Lees hier onze exclusieve voorpublicatie uit Misfits.

Ik ben een introvert. Ik vind het prettig om alleen te zijn. Ik kijk vaak eerst de kat uit de boom in sociale situaties en luister honderd keer liever dan ik praat. Op al mijn rapporten van de lagere school staat hetzelfde: 'Roos - dat is de naam die ik toen nog gebruikte - haalt goeie cijfers, is nieuwsgierig en leert makkelijk. Maar Roos mag wel wat meer uit haar - ook dat is veranderd - schulp kruipen.' Inmiddels heet ik Thorn en gebruik ik die/diens en hen/hun als voornaamwoorden.

Zoals ik zei: er is veel veranderd. Maar sommige dingen lijken nooit te veranderen. Lijken, want eigenlijk verandert alles voortdurend. Elke seconde verander ik. Per maand groeit mijn haar ongeveer 1 centimeter. In een maand van 30 dagen zitten 2,592,000 seconden. Dus mijn haar groeit 0,00000039 centimeter per seconde. Vroeger vond ik dat nog wel eens beangstigend, die constante verandering. Voordat ik je kwijtraak met al deze getallen: ik ben nog steeds een introvert, maar er is wel degelijk iets verandert. De laatste jaren heb ik de extravert in mezelf gevonden.

Drag begon als een speeltuin, maar het werd al snel meer. Het werd een protest.

Als er een keerpunt zou zijn, dan was dat de zomer van 2018. Het was een typische warme, broeierige, sexy zomernacht. Het was mijn eerste keer in drag. Ik wist niets van make-up, dus deed maar wat. Ik had mijn contouren met oogschaduw omlijnd, en door de hitte begon mijn glitterbaard halverwege de avond van mijn kin te druipen. Ook mijn snor gleed steeds verder naar beneden. Af en toe proefde ik een glitter in mijn mond. Dat was het teken dat ik mezelf even terug moest trekken op het toilet om alles weer omhoog te duwen. Het was allesbehalve perfect, maar toch voelde ik me sexy as fuck. Het voelde zo ontzettend bevrijdend om mezelf los te kunnen laten in dit alter ego. Ik merkte toen pas hoezeer ik dat onderdrukt had. Ken je het gevoel dat je op een feestje staat, de muziek door de speakers knalt, en steeds verder opbouwt tot een hoogtepunt? Dat de vloer begint te trillen, iedereen hun armen in de lucht gooit, klaar voor de drop - die ultieme ontlading op de dansvloer? Zo voelde het. Die eerste keer in drag is er iets in mij losgekomen. Iets dat begon te bonzen op het binnenste van mijn ziel. Het bonzen deed mijn hart trillen, en ik kon niet wachten op de drop.

Ik gooide me al snel volledig in het uitgaansleven als drag king. Ik deed optredens in nachtclubs, op festivals en organiseerde uiteindelijk mijn eigen feest. Drag begon als een speeltuin, waarin ik op ontdekkingstocht kon gaan naar zelfvertrouwen, masculiniteit, en sterk in mijn schoenen durfde te staan. Maar het werd al snel meer. Het werd een protest. Als ik in de supermarkt loop, vragen mensen me of ik een man of een vrouw ben, en vinden ze me raar. In drag krijg ik dezelfde vraag, maar vinden mensen het fantastisch. Waarom is iets wel geoorloofd als het voor jouw entertainment is, en niet als je het tegenkomt in het dagelijkse leven?

'You can't be what you can't see'. We hebben allemaal rolmodellen nodig.

Dat patroon komt terug in alles wat ik doe, ook als acteur. Door non-binaire personages te spelen, probeer ik meer zichtbaarheid te creëren. Want zoals de Amerikaanse kinderrechtenactivist Marian Wright Edelman zei: 'you can't be what you can't see'. We hebben allemaal rolmodellen nodig om ons aan te spiegelen. Representatie is van onschatbare waarde. En als de kijkers verliefd worden op mijn personage in die ene tienerserie, omarmen ze dan misschien ook wel de diversiteit aan genderidentiteiten in de wereld om hun heen. Of in zichzelf.

Toen ik op die hete zomernacht in 2018 de extravert in mezelf vond, vond ik veel meer. Ik vond de vrijheid om mijn creativiteit niet te laten inperken door dat ene woord: introvert. Of door die ene letter bij de geslachtsaanduiding op mijn paspoort. Ik vond de vrijheid om ruimte en mogelijkheden te zien in de constante verandering van ons leven, in plaats van er bang voor te zijn.

Achthonderd woorden over 'anders zijn'. Dat is wat deze tekst moest worden. Misschien is dat het enige wat niet veranderd is: door al mijn veranderingen en transities heen, was ik altijd 'anders'. En daar ben ik maar al te dankbaar voor. Als ik terugdenk aan die oude basisschoolrapporten, moet ik soms lachen. Ik ben niet uit mijn schulp gekropen, ik ben uit mijn schulp geëxplodeerd. Wie had dat gedacht, hé?

Ik ben een introvert. Ik vind het prettig om alleen te zijn. Ik kijk vaak eerst de kat uit de boom in sociale situaties en luister honderd keer liever dan ik praat. Op al mijn rapporten van de lagere school staat hetzelfde: 'Roos - dat is de naam die ik toen nog gebruikte - haalt goeie cijfers, is nieuwsgierig en leert makkelijk. Maar Roos mag wel wat meer uit haar - ook dat is veranderd - schulp kruipen.' Inmiddels heet ik Thorn en gebruik ik die/diens en hen/hun als voornaamwoorden. Zoals ik zei: er is veel veranderd. Maar sommige dingen lijken nooit te veranderen. Lijken, want eigenlijk verandert alles voortdurend. Elke seconde verander ik. Per maand groeit mijn haar ongeveer 1 centimeter. In een maand van 30 dagen zitten 2,592,000 seconden. Dus mijn haar groeit 0,00000039 centimeter per seconde. Vroeger vond ik dat nog wel eens beangstigend, die constante verandering. Voordat ik je kwijtraak met al deze getallen: ik ben nog steeds een introvert, maar er is wel degelijk iets verandert. De laatste jaren heb ik de extravert in mezelf gevonden. Als er een keerpunt zou zijn, dan was dat de zomer van 2018. Het was een typische warme, broeierige, sexy zomernacht. Het was mijn eerste keer in drag. Ik wist niets van make-up, dus deed maar wat. Ik had mijn contouren met oogschaduw omlijnd, en door de hitte begon mijn glitterbaard halverwege de avond van mijn kin te druipen. Ook mijn snor gleed steeds verder naar beneden. Af en toe proefde ik een glitter in mijn mond. Dat was het teken dat ik mezelf even terug moest trekken op het toilet om alles weer omhoog te duwen. Het was allesbehalve perfect, maar toch voelde ik me sexy as fuck. Het voelde zo ontzettend bevrijdend om mezelf los te kunnen laten in dit alter ego. Ik merkte toen pas hoezeer ik dat onderdrukt had. Ken je het gevoel dat je op een feestje staat, de muziek door de speakers knalt, en steeds verder opbouwt tot een hoogtepunt? Dat de vloer begint te trillen, iedereen hun armen in de lucht gooit, klaar voor de drop - die ultieme ontlading op de dansvloer? Zo voelde het. Die eerste keer in drag is er iets in mij losgekomen. Iets dat begon te bonzen op het binnenste van mijn ziel. Het bonzen deed mijn hart trillen, en ik kon niet wachten op de drop. Ik gooide me al snel volledig in het uitgaansleven als drag king. Ik deed optredens in nachtclubs, op festivals en organiseerde uiteindelijk mijn eigen feest. Drag begon als een speeltuin, waarin ik op ontdekkingstocht kon gaan naar zelfvertrouwen, masculiniteit, en sterk in mijn schoenen durfde te staan. Maar het werd al snel meer. Het werd een protest. Als ik in de supermarkt loop, vragen mensen me of ik een man of een vrouw ben, en vinden ze me raar. In drag krijg ik dezelfde vraag, maar vinden mensen het fantastisch. Waarom is iets wel geoorloofd als het voor jouw entertainment is, en niet als je het tegenkomt in het dagelijkse leven?Dat patroon komt terug in alles wat ik doe, ook als acteur. Door non-binaire personages te spelen, probeer ik meer zichtbaarheid te creëren. Want zoals de Amerikaanse kinderrechtenactivist Marian Wright Edelman zei: 'you can't be what you can't see'. We hebben allemaal rolmodellen nodig om ons aan te spiegelen. Representatie is van onschatbare waarde. En als de kijkers verliefd worden op mijn personage in die ene tienerserie, omarmen ze dan misschien ook wel de diversiteit aan genderidentiteiten in de wereld om hun heen. Of in zichzelf.Toen ik op die hete zomernacht in 2018 de extravert in mezelf vond, vond ik veel meer. Ik vond de vrijheid om mijn creativiteit niet te laten inperken door dat ene woord: introvert. Of door die ene letter bij de geslachtsaanduiding op mijn paspoort. Ik vond de vrijheid om ruimte en mogelijkheden te zien in de constante verandering van ons leven, in plaats van er bang voor te zijn. Achthonderd woorden over 'anders zijn'. Dat is wat deze tekst moest worden. Misschien is dat het enige wat niet veranderd is: door al mijn veranderingen en transities heen, was ik altijd 'anders'. En daar ben ik maar al te dankbaar voor. Als ik terugdenk aan die oude basisschoolrapporten, moet ik soms lachen. Ik ben niet uit mijn schulp gekropen, ik ben uit mijn schulp geëxplodeerd. Wie had dat gedacht, hé?