Feilloos een ruimtetuig op Mars parkeren? Doen we even. Achterhalen hoe het heelal eruitzag een fractie van een seconde na de oerknal? Geen probleem. Vanaf Antarctica skypen met je grootmoeder in Wachtebeke? Fluitje van een cent. Het plafond van de Sixtijnse Kapel omtoveren in een wereldwonder? Even Michelangelo inhuren.
...

Feilloos een ruimtetuig op Mars parkeren? Doen we even. Achterhalen hoe het heelal eruitzag een fractie van een seconde na de oerknal? Geen probleem. Vanaf Antarctica skypen met je grootmoeder in Wachtebeke? Fluitje van een cent. Het plafond van de Sixtijnse Kapel omtoveren in een wereldwonder? Even Michelangelo inhuren. Ondanks de wereldbranden die dagelijks het journaal teisteren, is de mens tot fabelachtige dingen in staat en dat heeft hij louter te danken aan die weke bloemkoolmassa die hij in zijn hoofd meetorst. Al onze verwezenlijkingen - van Bach tot de sociale zekerheid - hebben we aan ons brein te danken, maar dat brein is, paradoxaal genoeg, zelf nog steeds een groot mysterie. 'Als de hersenen zo simpel in elkaar zouden zitten dat we ze zouden begrijpen, zouden wij zo simpel zijn dat we het niet zouden kunnen', zo vat een docent van wetenschapsjournaliste Helen Thomson het samen. Al jaren is Thomson gefascineerd door de grijze massa die ons bestaan aanstuurt en schept. Zoals het een wetenschapper betaamt, put ze haar kennis uit statistische gegevens en kritisch onderzoek, maar daarbij verdwijnt de drager van het brein vaak in het geanonimiseerde cijfermateriaal. Wie zijn de mensen die aan synesthesie lijden of last hebben van de cotardwaan, een syndroom waarbij je ervan overtuigd bent dat je dood bent? Hoe leefbaar is het om elke dag verloren te lopen in je eigen huis omdat je oriëntatievermogen niet naar behoren functioneert? In Het ondenkbare denken vliegt Thomson de wereld rond om de meest bizarre breinen te interviewen. Hoe raar sommige syndromen ook zijn - nog eentje: Bob onthoudt integraal élke dag van zijn leven -, een freakshow wordt het nooit. En Thomson lardeert haar meelevende gesprekken altijd met neurologisch onderzoek. Dat Oliver Sacks haar grote voorbeeld is, mag niet verbazen. Uitzonderingen zijn nooit een goed vertrekpunt voor wetenschappelijk onderzoek, dat beseft Thomson ook, maar haar opzet is wel nobel: vroeger belandden mensen al eens op de brandstapel omdat ze stemmen hoorden, nu weten we dat hallucinaties doodnormaal zijn. Thomson geeft overigens ook tips om zelf hallucinaties op te wekken. Voor mensen die willen besparen op hun dealer: meer dan een koptelefoon en een pingpongbal heb je niet nodig. Wel eerst braaf dit boek uitlezen want kennis kan je brein ook kietelen.