Moeders begraven is nooit een pretje. Zeker niet wanneer je alleen achterblijft, zonder verdere familie, en zeker niet in Caracas, de hoofdstad van Venezuela, een land dat je nauwelijks nog een land kunt noemen. Rouw is niet aan de orde. Nadat Adelaida Falcón vigilantes heeft omgekocht om de kist ongeschonden op de begraafplaats te krijgen, moet ze terug naar haar appartement terwijl het in de straten traangasgranaten regent. Huilend en met schroeiende longen verschanst ze zich in haar moeders flat met slechts één vraag op haar lippen: wat nu? Hoe moet ze overleven in dez...

Moeders begraven is nooit een pretje. Zeker niet wanneer je alleen achterblijft, zonder verdere familie, en zeker niet in Caracas, de hoofdstad van Venezuela, een land dat je nauwelijks nog een land kunt noemen. Rouw is niet aan de orde. Nadat Adelaida Falcón vigilantes heeft omgekocht om de kist ongeschonden op de begraafplaats te krijgen, moet ze terug naar haar appartement terwijl het in de straten traangasgranaten regent. Huilend en met schroeiende longen verschanst ze zich in haar moeders flat met slechts één vraag op haar lippen: wat nu? Hoe moet ze overleven in deze belegerde stad waar straatbendes de wet uitmaken en standrechtelijke executies meer regel dan uitzondering zijn? Ontsnappen is noodzakelijk maar onmogelijk: dat vergt geld en de bolivar is ten prooi gevallen aan een duizelingwekkende inflatie terwijl het regime buitenlandse valuta heeft verboden. 'Geld nam stedenbouwkundige proporties aan. Je had twee hoge torens bankbiljetten nodig om een fles olie te kopen.' Haar gepieker wordt enkel onderbroken door 'mitrailleursalvo's als gedachtenpuntjes'. Adelaida denkt terug aan haar gelukkige jeugd op het platteland en aan haar eerste minnaar, een oudere journalist die met zijn kritische artikels over een fout gelopen gijzeling ook zijn eigen doodvonnis tekende. Wanneer een vrouwenbende haar flat inpalmt en Adelaide het appartement van een dode buurvrouw kraakt, vormt zich een gewaagd plan. Wie ten dode opgeschreven is, kan zich evengoed vermommen in de huid van een dode. Wie al dood is, kan niet meer vermoord worden. Debutante Karina Sainz Borgo woont al meer dan een decennium in Spanje maar kon het nu pas opbrengen om haar Venezolaanse verleden in een roman te gieten. 'De woede was te groot. Woede en schaamte, het verpletterend schuldgevoel een overlever te zijn', zo verklaart ze in interviews haar terughoudendheid. Tijd en afstand kwamen de roman duidelijk ten goede. Ondanks een paar uitschuivers - soms neemt het geweld groteske vormen aan - laat Sainz Borgo de lezer aan de lijve voelen hoe Venezuela eraan toe is, hoe het is om in een burgeroorlog te leven en je vaderland ten grave te dragen. Maar dit debuut is geen politieke afrekening: nergens worden politici bij naam genoemd, nergens wordt een tijdperk vermeld. Nacht in Caracas is vooral een zoektocht naar identiteit, naar wat het betekent om de laatste vrouw van een bloedlijn te zijn.