Wie is hier beperkt?

13/03/16 om 08:33 - Bijgewerkt om 09:09

Bron: Knack Focus

Afgelopen week kondigde Vlaams Minister van Cultuur, Jeugd, Media en Brussel Sven Gatz (Open VLD) aan dat hij 'het vrijetijdsaanbod voor kinderen en jongeren met beperking toegankelijker wil maken'.

Gatz deed deze aankondiging nadat het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media samen met onderzoekers van Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen op woensdag 9 maart 2016 de resultaten van het onderzoek 'Vrije tijd van kinderen en jongeren met een handicap' voorstelden.

Uit dat onderzoek - gebaseerd op een bevraging van honderd kinderen en jongeren met een beperking, honderdvijftig ouders en tweehonderd vrijetijdsbegeleiders en jeugdwerkers -bleek dat deze kinderen en jongeren weinig aansluiting vinden bij het reguliere vrijetijdsaanbod. Ze botsen op 'allerlei obstakels die elkaar nog versterken', voelen zich vaak niet welkom en haken sneller af. Dat minister Gatz daar wat aan wil doen, is nobel én noodzakelijk. Een mens moet het de liberale Gatz nageven. De man beheert niet alleen de centen van 'zijn' sectoren maar verkent zijn beleidsdomeinen intensief, is vaak ten velde en aarzelt niet om, waar nodig, die domeinen te dwingen zich opener en socialer te profileren.

Zo riep hij de cultuursector begin september op om de handen uit de mouwen te steken voor de vluchtelingen. Opnieuw, een nobel initiatief. Al bleef het vooralsnog bij oproepen. Er werden studiedagen, informatiesessies en enkele benefieten georganiseerd maar een echt actieve speler in, bijvoorbeeld, het verwelkomen, wegwijs maken en actief inzetten van deze mensen kan je de cultuursector niet noemen. Ook al zijn de theatervoorstellingen waarin vluchtelingen als thema opduiken amper te tellen. Hier wringt het schoentje: het gaat steeds óver hen. De initiatieven mét hen zijn pijnlijk zeldzamer.

Ook kinderen en jongeren met een beperking lijken vooral als thema gegeerd. De cultuursector heeft het graag over hen maar lijkt niet zo happig om ook intensief mét hen samen te werken. Wanneer de minister terecht oproept om de vrijetijdsbesteding van kinderen en jongeren met een beperking te pimpen, is het dan ook bijzonder vreemd - beperkt, misschien? - om de cultuursector niet aan te spreken. Een minister die bevoegd is voor verschillende domeinen hoeft die uiteraard niet steeds krampachtig met elkaar in verband te brengen. Maar wat als een onderwerp zowat om een overkoepelend statement vraagt? De cultuursector bestaat en leeft dankzij de vrije tijd. Wanneer ontdekken de meeste mensen kunst? In hun vrije tijd. En personen met een beperking laten zich nauwelijks spotten als ontdekkingsreizigers van de kunsten. Niet uit desinteresse, eerder uit ongemak en onzekerheid.

Delen

Zolang theater-en dansgezelschappen - en met hen alle andere kunstenorganisaties - het niet evident vinden om deze mensen tot hun cast te laten behoren, zal die vrijetijdsbesteding van kinderen, jongeren én volwassenen met een beperking 'beperkt' blijven.

Natuurlijk, de cultuursector kan meteen repliceren dat er continu inspanningen geleverd worden om, bijvoorbeeld, een voorstelling met een doventolk of audiobeschrijving te organiseren of een rolstoelvriendelijke expositie te creëren. Dat klopt. Maar men is er trots op. Men pakt er graag mee uit omdat het nog steeds geen evidentie is. Ook de opleidingen en de jeugdtheaterhuizen hebben boter op het hoofd. Er participeren nauwelijks jongeren met een beperking aan hun workshops of audities. Een hartverwarmende uitzondering die de regel bevestigt, was de voorstelling Het Hamiltoncomplex van HETPALEIS die eind augustus in première ging. Dertien dertienjarige meisjes toonden zich van hun schoonste en fragielste kant. 'Uiteraard hoort daar een meisje met een beperking bij', vond regisseur Lies Pauwels. 'Het was niet evident om dit mogelijk te maken', aldus HETPALEIS. Zolang theater-en dansgezelschappen - en met hen alle andere kunstenorganisaties - het niet evident vinden om deze mensen tot hun cast te laten behoren, zal die vrijetijdsbesteding van kinderen, jongeren én volwassenen met een beperking 'beperkt' blijven. Op die manier wordt zowel het sociale netwerk van kinderen en jongeren met én zonder een beperking ingeperkt. Er wordt hen vooral duidelijk gemaakt dat ze níet tot elkaars wereld (kunnen) behoren.

De presentatie van dit onderzoek was een uitgelezen kans voor minister Gatz om die ingeperkte wereld open te breken. Dit was een kans om niet alleen de jeugdsector maar ook de cultuursector en de media te dwingen niet langer 'trots' te zijn op die enkeling met een beperking die zich moedig over de drempel van hun tempel hijst. Het is tijd om het als een vanzelfsprekendheid te beschouwen en om er alles aan te doen dat ook kinderen en jongeren met een beperking hun bezoek of deelname aan een voorstelling, een tentoonstelling of een concert als vanzelfsprekend ervaren.

Els Van Steenberghe

Filmpje over de repetities van Het Hamiltoncomplex waarin Lies Pauwels (vanaf 7:00) de keuze toelicht om met een meisje met een beperking te werken:

Meer informatie: Het eindrapport 'Vrije tijd als handicapsituatie. De rol van het jeugdwerk binnen de vrijetijdsbesteding van kinderen en jongeren met een handicap': https://www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/vrije-tijd-als-handicapsituatie en http://www.demos.be/agenda/voorstelling-onderzoek-vrije-tijd-van-kinderen-en-jongeren-met-een-handicap

Onze partners