Amper dertig is Paulo aan het begin van De buitenjongen, maar zijn leven zit al helemaal in het slop. Hij woont alleen in Milaan, slijt zijn dagen in bed en aan de bar, er is geen vrouw die zijn aandacht weet vast te houden en - het allerergste wat een schrijver kan overkomen - hij kampt met een knoert van een writer's block. Herbronnen is de boodschap. Dus verlaat hij de stad, enkel gewapend met een stapeltje lege schriften en een paar stevige wandelschoenen: hij heeft in de bergen een hut gehuurd, waar hij zich een halfjaar wil terugtrekken uit de maatschappij.
...