De kleren maken de man. Bij dat spreekwoord zullen de collega's van Knack Weekend ongetwijfeld instemmend knikken maar de Japanse bestsellerauteur Haruki Murakami geeft er in het titelverhaal van zijn nieuwe bundel Eerste persoon enkelvoud een grimmige twist aan: maken nieuwe kleren je ook noodzakelijk een betere man?
...

De kleren maken de man. Bij dat spreekwoord zullen de collega's van Knack Weekend ongetwijfeld instemmend knikken maar de Japanse bestsellerauteur Haruki Murakami geeft er in het titelverhaal van zijn nieuwe bundel Eerste persoon enkelvoud een grimmige twist aan: maken nieuwe kleren je ook noodzakelijk een betere man? In het begin van het verhaal is de ik-verteller zich van geen kwaad bewust. Normaal draagt hij vrijetijdskledij maar in zijn kast hangen ook een paar mooie maatpakken die hij zelden uit de beschermhoes haalt. Zonde eigenlijk, en nu zijn vrouw uit eten is met een vriendin, wil hij zichzelf trakteren op een cocktail in een chique bar. Dus combineert hij zijn beste Paul Smith met een das van Ermenegildo Zegna en nestelt zich met een boek aan de toog. Even later komt een oudere vrouw naast hem zitten die hem meteen aan een kruisverhoor onderwerpt: of hij zich nu het heertje voelt, of hij zich niet schaamt voor zijn wangedrag, zo'n drie jaar geleden aan de waterkant? De man valt uit de lucht, pijnigt tevergeefs zijn geheugen en vlucht uiteindelijk de straat op. Daar wachten hem helse taferelen - door hem veroorzaakt? - en daar wacht hem de vraag: hoeveel persoonlijkheden kan een mens bevatten en kennen die elkaars diepste geheimen? Deze vestimentaire variant op The Picture of Dorian Gray is vintage Murakami. Een snullig hoofdpersonage wijkt even af van zijn dagelijkse routine en tuimelt plots een totaal ander wereld binnen, waar hij tot zijn verbazing allerlei magische avonturen beleeft, daarbij vaak vergezeld van pratende katten en tot leven gewekte Johnnie Walker-logo's. Net zo in deze nieuwe verhalenbundel, zij het dat Murakami de zoölogische spektakelwaarde fel tempert, één kletsende aap ten spijt. De meeste verhalen drijven op melancholie: hoe zou het nog zijn met dat ene jeugdliefje en waarom ontdek ik nu pas dat mijn moeder al die jaren honkbalkaartjes verzamelde? Vaak krijgen de vertellers in Murakami geen antwoorden op hun vraag, of niet het antwoord waarop ze hoopten: dat ene meisje dat zo gek was op The Beatles heeft zelfmoord gepleegd, een andere vrouw met wie hij al eens naar pianorecitals ging, blijkt nu veroordeeld voor miljoenenfraude. Op zijn tweeënzeventigste lijkt Murakami niet geneigd om nog veel aan zijn succesformule te tornen. Eerste persoon enkelvoud zal de fans bekoren, en het verhaal Charlie Parker Plays Bossa Nova is zeker een uitschieter in zijn oeuvre, maar voor nieuwe lezers zullen zijn vertelsels vol losse eindjes vaak te schetsmatig overkomen.