Nee, niet Maanpaleis, niet de New York-trilogie en ook niet de recente klepper 4321 - wanneer Chris Dusauchoit zijn favoriete boek van Paul Auster aanhaalt, moet ondergetekende tot zijn schaamte de titel door Google jagen. Timboektoe is een dunne novelle van de Amerikaanse meester, maar eens je de cover ziet, begint het te dagen: er staat een schurftige straathond op, type vuilnisbakkenras.
...

Nee, niet Maanpaleis, niet de New York-trilogie en ook niet de recente klepper 4321 - wanneer Chris Dusauchoit zijn favoriete boek van Paul Auster aanhaalt, moet ondergetekende tot zijn schaamte de titel door Google jagen. Timboektoe is een dunne novelle van de Amerikaanse meester, maar eens je de cover ziet, begint het te dagen: er staat een schurftige straathond op, type vuilnisbakkenras. 'Het is misschien een wat ondergewaardeerd boekje van Auster, van wie ik een grote liefhebber ben, maar deze novelle springt er voor mij wel uit. Het verhaal bestaat uit twee delen. Eerst komt een oudere man aan het woord en wanneer die sterft, neemt zijn geliefde hond de vertelling over. In die zin deed het me denken aan De verzamelaar van John Fowles, waarin een man verliefd wordt op een onbereikbaar meisje, haar kidnapt met fatale afloop, waarna je via de dagboeken van het meisje een andere kijk krijgt op het tragische verhaal. 'Het zou me niet verbazen mocht Auster zelf een hondenliefhebber zijn, want hij schrijft duidelijk met kennis van zaken. Meestal worden dieren op een animistische manier afgeschilderd in de kunst - het zijn mensen in een vacht - , maar Auster maakt het geloofwaardig. Zeker, de hond denkt dingen die geen hond kan bedenken, maar hij doet wel hondendingen en soms begrijpt dat beest niets van de mensenwereld, wat tot komische situaties leidt. Tegelijk is het een hartverscheurend verhaal zonder happy end dat er bij mij wel inhakte. Ik weet zelfs nog waar ik het voor het eerst gelezen heb: in Cuba, ongetwijfeld met een mojito voor mijn neus. Ik doe het af en toe nog cadeau aan mensen, hoewel ik daar voorzichtig mee ben. Het komt vaak paternalistisch over, een boek cadeau doen - 'Ik, als literatuurkenner, vind dat je dit gelezen moet hebben' - en ik moet bekennen dat er ook in mijn kast geschenkboeken staan die ik nog nooit opengeslagen heb. 'Ja, ik heb zelf een hondenboek geschreven. Geen roman natuurlijk, eerder een synthese van wat op dit moment voorhanden is aan wetenschappelijke kennis over onze favoriete viervoeter. Want er doen nog veel misverstanden de ronde, zaken die vaak al decennia achterhaald zijn. Zo zouden honden amper gedomesticeerde wolven zijn die het liefst in moordlustige roedels zouden leven, terwijl roedels net harmonieuze gemeenschappen zijn waarin samenwerking veel belangrijker is dan brutale dominantie. Het is dus geen boek over de ideale voeding of de beste hondenshampoo, absoluut niet. Maar we wijken af van Timboektoe, een prachtige novelle waar zelfs kattenmensen van zullen genieten.'