Wie op het stripfestival van Angoulême de Grand Prix wint, mag zich het jaar daarna opmaken voor een grote overzichtstentoonstelling in de Franse stad. Dit jaar is de expo in het stedelijk museum gewijd aan Richard Corben. De 78-jarige Amerikaan kan terugkijken op een carrière van meer dan een halve eeuw.

Corben brak internationaal door in de nadagen van de undergroundpublicaties via horror- en sciencefictionstrips met een extra portie bloot. Zijn mannelijke helden waren vanaf het begin extreem gespierd, zijn vrouwelijke personages hadden al even extreme vrouwelijke rondingen. Daar is door de jaren heen weinig aan veranderd, leert de tentoonstelling in Angoulême ons. Misschien pakt de tekenaar naaktheid en seksualiteit met iets meer voorzichtigheid aan dan veertig jaar geleden. Zag Corben mogelijke beschuldigingen van seksisme al van ver aankomen?

Na een moeilijke start -- hij wou van zijn tekeningen gaan leven op het moment dat de markt in elkaar zakte -- werd Corben al gauw een boegbeeld van de sf- en fantasystrip in de jaren zeventig en tachtig. Zijn werk voor het tijdschrift Métal hurlant maakte van hem een ster in Frankrijk. Jean Giraud alias Moebius, tekenaar van Blueberry en Arzach, noemde Corben ooit zelfs de Mozart van de strip.

© /

Die reputatie dankt Corben onder meer aan zijn verbeeldingskracht. In veel van zijn werk lopen halfnaakte of volledig blote mensen rond in desolate landschappen die iets irreëels krijgen door ongewone kleurcombinaties met veel rood en blauw. Ook onbekende monsters en dinosaurussen zijn vaste prik bij hem. In de serie Den die hij met schrijver Jan Strnad maakte, ontwikkelde hij voor zijn lichamelijk zwakke hoofdpersonages een imaginaire wereld waarin ze blaakten van gezonde kracht. Ook zijn exotisme in Nieuwe verhalen van 1001 nacht en de visuele horror van Mutanten en Weerwolven, geïnspireerd door horrorstrips uit de jaren vijftig, vond zijn weg naar een Nederlandstalig publiek, dat tot 25 jaar geleden regelmatig op vertalingen van Corbens werk mocht rekenen.

De carrière-expo in Angoulême toont aan dat de verbeeldingswereld van Corben in al die tijd hetzelfde gebleven is. Wanneer in de catalogus en de begeleidende teksten van de tentoonstelling erop gewezen wordt dat Corben in de afgelopen halve eeuw niet gestopt is met zichzelf te vernieuwen, lijken de tentoonstellingsbouwers vooral te bedoelen dat de auteur steeds nieuwe technieken heeft gebruikt, van louter inkt in zijn vroege zwart-witstrips over collage tot complexe inkleuringen met onder meer airbrushtechnieken.

De tentoonstelling biedt een heel compleet beeld van Corbens carrière, met naast honderden strippagina's ook schilderijen en vroege gepubliceerde strips. Interessant is de keuze van de samenstellers om Corbens werk op te stellen tussen de vaste collectie van het museum. Daardoor kan een grote vechtscène van Corben in een vitrinekast hangen waarin oude vuurwapens verzameld zijn, als een poging om de wilde verbeelding van de auteur te verankeren in de realiteit.

Richard Corben. Donner corps à l'imaginaire. Nog tot 10 maart te zien in het museum van Angoulême.