14 oktober 1964. Vladimir Nabokov, op dat moment woonachtig in een hotel in het Zwitserse Montreux, begint aan een curieus experiment: samen met zijn vrouw Véra zal hij elke ochtend zijn dromen noteren, in de hoop een lijn te vinden in hun nocturnale beeldenstroom. Nabokov is op zijn zachtst gezegd een slechte slaper. Niet alleen wordt hij al zijn hele leven geplaagd door insomnia, ook zijn prostaatproblemen dwingen hem 's nachts meermaals uit bed - zijn slapeloosheid en plaspauzes zijn zo erg dat hij en Véra apart slapen. Geïnspireerd door een boek van John Willia...

14 oktober 1964. Vladimir Nabokov, op dat moment woonachtig in een hotel in het Zwitserse Montreux, begint aan een curieus experiment: samen met zijn vrouw Véra zal hij elke ochtend zijn dromen noteren, in de hoop een lijn te vinden in hun nocturnale beeldenstroom. Nabokov is op zijn zachtst gezegd een slechte slaper. Niet alleen wordt hij al zijn hele leven geplaagd door insomnia, ook zijn prostaatproblemen dwingen hem 's nachts meermaals uit bed - zijn slapeloosheid en plaspauzes zijn zo erg dat hij en Véra apart slapen. Geïnspireerd door een boek van John William Dunne, An Experiment with Time, besluit hij van de last een deugd te maken. Dunne is op zich al een figuur die lijkt weggelopen uit Nabokovs romans: pionier in de militaire luchtvaart, uitvinder van lokaas voor vliegvissen en schrijver van obscurantistische teksten. Dunne onderzoekt in zijn boek hoe de droomtijd werkt, en of er bewijzen bestaan voor het fenomeen van voorspellende dromen. Nabokov, die zelf wel van het betere spookverhaal houdt, doet Dunnes experiment losjes over, en in Insomniac Dreams heeft redacteur en Nabokov-vertaler Gennady Barabtarlo al die notities gebundeld en geannoteerd. Voer voor specialisten? Zeker, kenners van Nabokov zullen hier een vette kluif aan hebben - boeiend om te lezen hoe bepaalde dromen invloed hebben gehad op romans als Pnin, Ada en Het werkelijke leven van Sebastian Knight, én omgekeerd -, maar ook de doorsneeliefhebber kan veel opsteken van Nabokovs minutieuze nachtverslag. Het zal niemand verbazen dat zijn dromen bevolkt worden door een wolk aan vlinders, op het nippertje gemiste treinen en labyrintische musea, vaste thema's in zijn oeuvre, en sporadisch lijkt hij Dunnes theorie over voorkennis te bevestigen. Zo droomt Nabokov over een dode oom die beweert te zullen reïncarneren in 'de gefortuneerde Harry en Kuvyrkin', om veertig jaar later bezoek te krijgen van James Harris en Stanley Kubrick, die hem een grote som geld bieden voor de filmrechten van Lolita. Leuk weetje of koren op de molen van zweverige geesten die geloven dat ons onderbewuste de toekomst kan voorspellen? Op zich maakt het niet uit. Toegang krijgen tot Nabokovs intieme droomwereld, opgetekend in zijn geniale stijl, bloedmooi gebundeld en uitgegeven, is op zich al het ideale nachtkastcadeau voor elke literatuurliefhebber.