04/04/12 om 15:35 - Bijgewerkt om 15:35

Waarom Napoleon weer de troon op moet

Napoléon, Abel Gance' epische stillefilmklassieker uit 1927, is in België nog nooit vertoond in de originele versie. Hoe jammer is het dat dit magnum opus met zijn spectaculaire drievoudige finale zo zelden het witte doek siert? Een warm pleidooi voor de heilige graal van de stille film.

Voor we ons land als cultuurbarbaars afdoen: ook elders wordt de film maar zelden vertoond. De voorbije weken werd Napoléon voor het eerst in 31 jaar in de VS vertoond, op het initiatief van het Silent Filmfestival van San Francisco. De vier vertoningen vonden plaats in het Paramount Theatre van Oakland, een schitterend art-decopaleis met drieduizend zitjes. Vanuit Canada, Nederland en Tsjechië vlogen mensen over om - tegen 45 tot 120 dollar per ticket - dit monumentale epos te kunnen zien. Ook ik nam het vliegtuig naar Frisco om vijf en een half uur in de bioscoop door te brengen voor dit historische heldendicht over Napoleon Bonaparte's leven mét live orkest.

Dat een vertoning van deze legendarische film als uniek wordt beschouwd, is niet verwonderlijk. 'Een herculische taak', noemt Scorsese het evenement, en wel omdat de technische uitdagingen en financiële lasten enorm zijn. Het kostenplaatje in San Francisco bedroeg bijvoorbeeld zevenhonderdduizend dollar. Voor de climax in Polyvision van twintig minuten moeten er naast het gewone scherm nog twee extra massieve zijschermen en projectiecabines gebouwd worden. Alleen zo krijg je een gigantisch panoramisch filmdoek waarop drie verschillende en perfect synchroon lopende beelden tegelijk kunnen worden geprojecteerd. Vergeet Imax: deze revolutionaire triptiektechniek - in se een voorloper van het widescreen- en Cineramaconcept - is het breedste filmformaat ooit en Gance maakt er op virtuoze wijze gebruik van.

Meer dan vier uur duurde de editie van Napoléon die in 1927 in de Parijse Opera in première ging - de version définitive klokte zelfs af op negen uur. En ondanks een recordrecette voor de eerste tien vertoningen in de Opera, de enthousiaste ontvangst en de lovende kritieken werd de film door de distributeur eerst ingekort, dan drastisch geamputeerd en uiteindelijk volledig verwaarloosd. Dat we de film vandaag überhaupt nog kunnen zien, danken we aan de Brit Kevin Brownlow, nu een gerenommeerde en met een ere-Oscar bekroonde filmhistoricus die als vijftienjarige jongen in de jaren vijftig twee 9.5 mm-bobijnen van Napoléon op de kop tikte. De man maakte er zijn levenswerk van Gance' mythische mastodont met haast religieuze toewijding te restaureren. In 1981 bracht hij zijn versie van vier uur en vijftig minuten uit en in 2000 een van vijf uur en tweeëndertig minuten, de versie die nog altijd het dichtst bij het origineel aanleunt.

Helaas is het dus net die versie - voorzien van de magnifieke en langste filmscore ooit van Carl Davis - die nog nooit in de Benelux is opgevoerd. De laatste voorstelling van Napoléon met symfonische begeleiding in de Lage Landen dateert al van 1984. Dat er voorlopig geen plannen zijn om hem op dvd of blu-ray uit te brengen, is maar goed ook. Het zou heiligschennis zijn om een absorberend meesterwerk van dergelijk formaat niet op ware grootte te zien. Deze meesterlijke registratie van het leven van Napoleon op het schermpje van gsm? Ik dacht het niet.

De vernieuwde aandacht voor de stille film dankzij The Artist is fijn, maar vergeleken met filmreus Gance' briljante epos is dat sympathieke eerbetoon weinig meer dan een povere pastiche. Gance' vernieuwende werk plaatst de hele filmgeschiedenis in een ander perspectief, al is maar door het magistrale gebruik van de prachtige kleurtonen. Bovendien is de film absoluut geen happening voor filmsnobs, maar wel degelijk een ongeëvenaarde must-see én een unieke belevenis die geen enkele bioscoopervaring evenaart. Het zou spijtig zijn dat deze visionaire klassieker, waarmee zelfs Citizen Kane moeilijk kan wedijveren wat grandeur betreft, voor de volgende generaties cultuurliefhebbers verloren zou gaan. Om het met de woorden van de Australische kunstcriticus Robert Hughes te zeggen: 'Niets is zo tiranniek als het ongeziene meesterwerk.' Maar kijk, op zijn Facebookpagina vroeg Patrick Duynslaegher als artistiek directeur van het Filmfestival Gent zich hardop af of het festival voor zijn veertigste verjaardagseditie in 2014 niet voor Napoléon moet gaan. Graag, héél graag.

Luc Joris

Onze partners