Winnaar categorie RECENSIE

01/12/12 om 16:25 - Bijgewerkt om 16:25

Bron: Knack Focus

Joke de Wolf : Natuurgeweld Met één natte vinger kan je ze wegvegen. De ijzige pieken tegen de donkere achtergrond, de kolkende golven in de diepte. Voor dOCUMENTA 13 maakte Tacita Dean Fatigues, zes fragiele tekeningen met wit krijt op schoolbord. Ze hangen aan de muren van een voormalig belastingkantoor in Kassel. Drie keer bergen, op de bovenste verdieping, drie keer een rivier, daaronder. De drieluiken zijn het draaiboek voor een verfrissend avontuur.

Tacita Dean (1965, Canterbury) is vooral bekend door haar films. Échte films, op 16 millimeter, met aandacht voor het medium, vaak melancholisch, altijd zorgvuldig. Vorig jaar, in de Turbine Hall van het Tate Modern, bracht ze met de film Film een ode aan het celluloid. Soms maakte ze ook tekeningen op schoolbord, zoals eind jaren negentig, zoals Seven boards in Seven Days en Sea Inventory Drawings. Steeds was de zee daarbij het onderwerp. De zee, zei ze in een interview, was het enige onderwerp dat zich leende voor de krijttekeningen. Omdat je krijttekeningen niet kunt fixeren, zijn ze vluchtig, en gebonden aan de plaats waar ze ontstaan. Dean veegt de golven uit, en tekent er een nieuwe laag overheen. Het krijttekenen is als een eenmalige performance.

In deze nieuwe installatie heeft Dean niet alleen water, maar ook bergen tot leven gebracht. De besneeuwde pieken die ze in Kassel laat zien, zó levensecht, trekken de toeschouwer mee naar tijdloze hoogtes, nog voordat die rustig rond heeft kunnen kijken. Mee naar de berglandschappen van Caspar David Friedrich bijvoorbeeld. Zijn verbeelding van het sublieme, van de mens zo nietig tegenover de natuur, zit diep in het collectieve geheugen gegrift. Toen Friedrich zijn 'uitzichten' schilderde, begin negentiende eeuw, waren de bergen net overmeesterd: in 1786 was de hoogste Europese berg, de Mont Blanc, voor het eerst beklommen. Maar hoewel wetenschappers al een jaar later dezelfde top bereikten, en geologie steeds meer belangstelling trok, verspreidde kennis over de grillige hoogtes zich langzaam. In Friedrichs schilderijen bekijkt de mens de bergen van een afstand.

In Deans werk zitten we dichtbij de rotsen, met de nauwkeurigheid van een foto. Maar ze heeft niet alleen maar getekend, er staan ook woorden, opmerkingen, krabbels. De staccato opmerkingen bij de tekening werken als regieaanwijzingen. Niet voor de kunstenaar zelf, maar voor de toeschouwer, die als een vliegende camera door het landschap zweeft. Had Friedrich zich ook zulke spectaculaire perspectieven kunnen voorstellen?

Ook na de uitvinding van de fotografie zou het meer dan twintig jaar duren voordat de techniek het natuurgeweld van de hoogste toppen aan kon. Op 24 juli 1861 beklom fotograaf Auguste Rosalie Bisson de Mont Blanc, de temple of sublimity in de woorden van Simon Schama. Vijfentwintig dragers sleepten camera, glasplaten en chemicaliën mee. August Balmat was de gids, een kleinzoon van de man die vijfenzeventig jaar eerder de top had bereikt. Alsof Bisson al wist dat zo'n detail de geschiedenis nog indrukwekkender zou maken.

De foto's die Bisson daar maakte, van de top van de hoogste berg die op dat moment bekend was, waren niet alleen een overwinning voor het medium fotografie en een financiële meevaller voor Bisson Frères. Kunstcriticus Théophile Gautier zou de foto's enkele maanden later bejubelen als een mijlpaal voor de mensheid. 'Tot nu toe hadden waren de Alpen sterker dan de kunst', schreef hij. Kunst kwam slechts tot de boomgrens - precies wat Ruskin altijd had beweerd, daarna was het volgens Ruskin aan de verbeelding. De bergen waren een abstract gegeven, een witte massa zonder nuance. Slechts op de achtergrond zichtbaar, met pittoreske bomen als stoffage, of op mislukte afdrukken vanwege de barre omstandigheden. De Alpen waren een natuurverschijnsel dat niet te vangen was op het platte vlak, noch in de menselijke geest. Met de beelden van Bisson had de wetenschap de natuur overmeesterd, schreef de enthousiaste Gautier. Een grote stap. Eindelijk kon iedereen deze uithoeken van de aarde bestuderen vanuit zijn studeerkamer.

Tacita Dean gaat nog een stap verder. Natuurlijk kunnen we al lang vanuit een helikopter naar de aarde kijken en foto's maken. Vraag het Yann Arthus-Bertrand maar. Honderdvijftig jaar na Bisson is het nog steeds niet eenvoudig om hoge bergen in beeld te brengen. Dean was eerst van plan een film te maken over de bergen rond Kabul, de zusterstad van deze dOCUMENTA. Maar de gemaakte videobeelden bleken onbruikbaar. Dean stapte over op het schoolbordkrijt. Ze gebruikte de videobeelden als voorbeeld bij haar tekeningen. De camerabeweging zelf liet ze over aan de toeschouwer. En daarmee is Fatigues een wel heel spannende ervaring geworden.

Het langste paneel, beneden, lijkt in eerste instantie gebruikt voor aantekeningen, opmerkingen die relevant zijn voor het uiteindelijke beeld. Kabul river, every year, 16:48, Thursday. Naarmate je verder komt, wordt duidelijk dat het maar een uithoek is van een groots panorama. Number 5. Waar is nummer 1? Narrative direction.

En daar stroomt de rivier. Darkness, rain, staat er boven de watermassa. Haast ten overvloede, want de rivier kolkt en bruist, slagregens komen naar beneden. Wat een geluk dat die video mislukt is.

Verderop, in het rechterpaneel, doemt een grote rots op. Snow melting - tension rising - close up gorge. Zijn we wel in de goede scène? Hadden we niet beter naar links, naar rechts, toch van boven... We scannen het oppervlak, op zoek naar aanwijzingen. Rechts bovenin, als in een voetnoot, staat het, onopvallend. Dat woord dat zich zo graag opdringt bij zoveel natuurgeweld. Waarvan je blij bent als je weet wat het betekent, alsof het je leven kan redden. Antediluvian. Van voor de zondvloed. Niets meer dan wit schoolkrijt op een zwart bord trekt je mee naar een onschuldige wereld.

De dOCUMENTA komt voort uit het idee van de schuld, boete, en berouw. Vanuit het platgebombardeerde Kassel moest in 1955 een tegengeluid klinken, een manier om de kunst van vóór de oorlog te laten zien, te documenteren voor de mensheid. En de wereld vanuit de puinhopen te tonen hoe kunst kon overleven. De prachtige bergen die we zien zijn hun onschuld inmiddels kwijt. Het zijn de bergen waarlangs het Amerikaanse leger Afghanistan binnenmarcheerde - was 'oorlog' niet de eerste associatie, na het lezen van het woord Kabul? Sinds 11 september 2001 was het vanuit westers perspectief een oorlogsgebied, in de as van het kwaad. De zondvloed is al lang geweest. Jean Baudrillard schreef twee maanden na de aanslagen dat de werkelijke aanval gepleegd was met de beelden van de instortende torens, die live de hele wereld over gingen. De rampenfilm had zich tegen de westerse wereld gekeerd. Vanaf dat moment had het beeld definitief haar onschuld verloren.

Een paar maanden eerder, in juli 2001, had zoekmachine Google een nieuwe functie geïntroduceerd: er kon gezocht worden naar beeld. Fatigues van Tacita Dean stelt ons in staat te vertrouwen op onze eigen beeldbank, onze eigen verbeelding. Ver van virtuele werkelijkheden en beamers, maar zonder een moment ouderwets te zijn. Integendeel: de fragiele krijttekening van tijdloze landschappen werkt als een orkaan, zo kwetsbaar en indringend zijn de tekeningen. Als een antithese in zwart-wit, als een ode aan de analoge media, in de geborgenheid van een leeg belastingkantoor uit 1908, laat ze de regie aan de toeschouwer. Wat we in de beelden zien, is in de eerste plaats afhankelijk van onze eigen associaties, vooroordelen, intuïtie. Zo worden we heen en weer geslingerd tussen onschuld en oorlog, hoog en laag, orde en chaos. Totdat we uitgeput de ruimte verlaten en hopen dat de kunst nog veel meer van dit soort ervaringen in petto heeft. Laat die zondvloed maar komen.

Tacita Dean
Fatigues
Ehemalige Finanzamt
dOCUMENTA (13)
6 juni t/m 16 september 2012
d13.documenta.de

Onze partners