Nadat Josef en Arthur in het New York van midden jaren 1930 hun eerste radio in elkaar geknutseld hebben en met andere radioamateurs van over de hele wereld hebben gesproken, beseffen ze dat ze iets nieuws in handen hebben. 'Nu kan alles gezegd worden, ' merkt Josef op, 'hoe het echt in de wereld toegaat. Ooit zijn er geen geheimen meer.'
...

Nadat Josef en Arthur in het New York van midden jaren 1930 hun eerste radio in elkaar geknutseld hebben en met andere radioamateurs van over de hele wereld hebben gesproken, beseffen ze dat ze iets nieuws in handen hebben. 'Nu kan alles gezegd worden, ' merkt Josef op, 'hoe het echt in de wereld toegaat. Ooit zijn er geen geheimen meer.' Die utopische gedachte blijkt ietwat naïef, toont Ulla Lenze in haar roman De drie levens van Josef Klein. Via de radio kon je de wereld immers niet alleen de waarheid vertellen, in oorlogstijd bleek het toestel ook ideaal voor Duitse spionnen om hun in New York ingewonnen informatie in geen tijd op een Berlijns bureau te laten belanden. Daar had Josef niet aan gedacht toen hij zijn euforische blijdschap uitschreeuwde. Lenze, die haar roman losweg baseerde op de briefwisseling van haar oudoom Josef Klein en diens broer Carl, schakelt vlot tussen drie periodes uit het leven van haar hoofdpersonage. In een eerste focust ze op zijn jaren in New York, van toen hij daar in 1925 als migrant arriveerde tot na WO II, toen hij terugkeerde naar Duitsland. Een tweede verhaallijn speelt in 1949, wanneer Josef bij zijn broer Carl in Neuss logeert en het besef begint te dagen dat er voor hem geen rol weggelegd is in zijn kapotgebombardeerde vaderland. En dan is er nog Costa Rica, waar Josef in 1953 woont en hij nog steeds niet met rust gelaten wordt door de nazi's die hem midden jaren dertig voor hun kar spanden. Als geen ander weet Lenze een beeld te scheppen van het New York van de jaren 1930, toen de Amerikaanse nazipartij er druk bijgewoonde rally's hield en leden van de zwarte organisatie Pacific Movement of the Eastern World een foto van Adolf Hitler aan de muur hingen omdat ze zijn gevecht tegen de Britten en de Joden steunden.Het is tegen die achtergrond dat Josef zich domweg laat inlijven door Duitse spionnen om versleutelde berichten naar Berlijn te sturen. Ze werken voor de Duitse textielindustrie zeggen ze, en Josef gelooft dat. Wat hem nog het meest stoort is dat iedereen iets anders in hem ziet. Voor de nazi's is hij een patriot, voor de Amerikanen een verrader en zelfs voor Carl is hij nooit gewoon maar een broer. De enige die hem neemt voor wie hij is, lijkt Lauren te zijn, een vrouw die hij via zijn radio heeft leren kennen, maar wil zij ook niet iemand in hem zien die hij niet is? De drie levens van Josef Klein is een boeiende, netjes vertelde historische roman, maar uiteindelijk blijf je toch wat op je honger zitten. Plaats er C van Tom McCarthy tegenover, ook een roman over een radioamateur tijdens de oorlog, en je merkt meteen waar het Lenze aan ontbreekt: literaire durf en bravoure.