Lees hier onze exclusieve voorpublicatie uit Misfits.

'Dames en Heren,'

Mensen, denk ik, zeg gewoon mensen.

'Een warm applaus voor Anaïs Van Ertvelde!'

Ik loop de scène op en glimlach vriendelijk. Ik steek mijn linkerhand op alsof ik het publiek duidelijk moet maken dat ik het wel degelijk ben en speur naar mijn stoel. Ik ben altijd nerveus voor dat wandelingetje over het podium - veel nerveuzer dan voor het spreken zelf.

'Welkom, Anaïs. We zijn heel blij dat je er vanavond bij kan zijn.'

Ik ben gewoon onhandig. Altijd al geweest. Daarom word ik geplaagd door kinderlijke angstbeelden: hoe ik over een kabel struikel, mijn rok openscheurt, ik met mijn onderbroek zichtbaar op de scène val, tanden eerst, tanden los, bloed overal. Vanavond zijn de beelden nog meer aanwezig dan anders, want de doorloop kon niet doorgaan. Nu heb ik geen idee waar ik moet zitten.

'Anaïs is auteur en historica met een bijzondere interesse voor het lichaam in al zijn verschijningsvormen. Ze schreef al over gender, seksualiteit, handicap en dik zijn.'

Het meest voor de hand liggende stoeltje ziet er bijzonder krap uit. Terwijl ik de interviewer bedank voor de uitnodiging probeer ik mijn weerbarstige dijen tussen de stalen armleuningen te manoeuvreren. Eerst de ene dij, dan de andere. Het lukt niet echt. Opstaan is ook geen optie meer. Glimlachend pers ik tot ik pijnlijk zit.

'Je bent hier vanavond om ons te vertellen over een begrip dat je graag in de Lage Landen wil lanceren.'

Ik schud vol overtuiging mijn hoofd en realiseer me dat ik geen micro heb. De interviewer kijkt me verwachtingsvol aan.

'Crips. Wat is dat?'

'Micro?', fluister ik.

En dan iets luider: 'Micro?'

'Micro!', commandeert de interviewer.

Is een podium delen met iemand met een beperking dan even surreëel als een avondje debatteren met een zeemeermin?

De chaos voor de aanvang van het programma was zo groot dat ik vergeten ben een micro op te laten spelden. Of dat de organisatie vergeten is om dat te doen. Er komt vanuit de coulissen een meisje aangesneld met een micro in haar hand. Verdomme, denk ik. Ik heb een speldmicro nodig, een headset of zo'n opplakding. Daar had ik op voorhand toch om gevraagd? Dubbel onderlijnd in de e-mail? Hoe kan ik in één hand én de kaartjes met mijn notities én de micro vasthouden? Daarvoor heb je er twee nodig. Ik arrangeer de kaartjes in volgorde op mijn schoot. Glimlachend neem ik de micro aan. Drie kaartjes glijden door dat gebaar al op de grond. A l'improviste dan maar.

'Wel, crip is in de eerste plaats een geuzennaam die mensen met een beperking zich vanaf de jaren zeventig hebben toegeëigend. Het komt van het Engelse scheldwoord 'cripple' of 'kreupele'. Om te provoceren gingen activisten de naam omarmen waarmee de wereld dacht hen pijn te doen. Een beetje zoals met 'queer' is gebeurd, dus.'

Het gaat best goed, stel ik mezelf gerust. Ik heb helemaal geen kaartjes nodig. Ik kan dit. De gedachte dat alles rondom mij vertelt dat mensen zoals ik hier niet verwacht worden, tast mijn zelfvertrouwen zelfs nauwelijks aan. Er is geen micro voor mij. Er is geen stoel waarin ik pas. Er is ook geen tolk gebarentaal - dat is misschien mijn schuld, ik had er explicieter naar moeten vragen. Er is wel een rolstoeltoegang naar de zaal, maar niet naar de scène. Het podiumplan is geschreven voor wie een symmetrisch lichaam van geijkte afmetingen met twee handen en tien vingers heeft. De architectuur zelf fluistert dat deze wereld gebouwd is voor andere lichamen dan het mijne.

'Crip wordt niet alleen in het activisme gebruikt,' zeg ik terwijl ik me naar de zaal draai, 'maar er ontstond ook een onderzoeksveld rond: crip theory. Dat borduurde verder op queer theory en ging handicap, gender en seksualiteit samen uitdenken. De insteek is intersectioneel: handicap speelt een grote rol in andere vormen van discriminatie. Bijna elke minderheidsgroep wordt gediscrimineerd op basis van een zogenaamde lichamelijke of geestelijke minderwaardigheid ten opzichte van een zogenaamde norm. Dat is eigenlijk een handicapsargument. Onze vooroordelen over handicaps herdenken komt dus iedereen ten goede.'

Ik leg de micro neer en stroop mijn afzakkende rechtermouw op. Niet alleen schouwburgen maar ook mijn kleren zijn gemaakt voor het lichaam van een ander.

'De term is dus nuttig, Anaïs, voor meer mensen dan alleen voor wie een zichtbare beperking heeft?', vraagt de interviewer me.

Hij deed eigenlijk echt wel zijn best daarnet.

'Jazeker', zeg ik. 'Het is een heel breed begrip. Ook mensen met een chronische ziekte of een psychische kwetsbaarheid claimen het als identiteit. Het laat mooi zien hoe poreus handicap eigenlijk is.'

De architectuur zelf fluistert dat deze wereld gebouwd is voor andere lichamen dan het mijne.

Toen een andere spreekster bij het voorstellingsrondje achter de schermen verbouwereerd op mij reageerde, probeerde de interviewer de situatie op te vangen. Maar hij wist ook niet goed wat te zeggen. Wat moet je ook zeggen tegen iemand die niet zeker weet of ze het aankan om met mij voor een publiek te praten? Wat zeg je tegen iemand die vraagt waarom niemand haar heeft ingelicht dat er vanavond 'een gehandicapte' bij zal zijn? De doorloop stokt omdat ze hyperventileert. Alsof het podium delen met iemand met een beperking voor haar tot zo-even onvoorstelbaar was. Even surreëel als een avondje debatteren met een zeemeermin of een centaur. Naar oude, slechte gewoonte probeer ik haar gerust te stellen.

'Maar naast een identiteit is crip ook een kritische positie.' Die uitspraak intrigeert het publiek altijd, dus ik spreek extra vurig. 'Een lens waarmee je naar de maatschappij kan kijken en een aantal van onze vanzelfsprekendheden in vraag kan stellen: wat zijn waardevolle lichamen? Waarom moeten onze lijven en geesten productief en fit zijn om waardevol te zijn? Wat zijn erotische lichamen? Waarom moeten we mooi zijn om erotiek te beleven? Crip is verder ook een cultuur', zeg ik. 'Crip kunstenaars zoeken naar verhalen en vormen die de wijsheid vieren van zij die niet goed binnen de norm passen. Tegelijkertijd willen ze een wereld bouwen die aan heel diverse lijven en geesten een plek geeft. Zodat zij hun lichamen niet naar de wereld, naar de norm, moeten kneden.'

De interviewer knikt instemmend. Het publiek kijkt oprecht geïnteresseerd. Mijn dijen beginnen nu echt pijn te doen. Niemand die het opmerkt. Deze stoel verschijnt morgen als een blauwpaarse schandvlek op mijn huid.

'Dames en Heren,'Mensen, denk ik, zeg gewoon mensen.'Een warm applaus voor Anaïs Van Ertvelde!' Ik loop de scène op en glimlach vriendelijk. Ik steek mijn linkerhand op alsof ik het publiek duidelijk moet maken dat ik het wel degelijk ben en speur naar mijn stoel. Ik ben altijd nerveus voor dat wandelingetje over het podium - veel nerveuzer dan voor het spreken zelf. 'Welkom, Anaïs. We zijn heel blij dat je er vanavond bij kan zijn.'Ik ben gewoon onhandig. Altijd al geweest. Daarom word ik geplaagd door kinderlijke angstbeelden: hoe ik over een kabel struikel, mijn rok openscheurt, ik met mijn onderbroek zichtbaar op de scène val, tanden eerst, tanden los, bloed overal. Vanavond zijn de beelden nog meer aanwezig dan anders, want de doorloop kon niet doorgaan. Nu heb ik geen idee waar ik moet zitten.'Anaïs is auteur en historica met een bijzondere interesse voor het lichaam in al zijn verschijningsvormen. Ze schreef al over gender, seksualiteit, handicap en dik zijn.'Het meest voor de hand liggende stoeltje ziet er bijzonder krap uit. Terwijl ik de interviewer bedank voor de uitnodiging probeer ik mijn weerbarstige dijen tussen de stalen armleuningen te manoeuvreren. Eerst de ene dij, dan de andere. Het lukt niet echt. Opstaan is ook geen optie meer. Glimlachend pers ik tot ik pijnlijk zit. 'Je bent hier vanavond om ons te vertellen over een begrip dat je graag in de Lage Landen wil lanceren.'Ik schud vol overtuiging mijn hoofd en realiseer me dat ik geen micro heb. De interviewer kijkt me verwachtingsvol aan.'Crips. Wat is dat?''Micro?', fluister ik.En dan iets luider: 'Micro?''Micro!', commandeert de interviewer.De chaos voor de aanvang van het programma was zo groot dat ik vergeten ben een micro op te laten spelden. Of dat de organisatie vergeten is om dat te doen. Er komt vanuit de coulissen een meisje aangesneld met een micro in haar hand. Verdomme, denk ik. Ik heb een speldmicro nodig, een headset of zo'n opplakding. Daar had ik op voorhand toch om gevraagd? Dubbel onderlijnd in de e-mail? Hoe kan ik in één hand én de kaartjes met mijn notities én de micro vasthouden? Daarvoor heb je er twee nodig. Ik arrangeer de kaartjes in volgorde op mijn schoot. Glimlachend neem ik de micro aan. Drie kaartjes glijden door dat gebaar al op de grond. A l'improviste dan maar.'Wel, crip is in de eerste plaats een geuzennaam die mensen met een beperking zich vanaf de jaren zeventig hebben toegeëigend. Het komt van het Engelse scheldwoord 'cripple' of 'kreupele'. Om te provoceren gingen activisten de naam omarmen waarmee de wereld dacht hen pijn te doen. Een beetje zoals met 'queer' is gebeurd, dus.' Het gaat best goed, stel ik mezelf gerust. Ik heb helemaal geen kaartjes nodig. Ik kan dit. De gedachte dat alles rondom mij vertelt dat mensen zoals ik hier niet verwacht worden, tast mijn zelfvertrouwen zelfs nauwelijks aan. Er is geen micro voor mij. Er is geen stoel waarin ik pas. Er is ook geen tolk gebarentaal - dat is misschien mijn schuld, ik had er explicieter naar moeten vragen. Er is wel een rolstoeltoegang naar de zaal, maar niet naar de scène. Het podiumplan is geschreven voor wie een symmetrisch lichaam van geijkte afmetingen met twee handen en tien vingers heeft. De architectuur zelf fluistert dat deze wereld gebouwd is voor andere lichamen dan het mijne.'Crip wordt niet alleen in het activisme gebruikt,' zeg ik terwijl ik me naar de zaal draai, 'maar er ontstond ook een onderzoeksveld rond: crip theory. Dat borduurde verder op queer theory en ging handicap, gender en seksualiteit samen uitdenken. De insteek is intersectioneel: handicap speelt een grote rol in andere vormen van discriminatie. Bijna elke minderheidsgroep wordt gediscrimineerd op basis van een zogenaamde lichamelijke of geestelijke minderwaardigheid ten opzichte van een zogenaamde norm. Dat is eigenlijk een handicapsargument. Onze vooroordelen over handicaps herdenken komt dus iedereen ten goede.'Ik leg de micro neer en stroop mijn afzakkende rechtermouw op. Niet alleen schouwburgen maar ook mijn kleren zijn gemaakt voor het lichaam van een ander.'De term is dus nuttig, Anaïs, voor meer mensen dan alleen voor wie een zichtbare beperking heeft?', vraagt de interviewer me. Hij deed eigenlijk echt wel zijn best daarnet.'Jazeker', zeg ik. 'Het is een heel breed begrip. Ook mensen met een chronische ziekte of een psychische kwetsbaarheid claimen het als identiteit. Het laat mooi zien hoe poreus handicap eigenlijk is.'Toen een andere spreekster bij het voorstellingsrondje achter de schermen verbouwereerd op mij reageerde, probeerde de interviewer de situatie op te vangen. Maar hij wist ook niet goed wat te zeggen. Wat moet je ook zeggen tegen iemand die niet zeker weet of ze het aankan om met mij voor een publiek te praten? Wat zeg je tegen iemand die vraagt waarom niemand haar heeft ingelicht dat er vanavond 'een gehandicapte' bij zal zijn? De doorloop stokt omdat ze hyperventileert. Alsof het podium delen met iemand met een beperking voor haar tot zo-even onvoorstelbaar was. Even surreëel als een avondje debatteren met een zeemeermin of een centaur. Naar oude, slechte gewoonte probeer ik haar gerust te stellen.'Maar naast een identiteit is crip ook een kritische positie.' Die uitspraak intrigeert het publiek altijd, dus ik spreek extra vurig. 'Een lens waarmee je naar de maatschappij kan kijken en een aantal van onze vanzelfsprekendheden in vraag kan stellen: wat zijn waardevolle lichamen? Waarom moeten onze lijven en geesten productief en fit zijn om waardevol te zijn? Wat zijn erotische lichamen? Waarom moeten we mooi zijn om erotiek te beleven? Crip is verder ook een cultuur', zeg ik. 'Crip kunstenaars zoeken naar verhalen en vormen die de wijsheid vieren van zij die niet goed binnen de norm passen. Tegelijkertijd willen ze een wereld bouwen die aan heel diverse lijven en geesten een plek geeft. Zodat zij hun lichamen niet naar de wereld, naar de norm, moeten kneden.'De interviewer knikt instemmend. Het publiek kijkt oprecht geïnteresseerd. Mijn dijen beginnen nu echt pijn te doen. Niemand die het opmerkt. Deze stoel verschijnt morgen als een blauwpaarse schandvlek op mijn huid.