Het lijkt simpel: je kijkt op je horloge en je weet hoe laat het is. Tot je die vaststelling gaat vergelijken met de data op de wandklok, de thermostaat, je laptop, je gsm, de groen fluorescerende cijfertjes op de microgolf, de Rolex van je baas. De kans is klein dat al die klokken synchroon lopen. Ah, het steekt niet op een minuut, denkt een mens dan, maar een minuut te laat aan de prikklok kost je makkelijk een kwartier en als de klok van je gps ontregeld raakt, knal je zo een muur op. Laat staan als je met hoge snelheden gaat werken: bij drones die raketten...

Het lijkt simpel: je kijkt op je horloge en je weet hoe laat het is. Tot je die vaststelling gaat vergelijken met de data op de wandklok, de thermostaat, je laptop, je gsm, de groen fluorescerende cijfertjes op de microgolf, de Rolex van je baas. De kans is klein dat al die klokken synchroon lopen. Ah, het steekt niet op een minuut, denkt een mens dan, maar een minuut te laat aan de prikklok kost je makkelijk een kwartier en als de klok van je gps ontregeld raakt, knal je zo een muur op. Laat staan als je met hoge snelheden gaat werken: bij drones die raketten afvuren op bewegende doelwitten, beslist een fractie van een seconde plots over mensenlevens. Sinds hij van zijn schoonvader een polshorloge cadeau heeft gekregen, is Alan Burdick gefascineerd door tijd. Hoe precies kunnen we tijd meten en bestaat er zoiets als een standaardklok? Dat blijkt tegen te vallen: zelfs atoomklokken lopen nooit synchroon, zodat de standaardtijd een gemiddelde is van alle klokken - het meest exacte uur is een nieuwsbrief die tweewekelijks de deur uitgaat waarin alle gemeten atoomtijden netjes opgelijst staan. Met andere woorden: twee weken geleden was dit ongeveer, bij benadering, het uur. Heeft de mens een interne klok? Hoe komt het dat we altijd wakker worden net één minuut voor de wekker afloopt? Burdick ploegt zich door allerlei wetenschappelijke experimenten om te kijken of ons tijdsbesef ingebakken zit of aangeleerd is, en hoe het komt dat we zo verzot zijn op de zonnetijd. Wat gebeurt er als je je zonder horloge enkele maanden opsluit in een donkere grot? Tikt onze interne klok dan netjes haar etmalen af, of raken we helemaal ontregeld, buiten de tijd? Tip van de sluier: een pretje is het niet, isolement leidt blijkbaar nogal snel tot waanzin. Burdick is een praktisch man. Hoe worden quartzhorloges gemaakt, hoe verdeel je tijdzones en leer je ratten minuten optellen? Of de tijd los van de mens bestaat, interesseert hem minder en juist daar blijf je filosofisch en wetenschappelijk op je honger zitten. Einstein, toch het genie dat ons tijdsbesef op zijn kop zette, komt in het hele boek zelfs amper voor. Burdick neemt onze lineaire chronologie ook als standaard, terwijl daar in de wetenschap en zelfs in een aantal oosterse religies heel andere denkstromingen over te vinden zijn. Tijd is kneedbaar, niet alleen in onze perceptie, maar ook onder invloed van de zwaartekracht. Nu, dat soort opmerkingen helpt natuurlijk niet als je weer eens dasloos en half geschoren je bureau binnenstormt terwijl je overste met gemanicuurde vingernagel op het glas van zijn Philippe Patek tikt.