Het is een baan. Meer kan Lizzie er niet van zeggen. Aan de balie van een universiteitsbibliotheek scant ze boeken in, staat ze knorrige professoren te woord en scheldt ze, mits ze in een goeie bui is, boetes kwijt. Ooit promoveerde ze zelf bijna, tot de zorg voor haar drugsverslaafde broer Henry daar een stokje voor stak. Hij eist nog steeds al haar aandacht op, vaak tot frustratie van haar man en kind. Haar voormalige promotor Sylvia kan het niet aanzien en biedt haar een nieuwe job aan: e-mails beantwoorden van bezorgde burgers. Sylvia geeft namelijk lezingen over de klimaatopwarming en haar podcasts veroorza...

Het is een baan. Meer kan Lizzie er niet van zeggen. Aan de balie van een universiteitsbibliotheek scant ze boeken in, staat ze knorrige professoren te woord en scheldt ze, mits ze in een goeie bui is, boetes kwijt. Ooit promoveerde ze zelf bijna, tot de zorg voor haar drugsverslaafde broer Henry daar een stokje voor stak. Hij eist nog steeds al haar aandacht op, vaak tot frustratie van haar man en kind. Haar voormalige promotor Sylvia kan het niet aanzien en biedt haar een nieuwe job aan: e-mails beantwoorden van bezorgde burgers. Sylvia geeft namelijk lezingen over de klimaatopwarming en haar podcasts veroorzaken paniek: is het einde der tijden nabij, en waar vluchten we best heen? Veel meer plot zul je in Weersverwachting niet ontdekken. De nieuwe roman van Jenny Offill heeft de perfecte titel: soms regent het, soms schijnt de zon, meer behelst het leven niet. De kracht schuilt in de puntige alinea's: gepolijste observaties die je bijna als micro-essays kunt omschrijven. De witregels dienen om adem te halen, om even na te denken, over rioolwormen bijvoorbeeld, en hoe uit onderzoek blijkt dat die almaar meer sporen van prozac bevatten. Die wormen komen in vogelbuikjes terecht, vogels die daardoor steeds ingewikkelder nesten bouwen maar het dan nalaten om te paren. 'Zijn ze gelukkiger? Krijgen ze meer gedaan op een dag?' Het antwoord laat Offill aan de lezer over. Best verstandig dat Offill het grote gebaar schuwt - een klimaatroman kan snel drammerig overkomen. Het venijn zit 'm in de details. Hoewel Lizzies man een diploma letteren op zak heeft, zit hij thuis gewoon op de bank met zijn laptop op schoot. Hij heeft zich omgeschoold tot programmeur en schrijft code. De markt heeft nu eenmaal meer behoefte aan nieuwe apps dan aan literatuuronderwijs. Offill lijkt zich neer te leggen bij het kapitalistische nihilisme. Nergens gloort er hoop. De aarde stevent netjes op de afgrond af, maar ondertussen moet de kleine wel ontbijtgranen eten en zijn huiswerk maken. De mens stommelt rond in kringetjes, iets wat Offill vaak illustreert met taalcirkels. Op de hal komt Lizzie een buurvrouw tegen die plots met een wandelstok rondloopt. Gevallen tijdens haar jurydienst. Het proces ging over een vrouw die uitgegleden was. 'En nog eens en nog eens.' De lezer lacht op de achtergrond maar echt grappig is het niet. Meer dan een domme diersoort zijn we niet, gedoemd om in onze eigen stront te trappen. Maar ach, het is winter en de zon schijnt. Ideaal voor een terrasje, met Offill onder de arm.