Vanaf april volgend jaar is het zover: dan mogen we eindelijk collectief onze vingerafdrukken afstaan aan de overheid. Die zullen natuurlijk niet centraal gestockeerd worden en natuurlijk zullen die data niet misbruikt worden. Ook niet als de publieke opinie daarom smeekt. Een seriemoordenaar op vrije voeten, een kinderlokker aan de schoolpoort, een verdachte moslim op het perron: zelfs dan zal de overheid onze privacy beschermen. Want voor je het weet, licht je vingerafdrukken van stembiljetten, of val je verkeerde huizen binnen omdat iemand ooit zijn telefoon uitleende aan een wietdealer of een kleptomaan buur...

Vanaf april volgend jaar is het zover: dan mogen we eindelijk collectief onze vingerafdrukken afstaan aan de overheid. Die zullen natuurlijk niet centraal gestockeerd worden en natuurlijk zullen die data niet misbruikt worden. Ook niet als de publieke opinie daarom smeekt. Een seriemoordenaar op vrije voeten, een kinderlokker aan de schoolpoort, een verdachte moslim op het perron: zelfs dan zal de overheid onze privacy beschermen. Want voor je het weet, licht je vingerafdrukken van stembiljetten, of val je verkeerde huizen binnen omdat iemand ooit zijn telefoon uitleende aan een wietdealer of een kleptomaan buurmeisje. Rechtse politici die natte dagdromen krijgen van de perfecte surveillancestaat, kunnen (naast Orwells 1984)De akte van mijn moeder raadplegen. Dertig jaar na de val van het communistische regime in zijn land ontdekt de Hongaarse schrijver András Forgách dat zijn lieve ouders tijdens de Koude Oorlog decennialang aan de geheime dienst hebben gerapporteerd. Uit de archieven blijkt dat ze daarbij niemand spaarden. Kunstvrienden die zich kritisch uitlieten over het regime, zionistische familieleden in Israël, een buurman die zich als hobbyfotograaf uit: allemaal netjes verlinkt. En als kers op de taart van het verraad: zelfs hun kinderen kwamen voor in de rapporten. Forgách wil achterhalen waarom zijn ouders zo gedwee met het regime heulden. Oprecht geloof in de communistische zaak lijkt de belangrijkste beweegreden voor zijn vader, een complex man: een antizionistische Jood op zoek naar een thuisland en een ambitieuze klungelaar die geplaagd werd door paranoia en ten prooi viel aan een depressie. Zijn moeder handelde meer uit opportunisme: via haar contacten met haar agent probeerde ze geld en promoties te ritselen. De beloningen waren schamel. Een beetje voorspraak, een boeket bloemen, een reisvergoeding: verraad is spotgoedkoop. Omgekeerd reikte de aangedragen informatie dikwijls niet verder dan wat roddels maar een dictatuur heeft niet per se meer nodig om iemand als 'staatsgevaarlijk' te bestempelen. Forgáchs boek lijdt soms onder zijn terechte woede. De structuur is warrig en in zijn poging de ambtelijke taal te bewaren, vergt hij doorzettingsvermogen van de lezer. Maar het tweede, meer analytische deel, bevat een duidelijke waarschuwing: je privacy slachtofferen in de hoop dat vadertje staat daar zorgzaam mee zal omgaan is nooit een goed idee. Vingers af dus.