Amper dertig is Paulo aan het begin van De buitenjongen, maar zijn leven zit al helemaal in het slop. Hij woont alleen in Milaan, slijt zijn dagen in bed en aan de bar, er is geen vrouw die zijn aandacht weet vast te houden en - het allerergste wat een schrijver kan overkomen - hij kampt met een knoert van een writer's block. Herbronnen is de boodschap. Dus verlaat hij de stad, enkel gewapend met een stapeltje lege schriften en een paar stevige wandelschoenen: hij heeft in de bergen een hut gehuurd, waar hij zich een halfjaar wil terugtrekken uit de maatschappij.
...

Amper dertig is Paulo aan het begin van De buitenjongen, maar zijn leven zit al helemaal in het slop. Hij woont alleen in Milaan, slijt zijn dagen in bed en aan de bar, er is geen vrouw die zijn aandacht weet vast te houden en - het allerergste wat een schrijver kan overkomen - hij kampt met een knoert van een writer's block. Herbronnen is de boodschap. Dus verlaat hij de stad, enkel gewapend met een stapeltje lege schriften en een paar stevige wandelschoenen: hij heeft in de bergen een hut gehuurd, waar hij zich een halfjaar wil terugtrekken uit de maatschappij. Niet toevallig zitten in zijn rugzak de boeken van Henry David Thoreau en Jon Krakauer - Walden en Into the Wild lijken hem de ideale compagnons om zijn eenzaamheid uit te puren. Zijn vlucht uit Milaan is tegelijk een terugkeer naar zijn jeugd: zijn vader nam hem elke zomer mee naar de Alpen. Nu wil hij het bergleven in zijn eentje ervaren. Hout hakken, een moestuin aanleggen, zelf pasta maken, dieren observeren en lange bergwandelingen maken. En vooral: niemand zien. Dat laatste valt wat tegen. Al snel ontmoet hij een herder en een paar hippies die een B&B uitbaten voor avontuurlijke rugzaktoeristen. Ach, een echte heremiet wilde hij toch niet worden, en zijn buren bevallen hem; het zijn verweerde types, mannen van weinig woorden, stadsvluchtelingen die de westerse ratrace ook beu zijn. Ze eten en drinken samen, ondernemen klimtochten, helpen elkaar waar nodig en laten elkaar verder met rust. Wie eerder al De acht bergen van Paolo Cognetti las, krijgt ongetwijfeld een déjà vu bij de vorige alinea's en hoewel De buitenjongen vroeger geschreven is dan zijn doorbraakroman, leest dit zeker niet als een kladversie. Beide boeken vullen elkaar net mooi aan. Waar de vaderfiguur in De acht bergen bijvoorbeeld alomtegenwoordig was, valt hij hier letterlijk tussen de plooien: Cognetti wijdt er amper een paar zinnen aan. De buitenjongen is ook contemplatiever, meer een innerlijke zoektocht dan een ode aan de mannenvriendschap. Wel weer ruimschoots voorhanden: de prachtige natuurbeschrijvingen waarmee Cognetti gestalte geeft aan zijn wankele gemoedstoestand. Zelfs voor een stadsrat die bij het minste rebelse grassprietje een emmer Roundup over zijn dakterras uitkapt, weet Cognetti zijn bergtochten boeiend te houden. Dat mag een prestatie genoemd worden.