Haal de naam Vita Sackville-West door een willekeurige zoekmachine en Virginia Woolf komt als een van de eerste resultaten bovendrijven. Maar hoewel de naam Woolf onmiskenbaar prominenter in de geschiedenisboeken der literatuur aanwezig is, is Sackville-West méér dan enkel en alleen haar minnares.
...

Haal de naam Vita Sackville-West door een willekeurige zoekmachine en Virginia Woolf komt als een van de eerste resultaten bovendrijven. Maar hoewel de naam Woolf onmiskenbaar prominenter in de geschiedenisboeken der literatuur aanwezig is, is Sackville-West méér dan enkel en alleen haar minnares. Fervent tuinierster, feministe, rijkeluiskindje, moeder, polygaam en biseksueel: Vita Sackville-West was het allemaal, al doen de titels schrijfster en poëte haar het meeste eer aan. Als enige schrijver slaagde ze erin twee keer een Hawthornden Prize te winnen, een prestigieuze Britse literatuuraward. Een dikke eeuw later blijven haar boeken en gedichten boeiende lectuur, net als haar onstuimig leven.Victoria Mary Sackville-West - Vita voor de vrienden - wordt exact 125 jaar geleden, op 9 maart 1982, geboren in Kent, als enig kind van haar adellijke vader en zijn onwettige Spaanse vrouw. Vader is nogal een droogstoppel, moeder heeft wat men noemt een zuiders temperament. Vita erft een beetje van beiden. Ze omschrijft het zelf als haar dualiteit: een beleefd en gereserveerd karakter in combinatie met hartstocht, chaos en ruigheid.Haar eerste grote liefde heet Knole House, het huis waar ze geboren wordt. Een gigantisch pand met naar verluidt een kamer voor elke dag van het jaar. 'God knows I gave you all my love,' schrijft ze in een onuitgegeven gedicht, geadresseerd aan haar ouderlijk huis. Maar het is een verliefdheid die met een gebroken hart zal eindigen. Hoewel ze als enig kind de meest logische erfgenaam is, wordt ze gediskwalificeerd omwille van haar geslacht. Een onrecht dat heel haar leven zal blijven pikken. Het is ook daar dat ze nog zo'n grote liefde ontdekt: die voor het woord. Ze begint al op jonge leeftijd te schrijven, het ene dagboek na het andere passeert de revue. Haar eerste literaire muze moet Rosamund Grosvenor zijn geweest, haar jeugdvriendin en tevens amoureuze primeur. Hoewel Vita Rosamund omschrijft als 'een lieve teddybeer, maar toch een beetje een leeghoofd', worden de twee stiekem verliefd. Niet bepaald acceptabel, begin 20ste eeuw.En dus belooft ze in 1913 eeuwige trouw aan diplomaat Harold Nicolson. Ze krijgen twee zonen en ondanks vele affaires koestert het echtpaar wel degelijk oprechte gevoelens voor elkaar. Gezien de heersende conservatieve normen profileren ze zichzelf naar de buitenwereld toe als het perfecte, standvastige stel. In werkelijkheid valt Nicolson op mannen en Sackville-West op vrouwen. Het lijkt wel de ideale oplossing voor de twee. Haar relatie met schrijfster Violet Keppel - dochter van Alice Keppel, een minnares van Edward VII - is ongetwijfeld een van de meest innige. Ze delen een liefde voor Franse literatuur en al snel slaat de vonk over om nooit helemaal te verdwijnen. De aantrekkingskracht lijkt onvermijdelijk. Ze gaan er geregeld samen vandoor, maken lange reizen of duiken het nachtleven in, waarbij Vita zich als man verkleedt. Toch keren beide vrouwen altijd weer naar hun mannen terug.Ondertussen kent Sackville-West meer en meer succes als auteur. Haar eerste werk telt vooral historische romans en theaterstukken. Later voegt ze daar nog landschapspoëzie, reisschrijfsels, biografieën, semi-autobiografieën en suggestieve romans aan toe.Die laatste zijn vooral geïnspireerd op misschien wel haar bekendste love interest: Virginia Woolf. Hun relatie begint in 1922 en zal een decennium duren. Woolf besteedt zelfs een roman aan hun liefdesperikelen, het legendarische Orlando, dat later door Vita's zoon zal worden omschreven als 'de langste en meest charmante liefdesbrief in de literatuur'. Toch wordt ook hun relatie vrij snel platonisch. Virginia is psychisch labiel en jaloers omwille van Violet, die nog steeds ergens in het hoofd van Vita rondspookt. De twee blijven vriendinnen en houden een briefwisseling in stand. In 1941 pleegt Virginia Woolf zelfmoord. Een van de warmste en meest intense vriendschappen van Vita komt zo abrupt ten einde. Ze zal zichzelf haar leven lang blijven afvragen: had ik het moeten zien aankomen? In de laatste brieven van Woolf aan haar adres sluipt immers onmiskenbare wanhoop door. Virginia heeft het gevoel niet voor deze wereld gemaakt te zijn, en zelfmoord lijkt wel de enige uitgang.Vita daarentegen is ondertussen gesetteld. Ook al volgen er nog een paar minaressen, haar leven lijkt stabieler. Ze brengt haar dagen door met het verzorgen van haar tuin op Sissinghurst Castle, tot op heden een must see voor tuinliefhebbers. Een liefde die zich ook vertaalt in een wekelijkse column over tuinieren in The Observer. Na een paar artistieke hoogtepunten in 1927 en 1933 - wanneer ze telkens met een Hawthornden Prize wordt bekroond voor haar poëzie - krijgt ze ook op latere leeftijd erkenning. In 1948 krijgt ze een Companion of Honour voor haar verdiensten op literatuurgebied, in 1955 de Gold Veitch medal of the Royal Horticultural Society. In 1962 overlijdt Vita Sackville-West aan maagkanker, met zeventig jaar en een rijkgevuld leven op de teller. Een wild leven, vooral. Haar karakter past niet in de afgelijnd hokjes van de tijdsgeest. Wie ze precies was, valt moeilijk te achterhalen. Ze blonk uit in verwarring en dualiteit. Chique dame aan de buitenkant, Spaanse furie in het hart. Deel van het establishment én wildebras pur sang. Het enige moment dat ze écht zichzelf kon zijn, was tijdens het schrijven, zei ze zelf. 'Ik word zo vreselijk dolenthousiast van het schrijven,' bekende ze ooit. 'Het is het enige dat me echt helemaal gelukkig maakt.' Of hoe ze het zo mooi verwoordt in Days I Enjoy: