Er zijn feestjes waar je liever niet naartoe gaat: de barbecue bij die jolige buren met een voorliefde voor Twister, je eigen promotiedrink terwijl je al bij een ander bedrijf getekend hebt... Helemaal bovenaan in dat lijstje: een inseminatieparty.
...

Er zijn feestjes waar je liever niet naartoe gaat: de barbecue bij die jolige buren met een voorliefde voor Twister, je eigen promotiedrink terwijl je al bij een ander bedrijf getekend hebt... Helemaal bovenaan in dat lijstje: een inseminatieparty. Wally is uitgenodigd door zijn ex-vriendin Tomasina. Zij is ondertussen veertig, is de mannenjacht beu en heeft een bevriende kerel bereid gevonden een portie zaad af te staan - de witgele donatie staat klaar in de badkamer terwijl iedereen in de woonkamer met champagne het nakende nieuwe leven viert. Wally denkt er het zijne van. Ja, hij en Tomasina waren amper drie maanden samen, maar toch, het jeukt nog een beetje: het klikte tussen hen, en hij zag in haar wel de moeder van zijn kinderen. Misschien valt dat nog te verhelpen, misschien moet hij de halfdronken Tomasina meelokken naar haar slaapkamer? Spuit - ook de marinadespuit ligt klaar op de badrand - is een van de beste verhalen uit Eugenides' bundel. Net als in zijn romans toont hij zich een meester in de menselijke psychologie maar zijn verhalen zijn, misschien als tegengewicht, minder tragisch - geen seriële zelfmoorden deze keer. Niet dat elke pagina een bulderlach uitlokt, maar Eugenides dwingt zijn stumperds van personages hier vaak in pijnlijk komische situaties. Zo droomt redacteur Kendall van het grote fortuin en smeedt hij samen met een malafide boekhouder een plan om zijn baas op te lichten. Waterdichte fraude, denkt Kendall maar als lezer wéét je dat hij op de afgrond afstevent. Net zo met de naïeve kosmoloog Matthew, die in de val wordt gelokt door een bloedmooie Indiase studente en zo zijn huwelijk op de klippen ziet lopen. Hoewel sommige verhalen in deze bundel bijna dertig jaar oud zijn, merk je daar weinig van. Eugenides is stijlvast en vooral zijn gedegen research valt op - met gemak vertelt hij over de geschiedenis van het klavichord of de rituelen van een afgelegen stam. Oerdegelijk vakwerk dat de herkenbaarheid vergroot. Want net als iedereen struikelen Eugenides' personages aan de lopende band in hun kleine levens. Tenslotte zijn we allemaal klunzige amateurs die rondgraaien in het donker, hopend op een handvol geluk, en soms behelst dat niet meer dan een kleverig goedje in een plastic potje, ergens in een schemerige badkamer, in een doorsneeappartement.