' John Irving: Dat was de tijdgeest. Eind jaren zeventig, toen Garp uitkwam, had je echt het gevoel dat de seksuele revolutie aan de gang was, dat de oude taboes sneuvelden. Natuurlijk is de wereld vandaag beter, veiliger en toleranter voor wie zijn seksualiteit anders beleeft dan begin jaren zeventig. Maar we hebben onszelf te vroeg gefeliciteerd. Toen ik midden jaren tachtig mijn abortusboek De regels van het ciderhuis publiceerde, begrepen mijn vrienden abortus- of vrouwenrechtenactivisten dat niet. Het probleem is toch opgelost, vonden ze tien jaar na het Roe vs Wade-arrest. Daarin had het Hooggerechtshof anti-abortuswetten ongrondwettelijk genoemd. Maar zijn we vandaag verlost van alle mensen en instellingen die zwangerschappen willen opleggen aan vrouwen? Nee. De kerk zal abortus nooit aanvaarden. Ik zie ze nog eerder het homohuwelijk omarmen. (zwijgt en zucht) Veertig jaar Garp is helemaal geen vrolijke verjaardag. Het is ontmoedigend. Nooit was er zoveel informatie, zoveel media-aandacht voor wat er fout gaat in de wereld. En toch gaan er nog zoveel foute dingen onopgemerkt voorbij. Irving: Jullie media focussen op de verkeerde dingen. Toen de Amerikaanse minister van Justitie Jeff Sessions vorig jaar een wet terugdraaide die transgenders beschermde tegen discriminatie op de werkvloer, was dat één dag nieuws. (sissend) Eén. Fucking. Dag. Maar dagelijks lees ik hoe stom Donald Trump wel is. Jezus, als ik dat nog één keer moet lezen, dan schrijf ik een lezersbrief om te vragen waarom niemand schrijft dat honden vier poten hebben! Irving: Maar dat is toch geen nieuws? Ik woonde in de jaren tachtig in New York, toen Trump nog Democraat was en er hotels bouwde. Dan al was hij een asshole, een narcistische kletsmajoor die met alles wegkwam. Weet je waarom zoveel Republikeinen zo dol zijn op hem, ook al is hij totaal geen oprechte Republikein en zijn ze het met veel van wat hij zegt en doet oneens? Omdat de media zo stom zijn om alleen maar over zijn narcisme te schrijven en niet over wat de Republikeinen aan het uitvreten zijn. Zij komen met alles weg, zij ontlopen alle verantwoordelijkheid. Trump maalt niet om de lhbt-beweging, hij is geen homofoob. Echte Republikeinen zoals Sessions wel. Dáár moet je over schrijven. Irving:Nee. Minder dan de helft van mijn boeken is politiek. Als intolerantie ten opzichte van seksuele minderheden al een rode draad is in mijn oeuvre, dan enkel in die politieke boeken. Wat wel terugkomt in elk boek, is dat het hoofdpersonage iets meemaakt dat zijn of haar leven bepaalt, vaak al op jonge leeftijd. En de nachtmerrieachtige dreiging, dat sfeertje waarin er steeds iets op til lijkt te zijn, zoals geweld of het verlies van een geliefde. Nu, daarmee vertel ik weinig ophefmakends. Zonder dergelijke elementen kun je geen goede boeken schrijven. Irving: Ik heb me er lang aan gestoord dat het zo'n traag proces is, of toch voor mij. Een boek maakt soms al heel lang deel uit van mijn leven voor ik het op papier zet. Vandaar dat ik mijn abortusboek pas tien jaar na de legalisering van abortus schreef en mijn Vietnamboek Bidden wij voor Owen Meany pas vijftien jaar na de oorlog. (denkt na) Ik wacht nu eenmaal graag. Op het moment dat er wraakroepende dingen gebeuren, maakt alles eraan je kwaad. Als je wacht, hou je de essentie over. Alleen datgene wat je na tien jaar nog kwaad maakt, is écht de moeite waard om over te schrijven. Al de rest is afleiding, onnozelheid. Irving: Het is niet zo zwart-wit. Wanneer ik iemand in de metro een boek van mij zie lezen, ben ik natuurlijk wel nieuwsgierig. Maar geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt die lezer dan aan te spreken. (lacht) Kort nadat Garp was verschenen, zat ik op een vliegtuig met mijn zoon. Voor ons was een vrouw het boek aan het lezen. Terwijl ik me zo klein mogelijk probeerde te maken, kreeg ik onophoudelijk elleboogstoten van mijn zoon, die ook nog eens luid zat te kuchen en hoesten. 'Ja, ik wéét het, Colin!'Toen die vrouw plots het boek dichtklapte en het agressief in een kotszakje propte, had hij het niet meer.Hij is er nog een week obsessief mee bezig geweest. 'Wil je niet weten waarom ze dat deed!?' (lacht)Irving: Mij interesseerde het niet echt. (denkt na) Misschien om dezelfde reden als waarom ik nooit een boek herlees. Alleen als het echt moet, zoals nu met Garp, omdat HBO er een serie van wil maken. Dat is frustrerend, want je wilt dat boek dan meteen herschrijven. Ik wilde meteen de chronologie omgooien. Nu, het voordeel van een oud boek bewerken is dat het minder pijn doet om hele scènes of zelfs hele hoofdstukken te schrappen. Irving:Dat onderscheid is onzinnig. Er zijn natuurlijk slechte schrijvers die het verdienen om onbekend te zijn. Maar succes zegt op zich niets over kwaliteit. Neem Charles Dickens en Herman Melville, twee schrijvers die veel voor mij betekend hebben. Dickens was al zeer populair tijdens zijn leven, terwijl Melville met Moby-Dick wellicht het meest afgekraakte boek aller tijden heeft geschreven. En uiteraard is Moby-Dick ook een van de béste boeken aller tijden. Irving: Het wordt een ghost story, ja. In andere van mijn boeken zaten ook al geesten, maar nu staan ze echt centraal. Ik vind de reactie van mensen erop interessant. Hoe ze met grote zekerheid zeggen dat geesten wel of niet bestaan. Gelovigen en atheïsten zijn vaak even zeker van hun zaak. Maar ik vraag me altijd af: waarom dan? Zijn zij al een keer gestorven en teruggekomen om verslag uit te brengen? In een spookverhaal kan ik aan de slag met die menselijke neiging om te veralgemenen. Ik hoop het punt te maken dat wat je denkt te weten hoogstens giswerk is, en dat je je mening dus ook gewoon voor jezelf kunt houden. Dat is helemaal prima. Het slimste wat ik over geesten heb gehoord, was wat mijn goede vriend Stephen King zei toen hij vernam dat ik dit boek zou schrijven: 'Ik hoop dat ze angstwekkend zullen zijn.' Dat is het enige zinnige en veralgemenende wat je over geesten kunt zeggen. Iedereen die beweert dat hij een geest gezien of gevoeld heeft, zegt dat omdat hij op dat moment doodsbang was. Irving: Ik weet nog niet wat ik erover kwijt wil - zeker over een spookverhaal mag je niet te veel prijsgeven. Het hoofdpersonage is een skilerares die twee levens leidt. Het ene is echt, het andere niet. Over dat fictieve leven, waarin ze het heeft geschopt tot competitieskister, doen een paar mysterieuze verhalen de ronde. Verder speelt ook een oud hotel een belangrijke rol. Daar zal alles samenkomen. Enfin, dat hoop ik toch. Het is voor iedereen met een beetje verstand duidelijk dat je dat hotel moet mijden als de pest, behalve voor de zoon van de skister, op wie het een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefent. Terwijl hij die plek meer dan wie ook absoluut moet mijden. Irving: (onderbreekt) Natuurlijk gaat hij erheen. Wat voor boek zou het zijn als hij dat níét zou doen?