God dobbelt niet, maar de Engelse wiskundige Marcus du Sautoy houdt wel van een gokje. In zijn hand houdt hij een perfecte dobbelsteen, gekocht in een casino in Las Vegas, en zoals elke gokker wil hij kunnen berekenen op welke zijde die zal landen. We kunnen mensen op de maan zetten en mensenoren op muizen kweken, dus hoe moeilijk kan het zijn om een kubus te doorgronden? Zo veel factoren kunnen er toch niet meespelen? Nou, dat blijkt lelijk tegen te vallen.
...

God dobbelt niet, maar de Engelse wiskundige Marcus du Sautoy houdt wel van een gokje. In zijn hand houdt hij een perfecte dobbelsteen, gekocht in een casino in Las Vegas, en zoals elke gokker wil hij kunnen berekenen op welke zijde die zal landen. We kunnen mensen op de maan zetten en mensenoren op muizen kweken, dus hoe moeilijk kan het zijn om een kubus te doorgronden? Zo veel factoren kunnen er toch niet meespelen? Nou, dat blijkt lelijk tegen te vallen. Wat Du Sautoy eigenlijk wil weten: wat kúnnen we weten? Zijn er grenzen aan de menselijke kennis? Zijn er dingen waarvan we weten dat we ze nooit zullen weten - the known unknowns, om Donald Rumsfeld te citeren. Terwijl de dobbelsteen door de lucht tolt, neemt Du Sautoy ons mee naar de randen van de wetenschap, de horizonten waarachter informatie dreigt te verdwijnen. Daarbij vertelt hij over de geschiedenis van onze kennisgrenzen en hoewel de vooruitgang vooruitgang maakt - onze kennis van het heelal en de wereld lijkt almaar sneller toe te nemen - botsen we ook vaak op de grenzen van het kenbare. Kunnen we achterhalen wat er zich voor de oerknal afspeelde, of heeft een dergelijke vraag totaal geen zin, aangezien tijd toen nog niet bestond? En trouwens, wat is tijd? Lekt een zwart gat, zoals Stephen Hawking beweert, en hoe functioneert Heisenbergs onzekerheidsprincipe - is die kat nu dood, ondood, of een zombiepoes die dringend een rol in The Walking Dead moet krijgen? Geen makkelijke breinbrekers die Du Sautoy serveert en als wiskundige schuwt hij de exposés over imaginaire getallen en oneindige getalreeksen niet, maar hij weet het aanschouwelijk te maken met leuke metaforen, koddig getekende prentjes en een wiskundige grap af en toe (waar een leek dan weer niets van snapt, maar dat terzijde). Gelukkig zoekt hij niet alleen de grenzen van de natuurkunde op, maar probeert hij ook het raadsel van ons brein bevattelijk te maken. Hoe komt het dat we zelfbewustzijn hebben? Zullen we ooit in staat zijn een computer te bouwen die niet meer van de mens te onderscheiden valt of - voor de kenners - de Turing-test met glans doorstaat? Dat brein van ons blijkt het grootste mysterie en het onderzoek ernaar staat nog in de kinderschoenen, een reden voor Microsoft-medeoprichter Paul Allen om er een half miljard dollar in te pompen: als we onze hersenen al niet snappen, hoe kunnen we dan iets zinnigs beweren over de buitenwereld? Het zijn prachtige vragen die Du Sautoy stelt. Zijn hele boek is een feest van wetenschappelijk onderbouwde onwetendheid en een ode aan de menselijke weetgierigheid, want het is best knap wat we allemaal kunnen bedenken met die paar grijze kwabben.