'Alle ellende op de wereld wordt veroorzaakt doordat mensen niet gewoon thuis kunnen blijven.' Die uitspraak van Blaise Pascal zou ten huize Siraag op instemmend geknik kunnen rekenen, ware het niet dat diens broers, vader en oom te lui zijn om te knikken. Nietsdoen, dat is het hoogste doel in dit leven, en die graal bewaken ze angstvallig: wie het aandurft de heren in hun slaap te storen kan een pandoering krijgen - mits ze er de fut voor vinden.
...

'Alle ellende op de wereld wordt veroorzaakt doordat mensen niet gewoon thuis kunnen blijven.' Die uitspraak van Blaise Pascal zou ten huize Siraag op instemmend geknik kunnen rekenen, ware het niet dat diens broers, vader en oom te lui zijn om te knikken. Nietsdoen, dat is het hoogste doel in dit leven, en die graal bewaken ze angstvallig: wie het aandurft de heren in hun slaap te storen kan een pandoering krijgen - mits ze er de fut voor vinden. De jonge Siraag droomt van meer. De lamlendigheid afschudden en in de fabriek gaan werken bijvoorbeeld. Of naar de stad trekken, voor een groots avontuur. Ondernemingen die hem thuis op ongeloof en loom hoongelach te staan komen. Zijn broers beschouwen werk als heiligschennis - waarom slaven als je kunt slapen? Maar Siraag is niet de enige onruststoker. De pater familias heeft het in zijn hoofd gehaald om te hertrouwen en heeft een koppelaarster gevraagd om hem een geschikte bruid te zoeken. Vrouwen in huis, dat betekent rumoer en gekwetter en gezanik en gebedel om mooie sieraden, zaken die geld kosten en geldnood leidt onvermijdelijk naar arbeid. Daar gaan de gebroeders een stokje voor steken - tenzij ook dat te veel moeite kost. Wijlen de Egyptische schrijver Albert Cossery bereikt stilaan een breder publiek. De gesmaakte roman Grote dieven, kleine dieven werd vorig jaar vertaald en ook dit Luiaards in de vruchtbare vallei is een fijn opstapje naar zijn oeuvre. Deze hilarisch trage deurenkomedie stamt uit 1948 maar dat heb je pas door als je de colofon leest. Cossery schrijft loepzuiver en zijn ode aan de inertie past perfect in een tijd waarin de verplichte coronaonthaasting ons doet nadenken over de absurde maatschappelijke ratrace. Cossery leek de gruwel van de industrialisering te voorzien, een hel die hij zijn personages niet toewenst: de fabriek waar Siraag van droomt, blijft een fata morgana, eeuwig buiten bereik - en gelukkig maar. Zelf zag Cossery het adellijke nietsdoen als een vorm van verzet: 'Wie niets anders van het leven verwacht dan simpelweg te genieten van het bestaan, kan niet gemanipuleerd worden door machthebbers en is vrij', zo vat vertaalster Mirjam de Veth het in haar nawoord samen. Dus neem een snipperdag en revolteer, vanop een terras en met dit boek bij wijze van gebalde vuist.