Wat zou u graag zijn als u niet was wat u bent? (De perfecte vraag voor een meer dan plezant stuk)

26/01/17 om 11:45 - Bijgewerkt om 11:44

Bron: Knack Focus

Toneelhuis en ARSENAAL/LAZARUS doen meer dan charmeren met 'Wat ik graag zou zijn als ik niet was wat ik ben'. En meer dan een boekje van César Bruto (pseudoniem van Carlos Warnes) hebben Benjamin Verdonck en Willy Thomas daar niet voor nodig.

Wat zou u graag zijn als u niet was wat u bent?  (De perfecte vraag voor een meer dan plezant stuk)

© Kurt Van der Elst

The Play = Wat ik graag zou zijn als ik niet was wat ik ben

Gezelschap = Toneelhuis en ARSENAAL/LAZARUS

In een zin = Verdonck en Thomas doen wat zo nodig én leuk is: ze vieren de speelsheid en nodigen ons in al hun guitigheid uit tot confronterende zelfreflectie over wie we zijn, wie we zouden kunnen zijn en wie we - al dan niet stiekem - niet willen zijn.

Hoogtepunt = Het moment, halfweg de voorstelling, waarop je inziet dat deze voorstelling niet is wat ze aanvankelijk lijkt te zijn. Het lijkt absurde theaterpoëzie, het is poëtische en plezant gebrachte zelf- en maatschappijkritiek.

Meer info: www.toneelhuis.be

Wie zou u zijn als u wél dat gestroomlijnde droomlijf had?

Zou u graag die hond zijn die enkele weken geleden op zijn gevallen baasje ging liggen om hem te beschermen tegen de winterkou?

Wilt u ook eens nobele weldoener zijn?

Of een rechtvaardige vakbondsleider?

Zou u een goede minister willen zijn?

Laat u de planeten dansen mocht u een god zijn?

Al kijkend naar de speels vertellende Benjamin Verdonck en Willy Thomas voel je je haast een stripfiguurtje dat telkens een andere tekstballonnetje krijgt: eerste een lampje met een uitroepteken, dan een vraag (verwant aan de vragen in de bovenstaande paragraaf) en dan een droombeeld. Dit duo doet waar het beste theater zo goed in is: met simpele woorden en beelden een vrolijke wereld scheppen die fantasierijk is en tegenlijkertijd scherp laat reflecteren over de echte wereld (zonder daarbij pamflettair te worden).

De twee bewezen eerder al dat ze samen magiemakers zijn. In 2004 gingen ze aan de slag met de dierenverhalen van Toon Tellegen en bakten daar een taart van een stuk mee, letterlijk en figuurlijk. 313/Misschien wisten zij alles charmeerde door de vertellingen en door het scènebeeld dat tijdens de voorstelling langzamerhand in een zinnenprikkelende installatie transformeerde.

Nu gaan de twee met een tekst van César Bruto aan de slag. Neen, wij kenden die auteur ook niet. César Bruto is het pseudoniem van de Argentijnse journalist Carlos Warnes (1905 - 1984). De man was columnist en liet zich opmerken door zijn komische en brutale stijl, dat leren we uit de persmap. Er is amper Engels- of Nederlandstalige informatie beschikbaar over de man. Bruto schreef ook het boekje Wat ik graag zou zijn als ik niet was wat ik ben. Daarin schreef hij verhaaltjes die vertrekken vanuit vragen zoals deze waarmee we dit artikel begonnen. Verdonck en Thomas zijn veeleer spelers dan schrijvers. Verdonck is daarnaast ook nog beeldend kunstenaar. Zijn werken ogen robuust, lijken soms zo eenvoudig als een 'knutselwerkje' maar ze snijden in al hun eenvoud vaak maatschappelijke pijnpunten aan.

Delen

Verdonck en Thomas doen wat zo nodig én plezant is: ze boren hun heerlijke rijke verbeelding aan om onszelf op de meest speelse manier te laten nadenken over empathie en het eventuele gebrek eraan.

Dat doet Verdonck ook in deze voorstelling. Nadat de maan over de scène heeft gezweefd en zich enkele keren vermenigvuldigde (we zijn dronken noch stoned, beste lezer), gaat Thomas in een stoel zitten die iets van een sobere troon heeft. Verdonck staat naast 'de troon'. Boven hen hangt een machine die de volgende vraag beantwoordt: 'wat als ik een sneeuwvlokje zou zijn?'. De twee grasduinen door Bruto's verhalen en wanen zich achtereenvolgens een moedige Sint-Bernhardshond, een hondenasieldirecteur en een goede ziel die wanhopig op zoek is naar een goede daad. Die vertelseltjes worden afgewisseld met scènes waarin Verdonck achter een tekentafel plaatsneemt en door een verknipt modeblad bladert. De hoofden van de ranke fotomodellen zijn weggeknipt. Hij legt er andere hoofden op. Of andere kunstwerken, zoals Marcel Duchamps Fontain (ontstaan uit de idee; 'Kan een urinoir ook een kunstwerk zijn?') of een typisch werk van Marc Rothko.

Alle beelden, alle verhalen vertrekken vanuit de vraag die we ons vandaag misschien te weinig stellen: 'wie zou ik zijn als ik niet mezelf was maar die ander?' en 'Zijn we niet meer een ander dan we zelf willen erkennen?'. Verdonck en Thomas doen wat zo nodig én plezant is: ze boren hun guitig ogende (en klinkende) maar messcherpe taal aan om ons op de meest speelse manier te laten nadenken over wie we denken (niet) te zijn. En kijk, zoals wij het schrijven klinkt het bijna schoolmeesterachtig. Zoals zij het spelen, oogt het als pure pret en pittige poëzie op de planken.

Smaakmaker:

Els Van Steenberghe

Onze partners