7 januari 2015. Terwijl de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo het wereldnieuws domineert, tekent Jean Jullien een potlood dat een kalasjnikov bekampt met daarboven de tekst 'Je suis Charlie'.
...

7 januari 2015. Terwijl de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo het wereldnieuws domineert, tekent Jean Jullien een potlood dat een kalasjnikov bekampt met daarboven de tekst 'Je suis Charlie'. 14 november 2015. Een dag nadat de Parijse concertzaal Bataclan het doelwit is geworden van een terroristische aanslag, vermomt Jullien de Eifeltoren als vredesteken. Beide keren gaat het werk van de Franse kunstenaar viraal. 'Mensen hebben zich die tekeningen toegeëigend. Dat een simpele tekening de wereld kan verbinden, heeft mij toen blij verrast', herinnert Jean Jullien zich wanneer wij hem spreken via Zoom. 'Maar', voegt hij er snel aan toe, 'velen denken dat ik mijn succes te danken heb aan de aanslagen. Ça m'a perturbé, en dat raakt mij nog steeds. Ik had daarvóór al honderdduizenden volgers op Instagram. Ik heb natuurlijk veel te danken aan de opkomst van het internet, maar ik kwam niet uit het niets.' Jullien wil niet herleid worden tot een rampenkunstenaar, een onehitwonder of welk ondankbaar begrip dan ook. Het werk van de in Nantes geboren kunstenaar - rake, simplistische tekeningen, vaak van herkenbare situaties - schuwt de sociale kritiek niet en is driekwart van de tijd gewoon ongemeen grappig. De cijfers van zijn Instagram-account liegen niet: 1,2 miljoen volgers. Dat zijn er meer dan het Centre Pompidou. Meer dan het Brooklyn Museum. Het tienvoud van het Macba in Barcelona. Het dubbele van Jeff Koons en David Shrigley. In een luie bui zouden we Jean Jullien de Keith Haring van de millenialgeneratie kunnen noemen. (Bij deze.) In de Brusselse Alice Gallery exposeert hij nu samen met wat in hiphopmiddens een crew zou heten. Yann Le Bec en Gwen Le Bec zijn zijn beste vrienden, van hemzelf hangen er schilderijen en zijn broer Nicolas Jullien is present met sculpturen. Hoe zag de culturele opvoeding ten huize Jullien eruit? Jean Jullien: Mijn vader, een urbanist van beroep, introduceerde ons tot de populaire cultuur, in het bijzonder muziek, film en strips. Mijn moeder bracht ons dan weer alles bij over architectuur, schilderkunst, beeldhouwwerk en design. Ze was zelf architect en cureerde expo's voor enkele Bretoense musea voor schone kunsten. Tijdens onze kinderjaren heeft ze een tentoonstelling gebouwd rond de Cabanon, dat vakantiehuisje van Le Corbusier. Ze betrok ons altijd bij haar werk, waardoor wij al vroeg in musea kwamen. Ik was vooral verzot op de strips van Moebius en Enki Bilal, stuff uit de jaren tachtig. Mijn broer, die twee jaar jonger is, en ik vonden elkaar in de liefde voor Amerikaanse en Japanse animatieseries. Dragon Ball Z was een fantasiewereld waarin ik uren heb doorgebracht en die al mijn zintuigen prikkelde. Het is dankzij de strips van mijn vader en de series waar Nico en ik naar keken dat mijn liefde voor illustratie is aangewakkerd. Zelfs mijn dromen speelden zich af in stripvorm. (lacht)Binnen ons gezin werden popcultuur en cultuur met een grote C niet tegenover elkaar geplaatst. Alles liep kriskras door mekaar. Daarnaast heeft de cultuur in Nantes, mijn thuisstad, een grote invloed op mij gehad. De hele regio was in de ban van het straattheater van Royal de Luxe. Ik herinner mij een boek van vier meter hoog waaruit strips werden geprojecteerd, auto's die doorboord werden door gigantische vorken. Het idee om het alledaagse leven met een kwinkslag te benaderen, herken ik in mijn werk. De culturele erfenis van Nantes is enorm. Je bent op jonge leeftijd beginnen tetekenen, maar klopt het dat de meeste Bretoense kunstopleidingen je de toegang hebben geweigerd? Jullien:Correctie: ze wilden mij allemáál niet. (lacht) Animatie, illustratie, schone kunsten: ik werd overal te slecht bevonden. In Frankrijk moet je goede schoolresultaten voorleggen om toegelaten te worden tot een opleiding, en ik was geen goede student. Ik was bovendien een late bloomer. Op mijn zeventiende tekende ik als een twaalfjarige. Ik ben, om het voorzichtig uit te drukken, geen geboren talent. (grinnikt)Ik heb uiteindelijk grafische vormgeving gestudeerd in Quimper, ook in Bretagne, waar de docenten vol vuur spraken over het werk van Saul Bass (vooral bekend van zijn generieken voor Hitchcockfilms, nvdr.), M/M (Paris) (die zowel met popartiesten, kunstenaars als modeontwerpers samenwerken, nvdr.) en modeontwerper Martin Margiela, voorbeelden die een hele wereld hebben geopend. Dankzij die docenten heb ik mijn gebreken leren omarmen. Ik excelleer misschien niet in één discipline, maar ik kan mijn creatief ei wel in verschillende vakgebieden kwijt. In Vlaanderen woedt er momenteel een hevige discussie over kunst in het secundair onderwijs. Jouw verhaal is een mooi voorbeeld van het belang van jongeren enthousiasmeren. Jullien:Je kunt kunst niet aanleren, maar je kunt wel de passie ervoor overbrengen. Het volstaat niet om een tijdlijn af te gaan en de feiten mee te geven. Je gaat niemand warm maken voor pakweg The Lord of the Rings door het verhaal samen te vatten. Het draait inderdaad om het enthousiasmeren: personages naspelen, expliciet uitleggen waarom iets je raakt. Enkel zo kun je het vuur in anderen aanwakkeren. Zie jij jezelf ooit lesgeven? Jullien:Ik heb twee jonge kinderen. Binnen enkele jaren zijn zij mijn proefpersonen. (lacht) Maar ik betwijfel of ik over voldoende pedagogische capaciteiten beschik om mijn passie over te brengen op een groep studenten. Ik heb eens workshops gegeven in Nantes en Wenen. C'était sympathique, maar ik voelde mij daar niet op mijn plaats. Ik ben geen autodidact. Dankzij mijn opvoeding, de cultuur in Nantes en de docenten in Quimper heb ik mijn passie in het leven gevonden. Ik kan, in tegenstelling tot mijn broer, niet bijleren door een boek te lezen of een YouTube-fragment te bekijken. Bij mij verloopt dat instinctief, waardoor ik mijn methodes niet zou kunnen overbrengen, omdat er geen logica in zit. Ik ben eigenlijk een professionele speelvogel. Ik vertel verhalen, en de manier waarop - of het nu aan de hand van een tekening, textiel, een designobject, schilderij of beeldhouwwerk is - maakt mij eigenlijk niet uit. Wat ik doe, is simpel en toegankelijk, weinig gesofisticeerd. Bijna kinderlijk. Het gaat mij erom een dialoog aan te wakkeren. *** Na zijn opleiding in Quimper trekt Jullien naar Central Saint Martins in Londen, een van 's werelds meest gerenommeerde kunstscholen, waar de illustrator verder ontbolstert. In 2007 begint hij zijn werk te delen op MySpace. Het internet doet vervolgens zijn werk. Jullien: Ik was verbaasd dat sommige tekeningen meer losweekten aan de andere kant van de wereld dan in mijn intieme kring. Ik heb een mening, maar als je die wilt spuien - zeker als je een groot publiek hebt - moet je 100 procent achter je standpunt staan. Ik wéét wat ik van racisme en homofobie vind, dus daarover zal ik mij ook niet inhouden. Het is belangrijk om zulke onderwerpen bespreekbaar te maken, maar we leven ook in een wereld waarin we geneigd zijn alles politiek te maken. Er zijn bepaalde gebeurtenissen waarop ik niet reageer. Niet omdat het mij geen hol kan schelen, maar als je er niets zinnigs over te vertellen hebt, zwijg je beter. Ik ben géén politiek kunstenaar, hè. Als je kritiek levert, doe je dat ook nooit schreeuwerig. Jullien: In de eerste plaats wil ik de mensen doen lachen. Soms sijpelt daar een boodschap of mening in door, maar ik ben blij dat je mij niet schreeuwerig vindt. Dat is het laatste wat ik wil zijn. Maar vanwaar toch dat engagement? Jullien: Van mijn ouders. Mijn vader is hartstochtelijk bezig met ecologie. In onze kindertijd werd aan tafel openlijk over politiek en menselijke waarden gesproken. Ik kan mij voorstellen dat je ook opdrachten aangeboden krijgt van bedrijven waarvan de visie niet te rijmen valt met de jouwe. Maar er moet wel brood op de plank komen. Is het makkelijk om 'nee' te zeggen? Jullien: Eerlijk: in het begin was dat moeilijk, soms onmogelijk, omdat ik inderdaad moest rondkomen. Vandaag kan ik kieskeurig zijn. Onlangs wilde een surfmerk met me samenwerken naar aanleiding van de dag van de oceaan. Surfen en ecologie zijn twee grote passies van mij, maar ze vroegen om een product te ontwerpen dat geproduceerd zou worden aan de andere kant van de wereld. Ik heb dat geweigerd. Ze hebben vervolgens een tegenvoorstel gedaan dat beter was maar naar mijn mening niet goed genoeg, waarop ik heb gezegd dat ik enkel zou toestemmen als het product in Europa gemaakt zou worden en enkel hier beschikbaar zou zijn. Ze zijn daarmee akkoord gegaan. Ik schreeuw zoiets niet van de daken, maar de keuze is snel gemaakt als ik moet kiezen tussen het geld van een multinational of een organisatie met een groot hart maar beperkte middelen. Ik heb onlangs sokken ontworpen voor Socksial Club, een Brusselse organisatie die per verkocht paar een maaltijd aan een vluchteling schenkt. Dat verzoek was een no-brainer. Ik strijd in de mate van het mogelijke voor een betere wereld, maar ik ben máár een kunstenaar. Er zijn mensen wier bijdrage honderd keer groter is. Sinds enkele jaren schilder je veel, voornamelijk Bretoense landschappen en stranden. Waarom ben je daarmee begonnen? Jullien: Toen mijn zoon Lou is geboren, had ik nood aan iets anders dan tekeningen over het begin van de werkweek of een joekel van een kater op zondag. Maar in se verschillen mijn tekeningen nauwelijks van mijn schilderijen. Het zijn scènes uit mijn leven. Ook al schilder ik weidse landschappen en stranden, voor mij zijn ze net heel intiem. Merk je aan je statistieken op Instagram wat het beste werkt, je tekeningen of je schilderijen? Jullien: De mensen appreciëren humoristische tekeningen of scènes die uit het leven zijn gegrepen veel meer dan een schilderij waar ik dagen aan heb gewerkt. (lachje) Natúúrlijk maakt mij dat onzeker.