Sidsel zal haar nijlpaard missen. Ook al is het slechts voor een weekend, en ook al ziet het er robuust uit, ze weet dat het fragiel is. Onder zijn stenen façade is het hol, gemaakt om fonteinwater te sproeien. Al maanden werkt Sidsel aan de restauratie van haar waterspuwer en nu moet ze hem in Kopenhagen achterlaten om in Londen een borstbeeld te herstellen: in het British Museum heeft een lompe bezoeker zijn telefoon op een eeuwenoud gezicht van zandsteen laten vallen, met als gevolg een afgebrokkelde lip.
...

Sidsel zal haar nijlpaard missen. Ook al is het slechts voor een weekend, en ook al ziet het er robuust uit, ze weet dat het fragiel is. Onder zijn stenen façade is het hol, gemaakt om fonteinwater te sproeien. Al maanden werkt Sidsel aan de restauratie van haar waterspuwer en nu moet ze hem in Kopenhagen achterlaten om in Londen een borstbeeld te herstellen: in het British Museum heeft een lompe bezoeker zijn telefoon op een eeuwenoud gezicht van zandsteen laten vallen, met als gevolg een afgebrokkelde lip. Een drama voor het museum, een carrièrekans voor de alleenstaande Sidsel. Maar hoe moet het met haar dochter Laura? Sidsel kan enkel op haar broer Niels rekenen, een anarchist die zijn kostje bijeenscharrelt door posters te plakken en die zelden over een vast adres beschikt. En dat is niet Sidsels enige zorg. De dag voor haar vertrek merkt ze dat ze aarsmaden heeft - dankjewel, overbevolkte crèche - en daarnaast hangt over Londen een oude doem. Daar werd Laura verwekt, daar woont de vader die niet weet dat hij een buitenechtelijke dochter heeft. Moet ze hem alsnog inlichten? Aan de overkant van de Atlantische Oceaan keert Ea geschrokken terug naar huis. Ze heeft net een helderziende geconsulteerd die haar met haar dode vader in contact heeft gebracht, terwijl ze eigenlijk enkel haar moeder Charlotte vanuit het hiernamaals wilde horen. Altijd was haar vader Troels de grote afwezige, en nu dringt hij zich alsnog op? En waarom wijst Charlotte haar dochter opnieuw af? Natuurlijk zijn Sidsel en Ea zussen, en natuurlijk zijn ze van elkaar vervreemd. Hoe die verwaterde familiebanden alsnog in elkaar overstromen, dat is het uitgangspunt van Het pantser van de kreeft, de nieuwe roman van het Deense talent Caroline Albertine Minor. Via een omstandig vlechtwerk weeft Minor de familiale lappendeken aan elkaar, met als rode draad haar prachtige, vaak poëtische stijl. Zeker de scènes uit het hiernamaals getuigen van dichterlijk talent - liefhebbers van Peter Verhelst kunnen zich laven aan de broeierige passages vol zinderende vliezen en dansend schemerlicht. Familieromans zijn terug van nooit echt weggeweest. Denk maar aan het succes van Elena Ferrante en Lucinda Riley. Minor stapt gezwind in die traditie, maar ook meteen in de valkuil ervan: een gebrek aan plot. In familieromans bestaat de spanningsboog juist uit het ontrafelen van de onderlinge relaties en die moeten boeiend genoeg zijn om de motor draaiende te houden. Minor mist dat ene steekje en dat probeert ze te verdoezelen door een overdaad aan nevenpersonages, met een hoop losse eindjes tot gevolg. Niets belet haar om een vervolgroman te schrijven en die eindjes vast te knopen.