Jules Deelder werd in 1944 geboren in Rotterdam en zal voor altijd vereenzelvigd zijn met de stad. Hij was een grote fan van de plaatselijke voetbalclub Sparta en droeg de officieuze eretitel van nachtburgemeester, omdat hij zich altijd heeft ingezet voor het nachtleven in Rotterdam.

Deelder schreef zijn eerste gedicht, Hoort, men werpt een atoombom, op zijn elfde en werd als jonge twintiger ontdekt door Simon Vinkenoog, die hem in 1966 uitnodigde voor een poëziemanifestatie in de Amsterdamse Carré. 'Ik heb me daar rondlopend wel even afgevraagd: "Jezus Christus, wat doe ik hier?"' zou hij daar later in Humo over zeggen. 'Maar toen de zaal voor de eerste keer reageerde op iets wat ik zei, was dat gevoel meteen weg. Ik had mijn plaats gevonden, zonder voorbeelden. Ik deed maar wat. Maar ik wist wel van in het begin: wat niet goed bekt, leest ook niet goed.' Deelder schreef niet alleen gedichten, maar bracht ook proza uit, waaronder een biografie over de Rotterdamse bokser Bep van Klaveren.

Naast zijn literaire werk was Deelder een jazz- en blueskenner. Hij draaide vaak plaatjes, live en op de radio, bracht enkele jazzcompilaties uit en ging meermaals op tournee met een kwartet, waarin hij zelf drumde. Verder was hij een graag geziene gast in tv-programma's.

De dichter werd vorige maand nog 75 jaar, wat in zijn thuisdorp De Doelen groots werd gevierd. Een distilleerderij maakte voor die gelegenheid zelfs een speciale gin. Deelder laat echtgenote A.M.C. Fok en dochter Ari achter. Voor haar schreef hij een gedicht dat op een fietspad, 900 meter lang, in de Beneluxtunnel tussen Pernis en Schiedam is afgebeeld.

Zijn familie staat bij zijn overlijden stil met een gedicht uit Deelders oeuvre.

Zijn gaan is

een komen

Zijn komen

een gaan

Hij houdt niet

van zitten

Hij blijft

liever staan

Zichzelf

en de wereld

een raadsel

(Uit: De Zwarte Jager - J.A. Deelder, 1973)

Jules Deelder werd in 1944 geboren in Rotterdam en zal voor altijd vereenzelvigd zijn met de stad. Hij was een grote fan van de plaatselijke voetbalclub Sparta en droeg de officieuze eretitel van nachtburgemeester, omdat hij zich altijd heeft ingezet voor het nachtleven in Rotterdam. Deelder schreef zijn eerste gedicht, Hoort, men werpt een atoombom, op zijn elfde en werd als jonge twintiger ontdekt door Simon Vinkenoog, die hem in 1966 uitnodigde voor een poëziemanifestatie in de Amsterdamse Carré. 'Ik heb me daar rondlopend wel even afgevraagd: "Jezus Christus, wat doe ik hier?"' zou hij daar later in Humo over zeggen. 'Maar toen de zaal voor de eerste keer reageerde op iets wat ik zei, was dat gevoel meteen weg. Ik had mijn plaats gevonden, zonder voorbeelden. Ik deed maar wat. Maar ik wist wel van in het begin: wat niet goed bekt, leest ook niet goed.' Deelder schreef niet alleen gedichten, maar bracht ook proza uit, waaronder een biografie over de Rotterdamse bokser Bep van Klaveren. Naast zijn literaire werk was Deelder een jazz- en blueskenner. Hij draaide vaak plaatjes, live en op de radio, bracht enkele jazzcompilaties uit en ging meermaals op tournee met een kwartet, waarin hij zelf drumde. Verder was hij een graag geziene gast in tv-programma's. De dichter werd vorige maand nog 75 jaar, wat in zijn thuisdorp De Doelen groots werd gevierd. Een distilleerderij maakte voor die gelegenheid zelfs een speciale gin. Deelder laat echtgenote A.M.C. Fok en dochter Ari achter. Voor haar schreef hij een gedicht dat op een fietspad, 900 meter lang, in de Beneluxtunnel tussen Pernis en Schiedam is afgebeeld. Zijn familie staat bij zijn overlijden stil met een gedicht uit Deelders oeuvre.