Vingerafdrukken op identiteitskaart en iPhone, camera's met gezichtsherkenning, elke click op het internet die verhandeld wordt, gezondheidsapps die je locatie opslaan, BV's die hun sextings viraal zien gaan... De lijst is langer, de epitaaf glashelder: privacy is morsdood. En niemand die erom maalt. Integendeel, we dansen halfnaakt op het graf van onze geheimen terwijl we likes als confetti rondstrooien.
...

Vingerafdrukken op identiteitskaart en iPhone, camera's met gezichtsherkenning, elke click op het internet die verhandeld wordt, gezondheidsapps die je locatie opslaan, BV's die hun sextings viraal zien gaan... De lijst is langer, de epitaaf glashelder: privacy is morsdood. En niemand die erom maalt. Integendeel, we dansen halfnaakt op het graf van onze geheimen terwijl we likes als confetti rondstrooien. In de nieuwe roman van Samanta Schweblin offeren we onze privacy vrijwillig op aan een 'kentuki'. Zo'n pluchen beest doet denken aan een Furby, maar dan voorzien van een camera en bediend door een anonieme tegenpartij die een licentie koopt om de kentuki te mogen bezielen en zo dus een inkijk in je leven krijgt. Je weet niet wie jouw kentuki bestuurt, maar dat is best makkelijk te achterhalen: een getekend alfabet of een ouijabord doet wonderen. Dat lijkt in het voordeel van de digitale voyeur, maar die moet zich wel gedragen, want elke kentuki heeft slechts één leven: net als een tamagotchi moet de eigenaar hem regelmatig opladen, anders vervalt de link. Zo ontstaat een zorgrelatie, en die band onderzoekt Schweblin in Duizend ogen. Via kentuki's haakt Schweblin levensverhalen aan elkaar. Een whizzkid die illegaal licenties verhandelt maar dan ontdekt dat een van zijn kentuki's een ontvoerd meisje in het vizier heeft. Een oma die gered wordt van een eenzaam bestaan omdat ze in een Duits gezin wordt opgenomen als was ze een huisdier. Een kunstenaar die zijn voyeurisme botviert op zijn vriendin en haar exhibitionisme exposeert. Een bevrijdingsfront dat kentuki's ontkoppelt van hun eigenaars. Tienermeisjes die hun schoolgenoten afpersen door hun robot de toiletten in te sturen maar zelf in de val worden gelokt door een perverseling. Best een aardige vondst van Schweblin. Je vraagt je af waarom geen enkele speelgoedfabrikant eerder op dit idee is gekomen en hoelang het nog duurt voor huishoudrobots doodnormaal zullen zijn. Daarom is het jammer dat ze weinig aanvangt met haar trouvaille: neem de kentuki weg en er blijft een mooie verhalenbundel over. Schweblin raakt boeiende thema's aan - stedelijke eenzaamheid, onze toon- en kijklust op sociale media, relationele machtsverhoudingen - maar aarzelt om door te duwen; alsof ze terugdeinst voor haar schepping. Alsof ze beseft dat 1984 ook geen handleiding maar een waarschuwing was. Alsof ze weet dat het eigenlijk te laat is en niemand zal luisteren naar haar cassandravoorspelling.