The Play = Kaspar
Gezelschap = Braakland/ZheBilding
In een zin = De confrontatie tussen gastacteur en 'Braaklandacteurs' levert - naast een statement over hoe moeilijk het is een taal (af) te leren – iets te stug toneel op.
Hoogtepunt = De scènes waarin Janne Desmet en Kris Cuppens - samen met de gastacteur - zot en gezond over de scène hossen en doen wat deze Kaspar nodig heeft: stoeien met taal, verhaal en elkaar.
Score = * *
Quote =  ‘Spaar-kas… Kas-par!’
 
De aanblik van de scène is ‘typisch Braakland’: kaal, met prominente plaats voor de muzikanten en hun instrumenten. In dit geval: de rijk gevulde instrumententafel van Geert Waegeman. Ook de acteurs staan al op de scène wanneer het publiek de zaal binnenkomt. Onder die acteurs Braaklandgetrouwen zoals Dirk Buyse, Kris Cuppens, Sara Vertongen en Janne Desmet. En – dat is nieuw – een gastacteur voor een avond….
In deze enscenering van Kaspar – een stuk over het weeskind Kaspar Hauser dat tot zijn zestiende levensjaar in een hol woonde en pas nadien leerde lopen, lezen, schrijven en spreken – focussen Stijn Devillé en Adriaan Van Aken niet op het verhaaltje. Ze willen vooral tonen hoe een mens zich een taal eigen maakt (of niet). Dus zetten ze elke avond een verse Kaspar op de scène die het stuk nog niet zag en geen regieaanwijzingen of tekst krijgt (behalve enkele zinnen als ‘handmunitie’). That’s it. Behoorlijk moedig van de gastacteur én spannend voor de vaste ploeg. Tijdens de opvoering die ik bijwoonde, vertolkte danser/acteur Sam Louwyck (‘de windman’ in Tom Barmans Anyway the wind blows) Kaspar. Hij deed dat indrukwekkend – met kleine gebaren en grote ogen – maar kreeg amper weerwerk van de anderen. Die keken toe, speelden hun eigen scènes maar het samenspel met Louwyck verliep vaak stroef. Vooral Desmet – die zich uitleeft als zotte tante – en Kris Cuppens trachtten geregeld te communiceren met Louwyck. Zo wordt het taalprobleem dat Kaspars leven domineerde, het probleem van de acteurs. Dat levert - naast een statement over hoe moeilijk het is een taal (af) te leren – stug toneel op.
Nochtans wordt de hele geschiedenis van Kaspar Hauser tijdens de eerste scènes kort uit te doeken gedaan zodat er alle ruimte is om te stoeien met de taal, het verhaal en met elkaar. Vooral de gastacteur stoeit. De meeste Braaklandacteurs zitten nog te vast in hun ‘Braaklandidioom’ (lees: tekst afvuren op het ritme van de muziek, met het gezicht richting publiek). Wellicht (hopelijk) leren zij tijdens de speelreeks weer stoeien met hun taal. Als herboren Kaspars.
 
Smaakmaker:
 
 
Els Van Steenberghe
 
Meer info: www.braakland.be