Doris Day, echte naam Doris Mary Ann Kappelhoff, slaagde er niet alleen in een grote loopbaan uit te bouwen als zangeres van onder meer de klassieker Que Sera, Sera (Whatever Will Be, Will Be), maar was ook een van de populairste actrices van de jaren vijftig en zestig. Volgens een persbericht van haar stichting overleed ze maandag in Los Angeles, omringd door haar geliefden, aan de gevolgen van een longontsteking.

De Hollywood-carrière van Day overspant veertig films, die in een periode van twintig jaar gemaakt werden. In 1948 duikt ze, op 26-jarige leeftijd, voor het eerst in een film op. Maar haar grote doorbraak als actrice volgt pas vijf jaar later, wanneer ze de hoofdrol speelt in de westernmusical "Calamity Jane". Het grote publiek blijkt erg te houden van de acteerprestaties van Day, een mooie, blonde vrouw die gezegend is met een uitstekende zangstem.

Tot het begin van de jaren zestig zou het ene bioscoopsucces na het andere volgen, met films als "Love Me Or Leave Me" (1955), "The Man Who Knew Too Much" (1956), "The Pajama Game" (1957), "Pillow Talk" (1959) en "Please Don't Eat The Daisies" (1960). Daarna gaat ze het iets kalmer aan doen, al blijven de films waarin ze meespeelt het wel vaak goed doen. Onder meer "Send Me No Flowers" (1964) en "Do Not Disturb" (1965) groeien nog uit tot kassuccessen. Zeker in die periode zet Day vooral de rol van brave huisvrouw neer in eerder preutse films, waardoor ze een maagdelijk imago krijgt. In 1968 zet ze een punt achter haar filmcarrière.

Ze krijgt haar eigen tv-reeks met The Doris Day Show, een sitcom waarin ze een weduwe speelt en die vijf jaar lang (1968-1973) op tv te zien zal zijn. Daarna zal ze enkel nog maar sporadisch op tv te zien zijn. Ondank haar succesvolle acteercarrière, wordt Day slechts één keer genomineerd voor een Oscar: voor haar hoofdrol in de film "Pillow Talk". Ze wist die nominatie niet te verzilveren. Haar enige Oscar-succes boekt ze opvallend genoeg in haar andere loopbaan. Want nog voor haar verschijning op het witte doek, was Day al aan de slag als zangeres.

Voor haar hit "Que Sera, Sera (Whatever Will Be, Will Be)", afkomstig uit de Hitchock-film "The Man Who Knew Too Much", is wel een Oscar weggelegd. Maar officieel gaat die award niet naar Day, maar wel naar Jay Livingston en Ray Evans, de auteurs van dat nummer. "Que Sera, Sera" (1956) wordt overigens ook de grootste hit die ze in haar muzikale carrière zal scoren.

Maar in Vlaanderen is het nummer misschien wel bekender in de versie van Jo Leemans, die ook wel eens 'de Vlaamse Doris Day' wordt genoemd. Het nummer toont ook hoe de twee verschillende loopbanen van Day elkaar versterkten. Wanneer ze meespeelde in een musical of in een film waarin een song voorkwam, wist Day dat nummer vaak uit te bouwen tot een hit. Zo is "Secret Love" (1953), een andere grote klassieker, afkomstig uit de film "Calamity Jane".

Day had zich op het zingen gesmeten nadat ze de mogelijkheid om haar eerste ambitie waar te maken - een loopbaan als danseres - op vijftienjarige leeftijd in rook zag opgaan. Ze raakte toen betrokken bij een verkeersongeval waarbij ze een beenblessure opliep. Al vanaf 1939 trekt ze de VS rond met bigbands, die in die periode enorm populair waren met hun swingmuziek. Day zong eerst in de band van Bob Crosby (de broer van Bing Crosby), later in die van Les Brown.

Doris Day in 'Calamity Jane'.

Haar eerste hit scoorde ze in 1945, met het nummer "Sentimental Journey", meteen gevolgd door "My Dreams Are Getting Better All the Time". Haar eerste singles klinken erg jazzy, maar na verloop van tijd gaat ze zich meer richten op de bravere ballads. Vanaf de jaren zestig raakt haar muzikale carrière in het slop. Zoals de meeste van haar generatiegenoten, wordt ze op dat moment naar de achtergrond gedreven door een nieuwe generatie rockmuzikanten. Slechts heel sporadisch bracht ze nog een album uit. Het laatste (My Heart) dateert van 2011. Na haar showbizzcarrière trok Day zich terug in Carmel, in de Amerikaanse staat Californië. Ze liet zich nadien enkel nog opmerken met haar inzet voor dierenrechten.

Ze sticht in 1978 de Doris Day Pet Foundation, die zich inzet voor een goede verzorging en verblijfplaats voor huisdieren. In 1987 staat ze ook aan de wieg van de lobbyorganisatie Doris Day Animal League. Doordat ze wegblijft van schijnwerpers, gaat haar ster ook snel tanen. Dat komt ook doordat haar al te brave en vaak gedateerde films en songs niet meer worden opgepikt door jongeren. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom de Nederlandse popgroep Doe Maar haar in 1982 op weinig flatterende wijze in een hit vermeldt ("Er is geen bal op de tv, alleen een film met Doris Day"). In 2017 komt haar naam toch weer het nieuws met een bizar feit.

Een journalist diept dan haar geboorteakte op en komt tot de ontdekking dat ze op 3 april 1922 geboren werd. Tot dan toe werd ervan uitgegaan dat zijn pas in 1924 geboren was, iets wat ook Day zelf altijd volhield. Er doen verschillende verklaringen de ronde voor die verwarring rond de geboortedatum. Volgens een medewerker van Day ligt de oorzaak wellicht bij een slordig ingevuld castingformulier. Anderen denken dan weer een bewuste carrièrezet die haar de mogelijkheid gaf om langer als "jonge" actrice mee te draaien in Hollywood. Doris Day is vier keer getrouwd geweest en had één zoon, Terry, die in 2004 overleed aan huidkanker.